woensdag, oktober 29, 2008
Deflatie
Lex was gisteren op de strategielunch en na de felicitaties zaten we al snel in The General Theory omdat ik me steeds meer zorgen maak dat disinflatie om kan gaan slaan in deflatie ("niet het meest waarschijnlijke risicoscenario" zei Lex, maar ik weet het nog zo net niet). Lex kent Keynes ook nog en net als ik schaamt hij zich er niet voor. Hij weet dan weer alles van Hoofdstuk 13 (waarop hij zo'n beetje promoveerde) terwijl ik over 17 schreef en dat denkkader samen met Fisher's debt deflation voor ogen heb als ik over de zomer van 2009 denk. Ondertussen was de plaatsing van Lex 3 maanden geleden op de lijst van potentiele sprekers ("laat hem maar eens over de kredietcrisis praten") een voorbeeld van een prima timing, het strategiecluster meer dan waardig. Maar goed, Lex was niet overtuigd: weet jij wel hoe lang het geleden is dat we negatieve inflatie in Nederland gehad hebben. Dat wist ik, want dat was in december 1986 toen ik bij de ABN op het economische bureau zat (-0,1; in Japan was het -0,2 en in Duitsland was het -1,1 - dus het kan wel). Ik moest voor een speech van Kalff wat prognosecijfers voor 1987 aanleveren voor de Nederlandse en vulde bij inflatie eigenwijs een nul in terwijl het CPB "min een kwart" had staan omdat ik niet in neerwaartse prijsflexibiliteit geloof. Dat was meteen opening journaal voor Kalff (die er wat onwennig bij stond want die min was onder de Haagse stolp nodig geweest om de koopkracht op te poetsen). Enfin, toen ik dit aan Lex vertelde sloot een cirkel zich, want ze waren daarmee maar wat blij geweest bij DNB. Later op de dag sprak ik Louk en we verbaasden ons er over dat het ene paradigma (markten) zo snel ingeruild wordt door het andere (publieke sector) en hoe aktueel Tinbergen in de moderne tijd weer was gewordenmaandag, oktober 27, 2008
Constant
Ruud hield vandaag de presentatie van zijn afstudeerscriptie bij "ASP" over de connstantmarket share analyse waarover Harry en ik in de jaren negentig utivoerig publiceerden in De Economist. Met de zetproef in de hand gingen we naar het CPB: jullie doen het fout. Maar dat was niet zo, want onder leiding van John werd het probleem van de wisselkoers weggedefinieerd. Opmerkelijke uitkomst van het onderzoek van Ruud is dat de verslechtering van het Nederlandse marktaandeel op de wereldmarkt rond 2001/2 tot staan is gebracht en sindsdien ondanks de groei van China als een belangrijke speler is toegenomen.vrijdag, oktober 24, 2008
Happy birthday black thursday
De melt-down van het financiële stelsel is zijn ultieme bewijs voor die door vijftig jaar ervaring ondersteunde stelling en de financiële wanorde biedt hem (zoals hij zelf overigens ook wel ruiterlijk toegeeft) de ultieme kans alsnog te betogen dat hij het Grote Gelijk aan zijn zijde heeft. Enfin, de lezer die van taaie wat wollige filosofische traktaten houdt, kan in de eerste helft van het boek terecht en wie alleen wil weten hoe een rogue trader die leiding gaf aan een van de succesvolste hedge funds in maart van dit jaar aankeek tegen de krachten achter de meltdown van financiele stelsel volgt zijn advies op bladzijde 51 op en begint pas weer te lezen bij het tweede deel van het boek. Wie dat advies niet volgt, moet overigens scherp lezen en de te vele herhalingen voor lief nemen als hij de kern van de filosofie van Soros (en daarmee het meer tijdloze onderdeel van dit in haast geschreven pamflet) wil bevatten. In een notendop is zijn stelling dat iedereen fundamentele misvattingen koestert over de werking van financiële markten, en dat blijkt niet alleen uit het (ook actueel publiekelijk beleden) onvermogen om te begrijpen wat er aan de hand is