donderdag, november 30, 2006
Ze bestaan echt
"This provides a new perspective on their forecasting capabilities", grapte Jens. Hij sprak op een CPB seminar over de political economy of structural reform en ik was er discussiant. Hij kreeg een paraplu terwijl global warming anno 0 december 2006 een weerbeeld opleverde dat zonnig en warm was. Ik kreeg zomaar het cpb speelkaartensetje.woensdag, november 29, 2006
Vermetel
Soms struikel je over een prachtig woord dat weinig gebruikt wordt, zoals hier "vermetel"en dan wordt het een litho met gedicht.zaterdag, november 25, 2006
Bedreig de handel
Some tentative conclusionsEn er is weer contact met Ludo: Ben wel nieuwsgierig: is de Nederlansche Staat geïnteresseerd in de samenhang tussen globalizatie en terrorisme, of meer in de directe effecten van de nieuwe kosten die de handel nu moet maken? Hoewel ik er niks van weet, kan ik proberen iets intelligents te zeggen, uhum... Mij lijkt dat globalizatie vele facetten heeft en sommige helpen transnationaal terrorisme en sommige niet. Die correlatie (eerst toenemend en dan afnemend) hoeveel blijft er van het toenemend 'gebied' over wanneer men corrigeert voor olie-export, en de politieke situatie in het land? Ik kan mij ook voorstellen dat een hoge graad van FDI waarbij alle winsten meteen worden afgeroomd door het investerende land, terrorisme in de hand kan werken (uitbuiting lokale arbeiders, zoals in de film Syriana bijvoorbeeld). Maar het toegang geven van lokale markten tot de wereldmarkt, of de Nederlandse markt, zou bijvoorbeeld juist positieve effecten kunnen geven. Dan kunnen dingen die de buitenlandse handel stagneren juist terrorisme in de hand werken. (Het is een beetje zoals met de moslim bevolking hier: als je ze als compatriots behandeld zijn ze de meeste vervente amerikanen; als je ze buitensluit, komt de bitterheid boven, en dit wordt dan niet altijd op de beste manier geuit.).
Does economic science have a message for policies that aim to increase security and reduce terrorism? It must be stressed that knowledge is still incomplete and probably not yet sufficiently robust to serve as a basis for policy advice on concrete actions. Still economics offers a number of sobering lessons. The economic rationale is to spend money on security only if marginal utility achieved is higher than for other public functions. It is, moreover, difficult to detect whether investment in security is too large and whether security is delivered at the most efficient way. In such a situation overinvestment in security may re-allocate scarce resources that could perhaps have been better used to achieve other aspects of security and safety. To some this may seem to be a bit too much of bloodless calculus, but in the end a battle can only be won if resources are used in the best possible way and here economic analysis clearly can be of use.
The economic method can of course not answer all relevant questions. This is especially true since relevant trade-offs pertain to non-economic values and to considerations related to equity and burden sharing. An example of non-economic values relates to security’s price tag of reduced freedom and privacy. Obviously this problem is in the political domain as is the distributional issue of cost and benefit sharing: do those that gain from more security also pay for those services or are these payments deferred to other groups? Economics cannot answer these questions; it can only help to find the most efficient approach given the answers.
Indeed, our discussion shows that the tools of (international) economics are useful and may inform the policy debate in yet another way. From a policy perspective international comparative estimates of the costs of terrorism help to set standards against which to judge whether further investment in security measures is optimal. Economic analysis clarifies some of the invisible costs of (counter) terrorist activities, in particular in terms of international trade. To the casual observer the 5 to 10% reduction in trade that is typically identified in empirical studies may seem to be a rather modest number. This effect, however, as Blomberg and Hess (2007) rightly point out is larger than the impact of many trading cost components that are presently considered to be very important by trade researchers and trade policy makers. Indeed, trade policy makers should be involved in the design of anti terrorist measures and trade researchers are well advised to take account of the impact of terrorism.