op de beurzen. Deze misvattingen vormen namelijk tevens de basis voor de excessen die de krantenkoppen van de afgelopen maand bepaalden. De econometrische value at risk modellen die door banken gebruikt worden om te berekenen of er niet te veel risico wordt genomen zijn namelijk gebaseerd op de idee van een evenwichtsherstellend proces optreedt op financiële markten. Als de economie in een situatie van een sterk-buiten-evenwicht terecht komt of dreigt te komen, laten dergelijke modellen het afweten – en daarmee het toezicht van de centrale banken. Het derangeren van economische processen vormt de basis van de huidige kredietcrisis. Het verhandelbaar maken van schulden en het uitruilen van portefeuilles van wanbetalers (een Europese uitvinding) leiden tot een ongedekte exponentiële groei van niet of niet adequaat gereguleerde financiële markten. Uiteindelijk domineerden dit soort financiële innovaties de wèl gekende en begrepen bankproducten: de markt beliep voor de recente deconfiture 2,5 maal de beurskapitalisatie van Wallstreet en tien maal de markt voor Amerikaans schatkistpapier. Een uiteindelijk onhoudbare superzeepbel die nadat zij was gebarsten leidde tot een liquiditeitscrisis, maar niet omdat banken niet weten wat andere baken voor zwakke plekken op de balans hebben. Banken weten namelijk exact wat anderen deden: namelijk het zelfde als zij zelf hebben gedaan en dat is de rationele basis van het opdrogen van de interbancaire markt.Boek nooit gezien overigens; geheel modern per pdf aangeleverd en electronisch gelezen en becommentarieerd. En vanochtend sprak ik weer sinds een jaar met mijn private banker die het vorig jaar maar gek vond dat ik niet in aandelen ging. Maar u moet eigenlijk uw risico spreiden. "Dat heb ik gedaan, want ik heb het spaargeld over drie banken verdeeld", antwoordde het economendagboek. Nog geen cent verloren aan deze crisis als gaat het pensioen natuurlijk aan gort. Enfin.
woensdag, oktober 22, 2008
Verhuisd
dinsdag, oktober 21, 2008
zo wil je de geschiedenis toch niet in
maandag, oktober 20, 2008
Maar wat zou jij dan doen
Met Jacques was ik het eens dat je nu een koers moet uitzetten en die dan moet vasthouden, maar wat die koers zou moeten zijn? Volgens Jacques moet je water onder de kiel houden zodat de zaak bestuurbaar is. Ik zou het grootzeil strijken en de boel op de fok aan de grond zetten en daarna wel zien wat de averij was. Twee strategieën waarbij degene die op dat moment kapitein is mag beslissen wat het wordt, maar die je niet moet afwisselen. Enfin. Commentaar van Hanneke "Kan ik niet zo'n kapitaalinjectie krijgen"vrijdag, oktober 17, 2008
Vanuit de redactieburelen
Het economendagboek heeft weer eens extreem zware dagen achter de rug, met een wp1-agenda waarop niet alleen product market regulation, financial market regulation en going for growth stonden, maar ook de klimaatverandering en en investeringen in infrastructuur. Maar de redactie was dit keer dan weer wel ok gehuisvest zoals de sfeerbeelden bij deze rapportage wel laten zien. Dit was dan weer ondanks een bureau reizen dat het te duur vond (maar het hotel dat 2 km verder lag en waar de anderen waren ondergebracht kostte 210 euro en dat van mij 220 dus dat kan toch weer niet de aanleiding zijn geweest.)
Het was natuurlijk wel een zotte kast van een kamer, met voor het eerst in mijn leven een apart kledingkamertje (je kon er bijna in wonen). De lange gang had hierdoor drie deuren (badkamer met bad, klerenkamer met 4 kasten grote ligplank en kleine kastjes, en tenslotte slaapkamer met 2 bedden, zitje, kukentrekker en dan ook een balkon. En ik had een waterkokertje meegenomen zodat ik gratis koffie op de kamer had.
Het is dan vooral de combinatie van gang en kamers die exorbitant is en vele herinneringen boven bracht aan de tijd dat ik als afdelingsdirecteur bij DNB zo vaak buitenslands was dat ik Hanneke en de kinderen bijna niet meer herkende en vice versa, wat niet zo mooi was.
In de Berlinerhof in Frankfurt drukte ik op een knopje boven het bad, dat daarna in een wirhlpool veranderde en omdat ik het niet uitkreeg stroomde het schuim over het bad --- uiteindelijk wist ik een ramp te voorkomen door de stop uit het bad te rekken. Maar de tsunami aan schuim kreeg ik niet van de badkamervloer en ik was bang er nog iets van te zullen horen. Dat gebeurde niet wat ook weer iets zegt natuurlijk. Maar het kan altijd gekker.
In Brussel arriveerde ik uit een vergadering van het Monetair Comite om 04.00 snachts in een hotelkamer met 2 televisies 3 banken en een fles champagne, maar geen bed. De ene gang die ik vanuit die hotelkamer inging bracht me bij een ligbad van mausoleumse proporties en een wc met gouden randen, maar geen bed.
In de tweede gang trof ik bij de eerste zijdeur een bad en daarnaast een toilette aan en er was een kast met strijplank en andere elementaire huisraad, maar aan het einde van de gang was er dan toch uiteindelijk een slaapkamer met een bed waar een harem voldoende plaats kon vinden. Helaas was het lichtknopje onvindbaar en stond het licht al wel klantvriendelijk aan. Met een handdoek draaide ik de bolletjes er uit en viel daarna uitgeput in slaap. Tot het om 6.30 licht werd omdat de gordijnen open stonden. Bon.Zuinig
Niet alleen knipperden de lichtjes er energiebezuinigend en milieureddend minder fel - zagen wij vanaf Trocadero - maar ook vergaten de Sarcozanen om voor de EU alle sterren uit te pakken. Ook zag ik bij voorbeeld op Gare du Nord vlaggen wapperen die ik te oud vond omdat niet alle toetreders er bijzaten. Daarentgen waren Israel, Rusland en Slovenia dan wel weer voor het eerst voor het eerst als nieuwe leden aanwezig bij de WP1. Van Parijs zag ik nauwelijks wat. Chaotische hektiek van vroeg tot laat en via blackberry en internet (in de nieuwe cyber room van de OESO), maar gelukkig aan het eind van de rit ook luid gelach met de Zwitsers in de metro over UBS en kantonale verwikkelingen. Zelden zo gelachen, maar wij als liquide niet-aandelenbezitters lachen dan ook heel wat af de laatste weken. Ondertussen ging het bij de OESO ook nog ergens over: climat change deed ik samen met Jan, maar bij Going for growth stond ik er au fond toch alleen voor. En bij infra miste een pointe en bedacht ik er pas later dat ik natuurlijk over het echec van de hoogseschnelheidschljn had moeten spreken. Jan Hein en Carin vonden vooral de ochtenden spannend. Enfin, het was een goed trio aan dagen want ik leerde Klaus snel en goed kennen (hij sprak mijn naam correct uit - had er duidelijk op moeten oefenen van Jorgen) en wist en passant ook nog enige bruggen te slaan. Hoogtepunt was een min of meer door toeval opstaand vaderlands landenbordje waarop ik het woord kreeg op het moment dat het er echt toe deed. Tussendoor kreeg ik een telefoontje dat de wereld toch op z'n kop gaat zetten en waarmee ik nog niet goed raad weet.zondag, oktober 12, 2008
Onderduikadres
vrijdag, oktober 10, 2008
Ten Overvloede
Hugo mag vast gefeliciteerd worden met een mooie dis. De illustratie toont vier hoornen des overvloeds die op pilaren of bergtoppen zijn geplaatst. De vier hoornen verwijzen naar vier engines of growth. De plaatsing van de hoornen, ongecoördineerd op toppen in een overigens leeg landschap intrigeert de kijker. Heerst er stilte of is er juist sprake van een klaroenstoot of zelfs een symfonie? Zijn de hoornen onbereikbaar of juist van verre zichtbaar? Biedt de dissertatie hier allemaal zicht op? Het werk brengt tevens een impliciet verband aan naar het horns of plenty project van de directie AEP.; zie hiertoe ook of juist: http://horns-of-plenty.blogspot.com/dinsdag, oktober 07, 2008
Uit de oude doos
Bank en effecten oktober 2004, p. 23
En bij het opruimen vond ik de hele tekst weer digitaal terug:
Lang zijn beleidsmakers in Nederland huiverig geweest over het stimuleren van concurrentie in de financiële sector. Hiervoor waren diverse praktische reden zoals het gegeven dat het in het bedrijfseconomisch toezicht, minder complex is vertrouwde boeken en bekende bankbestuurders te controleren dan te beoordelen of toetreders voldoen aan prudentiële eisen. Ook de economische theorie droeg vele bouwstenen aan, onder andere door te benadrukken dat banken die bovennormale winsten plukken prudent zouden opereren aangezien ze meer te verliezen hebben. Concurrerende banken kunnen volgens deze theorie van de vorige eeuw alleen hun "normale winst" verliezen, maar als er expliciete of impliciete collusie is dan maakt de resulterende excessieve winst de vergunning het bankbedrijf te mogen uitoefen tot iets extra moois dat je niet wilt kwijt raken. Aldus wordt de bankier extra geprikkeld op te passen dat hij niet failliet gaat. Bijkomend effect van gebrekkige concurrentie is dat er minder risicovolle activiteiten behoeven te worden ontplooid om toch een mooi rendement te scoren. Beide effecten reduceren de turbulentie in de sector en dat werd in de theorie gelijk gesteld
Consensus over beperking van de concurrentie
Over deze visie op concurrentie in de financiele sector bestond ook internationaal consensus, zoals bij voorbeeld blijkt uit het gegeven dat lange tijd het gewone mededingingstoezicht ongeschikt werd geacht voor toepassing in de bankensector. In de Verenigde Staten duurde het tot aan de jaren zestig en in de EU zelfs tot in de jaren tachtig voordat aan de speciale status van de bankensector in het mededingingstoezicht een einde werd gemaakt. Verder is erop gewezen dat de Amerikaanse Federal Reserve erg toegeeflijk was als het ging om fusies tussen zeer grote banken, ofschoon deze fusies doorgaans weinig tot niets opleverden in termen van schaal- of scopevoordelen. Tenslotte hebben veel bankentoezichthouders fusies nagestreefd, zelfs in landen waar de bankensector reeds zeer geconcentreerd was, doch dit was in het merendeel der gevallen in crisissituaties.
Dit paradigma is inmiddels vanuit diverse kanten ter discussie gesteld. Allereerst zijn vraagtekens geplaatst bij het vermeende positieve effect van marktconsolidatie op de financiële stabiliteit. De gedachte is dat grotere financiële instellingen weliswaar een positieve bijdrage kunnen leveren aan de diversificatie van risico’s op het niveau van de individuele instelling, maar vanuit het perspectief van de systeemstabiliteit kunnen de risico’s juist toenemen. Het ontstaan van financiële conglomeraten met een complexe structuur wordt dan ook vanuit het perspectief van de financiële stabiliteit nauwlettend gevolgd door toezichthouders en beleidsmakers. Ten tweede heeft de wereldwijde consolidatie en toenemende marktconcentratie in de financiële sector ertoe geleid, dat de zorgen over mogelijke schadelijke gevolgen van een gebrekkige concurrentie zijn toegenomen. Het gaat hier bijvoorbeeld om te hoge tarieven voor leners en te lage tarieven voor spaarders, onvoldoende toegang tot bankfinanciering voor risicovolle activiteiten en achterblijvende financiële innovatie. Ook in de meeste Europese landen is de concentratiegraad gedurende de jaren negentig verder gestegen.
Concentratie hoeft geen probleem te zijn
Bij de tabel moeten enige mededingingseconomische bijsluiters worden gevoegd. In de eerste plaats zijn deze concentratiegegevens berekend voor de individuele volkshuishouding. Op segmenten waar sprake is van internationale concurrentie wordt de concentratie dus vanuit mededingingseconomisch perspectief op de verkeerde schaal gemeten, want de relevante markt zal daar groter zijn dan louter de nationale markt. Mededingingsrechtelijke problemen inzake concurrentie zullen daarom in het algemeen alleen spelen waar het gaat om financiele transacties van en relaties met consumenten en het MKB, waar de relevante markt nationaal dient te worden afgebakend.
Hierbij is overigens van belang, dat de concurrentie in de nabije toekomst naar verwachting op steeds meer terreinen op een Europees speelveld zal plaatsvinden. Op dit moment is de grensoverschrijdende concurrentie op de meeste deelmarkten nog te beperkt om te spreken van een Europese relevante markt. In de toekomst zou dit echter kunnen veranderen onder invloed van beleidsinitiatieven zoals het Financial Services Action Plan. Deze ontwikkeling plaatst nationale beleidsmakers voor nieuwe uitdagingen, zowel de beoordeling van de concurrentieverhoudingen èn de vormgeving van het toezicht op de financiële stabiliteit.
Big is beautiful?
Ondanks de consensus onder beleidsmakers, is het verband tussen financiële stabiliteit en concurrentie theoretisch nooit ondubbelzinnig geweest. Aan de ene kant wordt gesteld dat een geconcentreerde bankensector de winstgevendheid en diversificatie bevorderen, waardoor de kwetsbaarheid voor negatieve schokken afneemt. Bovendien zijn enkele grote banken door depositohouders en beleggers gemakkelijker te monitoren dan vele kleine, wat een positief effect op de corporate governance kan hebben. Ter onderbouwing van deze “big is beautiful”-stelling wordt vaak de vergelijking gemaakt tussen de bankensectoren in de VS (weinig geconcentreerd en veel crises) en Canada (omgekeerd). Aan de andere kant wordt gesteld dat toenemende concurrentie ervoor zorgt dat banken minder kunnen investeren in een lange termijn relatie met hun klanten. Hierdoor zijn zij minder goed in staat om de risico’s in te schatten, wat zorgt voor een hogere instabiliteit. Een hogere marktconcentratie kan ook tot minder stabiliteit leiden als de perceptie heerst dat de grotere banken “too big to fail” zijn. De idee is dat waaghalzerij van grote banken in mindere mate door beleggers wordt afgestrafd, omdat men verwacht dat de overheid bij eventuele problemen de bank toch wel zal redden. Hierdoor worden deze banken feitelijk gestimuleerd om risicovolle activiteiten te ontplooien. Tenslotte zijn grotere banken vaak ook complexer te beoordelen door beleggers, waardoor een grotere instelling wellicht minder eenvoudig te monitoren valt dan een kleinere.
Recente theoretische inzichten
Recent theoretisch en empirisch onderzoek werpt echter een nieuw licht op de relatie tussen financiële stabiliteit en concurrentie. In een recente studie wijzen Boyd en De Nicoló erop dat gangbare economische analyses twee essentiële mechanismen niet meenemen. Zij laten zien dat als deze mechanismen wel worden meegenomen, dit tot geheel andere uitkomsten kan leiden dan de traditionele theorie voorspelt. De eerste omissie in de 'oude' theorie is volgens Boyd en De Nicoló dat deze teveel kijkt naar de passivakant van de bankbalans (deposito’s). Minder concurrentie leidt volgens de ‘oude’ theorie tot een lagere rente voor depositohouders (hogere winst voor banken), waardoor banken minder geneigd zijn om risicovolle investeringen te kiezen. Hierbij wordt echter uit het oog verloren dat verminderde concurrentie uit de aard der zaak de prijsstelling aan beide kanten van de bankbalans beïnvloedt: niet alleen dalen de depositotarieven voor de consument, maar ook stijgen de leentarieven. Dit is relevant omdat duurder lenen het faillissementsrisico van de klant exogeen verhoogt (diens kosten stijgen immers) en omdat het de cliëntèle endogeen prikkelt tot het entameren van risicovollere projecten. Het in de oude theorie vooronderstelde prudentere gedrag van banken wordt dan mogelijk gecompenseerd door toenemende waaghalzerij van hun klanten.
De tweede omissie in de ‘oude’ literatuur is de invloed van concurrentie op de kosten die banken moeten maken bij het afhandelen van faillissementen. Studies laten zien dat deze kosten substantieel kunnen zijn. Van belang voor de analyse is dat deze kosten niet alleen afhangen van de omvang van de vordering, maar daarnaast ook bestaan uit een vaste component (kosten die altijd gemaakt moeten worden). Boyd en De Nicoló laten zien dat naarmate de concurrentie toeneemt en daarmee de gemiddelde omvang van de bank afneemt, de faillissementskosten ten opzichte van de gedane investeringen toenemen. Deze relatief hogere faillissementskosten, prikkelen banken tot risicomijdend gedrag. Ergo: een minder geconcentreerde markt dwingt grotere stabiliteit af.
Nieuw empirisch onderzoek
Het schaarse empirische onderzoek dat over dit onderwerp is verricht is internationaal vergelijkend van aard. Hierbij wordt eerst bezien welke macroeconomische, monetaire en institutionele variabelen van invloed zijn op de financiële stabiliteit. Vervolgens wordt gekeken wat de additionele invloed is van indicatoren voor de concurrentie (doorgaans indicatoren voor marktconcentratie) op de financiële stabiliteit. Zo kijken De Nicoló en anderen naar de relatie tussen marktconcentratie en systeemrisico in ruim honderd landen over de hele wereld. Als indicator voor systeemrisico wordt de (gezamenlijke) faillissementskans van de vijf grootste banken in ieder land genomen. Gedurende de periode 1993-2000 vinden zij een robuust verband dat aangeeft dat een hogere marktconcentratie gepaard gaat met een hoger systeemrisico. Opvallend is dat gedurende de recentere periode 1997-2000, waarin de marktconcentratie verder is gestegen, dit verband zich nog in versterkte mate blijkt voor te doen. Op basis van deze analyse zou geconcludeerd kunnen worden dat marktconcentratie per saldo niet tot meer diversificatie van risico’s heeft geleid.
Ander empirisch onderzoek duidt er echter op dat de relatie tussen concurrentie en financiële stabiliteit complexer is dan eerder vermoed. Beck en anderen bestuderen de relatie tussen bankencrises en meerdere concurrentievariabelen. Hierbij kijken zij niet alleen naar marktconcentratie, maar ook naar factoren als de toetredingsbelemmeringen, de mate waarin het mogelijk is om zonder aanvullende (vergunnings)eisen andere typen financiële activiteiten te ontplooien, en de aanwezigheid van instituties die de concurrentie bevorderen (“banking freedom”; “economic freedom”). Interessante uitkomst is dat er een U-vormig verband gevonden wordt tussen concentratie en het risico op een financiële crisis. In een gefragmenteerde markt is dat risico hoog, maar het neemt af naarmate de marktconcentratie toeneemt. Als de concentratie echter te ver doorschiet, neemt de kans op een financiële crisis weer toe. Toetredingsbelemmeringen en regulering die het moeilijker maken om andere typen activiteiten te ontplooien, gaan samen met een hogere crisiskans. Een verklaring is dat dergelijke regulering een negatief effect op de efficiëntie van banken zou kunnen hebben, wat de kwetsbaarheid voor negatieve schokken vergroot. Ook de aanwezigheid van instituties die de concurrentie bevorderen, heeft volgens deze analyse een gunstig effect op de financiële stabiliteit.
Conclusie
Over de relatie tussen financiële stabiliteit en concurrentie zal voorlopig het laatste woord nog niet gezegd zijn. Voor een deel is de veelheid aan modeluitkomsten en –schattingen vermoedelijk het gevolg van het feit dat concurrentie uit verschillende dimensies bestaat, die niet gemakkelijk in één samenvattende indicator te “vangen” zijn. Zo is de marktconcentratie weliswaar een relevant structuurkenmerk voor de beoordeling van de mate van concurrentie, maar zegt op zichzelf weinig over de vraag of er ook daadwerkelijk geconcurreerd wordt. Ook in een geconcentreerde markt kan er concurrentie zijn. De relatie tussen marktconcentratie en financiële stabiliteit is evenmin uitgekristalliseerd. Wel zijn er aanwijzingen dat als de marktconcentratie al te hoog wordt, dit niet alleen vanuit de optiek van het mededingingstoezicht een relevant gegeven kan vormen, maar ook negatieve gevolgen kan hebben voor de financiële stabiliteit. Of hier sprake van is, kan alleen van geval tot geval bekeken worden.
Verder kan de conclusie worden getrokken dat het niet nodig is om al te voorzichtig te zijn met de bevordering van de concurrentie in de financiële sector. Integendeel, ook in de financiële sector is het marktmechanisme van groot belang voor allocatieve efficiëntie en groei. In dit licht bezien is het positief dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit heeft besloten om het toezicht op de naleving van de Mededingingswet in de financiële sector uit te breiden. Daarnaast is het schrappen van onnodig stringente regulering via een vermindering van de administratieve lasten en overige nalevingskosten, zoals beoogd door het kabinet, niet alleen positief voor Nederlandse financiële instellingen en consumenten, maar kan het zelfs gunstig zijn voor de financiële stabiliteit.
zondag, oktober 05, 2008
Kalshoven weer
Inderdaad de enige idioten met (welliswaar gereefd) zeil op de Westeinder bij 22 knopen en in vlaggende regen en dan tijdens de stormrondjes homerisch gelach. Ongetwijfeld rond de ernstige economische tijden die we door maken. We gaan niet depressief worden van deze depressie wil ik maar zeggen. Ik was in ieder geval behoorlijk pissig over de 49% variant geweest omdat ik het amateuristisch vond en een blanco check (je maakt jezelf chantabel had ik eerder tegen Jacques gezegd en hij begreep het). Maar de 100% variant leek me tegen deze prijs wel ok, al blijft het bizar als azijnpissende centrale bankiers een toename van de schuldquote met drie procent op de koop toe nemen (schallende lach en overstag).
Afijn het was risicovoller op de Westeinder dan in de beau monde van de haute finance concludeerden we en bovenal: we stapten er op tijd uit (en eerlijk gezegd legde ik zwemvesten klaar en had ik het anker paraat voor het geval dat). Koud en nat, maar we kregen de mast van de Sasso neer en als vriendendienst aan Gé ook nog eens op diens mastenbank. Thuis legden we de crisis aan Hanneke uit met appels en peren en dat bleek moeilijker dan in de krant en Frank liet ik en passant mijn Nostradamus presentatie zien waaruit maar weer eens bleek dat deze cirsis niet onverwacht is maar 2 jaar geleden exact werd voorspeld. Maar waarom heet zulk weer nou eigenlijk Kalshovenweer..., vraag Frank zich iedere keer weer zichtbaar af.


Twitter

