woensdag, november 22, 2006
Iedere gelijkenis berust op toeval
tja dat klote internet ook
ik heb er maar wat mee te stellen en laatst was er ook al iemand die een printout naar mijn DG had gestuurd (ik hoop het ooit nog tot blauwtje te schoppen met mijn blogje)
ik beroep me er steeds op dat het "kunst" is en misschien ga ik er wel bijzetten dat iedere overeenkomst met de werkelijkheid puur op toeval berust
dinsdag, november 21, 2006
Buro Renkema anno 1906
maandag, november 20, 2006
Een verlate pay-off
Hoe het ter sprake kwam weet ik niet meer precies, maar Doris was opeens erg geïnteresseerd in hoeveel boeken ik wel niet had geschreven en waarom. Mogelijk heeft het er mee te maken dat ik ooit mijn zeilboot bij elkaar schreef en is ze op zoek naar pecunia. In ieder geval was ze het meest geïnteresseerd in de handelseditie van mijn dissertatie die helemaal uitverkocht raakte: Dat moet wel grappig zijn want als een boek uitverkocht raakt, moet er iets te lachen zijn.Ik dook een exemplaar op, want het is niet-technisch en schrikt dus niet af en de titel beviel al meteen. "Zie je wel, het is allemaal niet zo saai wat jij doet." Het bleek wel een ouderwets boek te zijn. Je kon goed zien dat het vroeger geschreven is want er staat "fax" in en dat is nauwelijks meer bevatbaar voor de huidige generatie. Desondanks was het cool dat ze het boek mee naar boven mocht en werden er even later aan zussen en moeder zinnen luidop voorgelezen:
En dan zijn er nog economen. Die lijken helemaal niet te weten hoe de wereldeconomie in werkelijkheid werkt. Als ze de krant lezen dan blijft dat beperkt tot de beurspagina en het beeldverhaal.Inderdaad. Feilloos haalde ze de kern uit het betoog , met de juiste intonatie en ze moet er ook nog hard om lachen en dat is een onvoorziene opbrengst van het geploeter van destijds. Er staat nog meer prangends in en ik ben benieuwd of dat ook boven komt drijven.
zondag, november 19, 2006
Ik stem op dr. Paul
dinsdag, november 14, 2006
Zembla
Ooit wilde hij mijn deputy zijn en nu dan doorgedrongen tot het Walhalla van de Nederlandse treurbuis. Maarten Pieter als "karteldeskundige UvA" in beeld. Hij had mijn belangrijkste advies opgevolgd en was naar de kapper gegaan. Ik was geschokt. Veel van wat er werd verteld over de bouwfraude was oud nieuws (zoals het feit dat de bouwbooswichten bonussen kregen en gewoon bleven zitten), maar dat de vice voorzitter van de Commissie Vos zelf commissaris was bij een bouwbedrijf was toch een nieuwtjezondag, november 12, 2006
Diverse groeivormen kan men er reeds ontwaren
woensdag, november 08, 2006
Energiek
Gisteren discuzeurden we op Clingendael over energierelaties, ruslandrelaties en de samenhang daartussen. Meest bijzonder aan de bijeenkomst was dat ik iemand over een kwart eeuw ontmoette, shaleid is inmiddels senior vice president emerging markets. Ook was er een co-aut met wie ik het in het geheel niet eens was. De bijeenkomst was goed maar nonconcludent, dit laatste ook omdat Roel een open discussie wilde en ik daarom niet sturend wilde optreden. Ik vond ook nog wat tijd om door het park te wandelen; de chinese tuin was niet veel meer, maar de herfskleuren waren agreableLa femme du diable
Van Ricki kreeg ik een boek te leen van Francoise Giroud over het leven van Jenny von Westphalen die 33 jaar met Karl Marx getrouwd was. Een boek met veel wetenswaardigheden, al was het meeste me wel bekend. Toch bevatte het een opmerkelijke lijfspreuk/verzuchting van Ome Karl die ik niet kende en nog wel in het Latijn: dixi et salvati animan meam. Waarvan actemaandag, november 06, 2006
Speed of communication
Vandaag kwam de snelheid van communicatiemiddelen ter sprake in het college. Een college in het kader van de globalisering en internationalisering. Twee millenia lang lag de snelheid van de individuele boodschapper (een mens te voet of te paard of een postduif). In de 17e eeuw werd collectieve post afgeleverd met een snelheid van 180 km per dag en kwam het antwoord op een brief vanuit London vanuit Schotland drie dagen later (als alles mee zat). Minder snel dan Darius twee millenia eerder realiseerde, maar dat was dan ook de persoonlijke post van een keizer. Communicatie met lichtsnelheid kwam pas bij Napoleon (de verwerking van semafoorsignalen werd door de kromming van de aarde tegen gewerkt en lag op menselijk en niet op subatomair niveau en daarom koste 200 kilometer 9 minuten); de draadloze telegrafie en later telefonie bracht bijna een eeuw geleden de doorbraak in de communicatie van en naar willekeurige punten op de aardbol. Sinds die tijd is er wezenlijk niets veranderd (al is communciatie weer wel wat sneller en goedkoper geworden). Internet is alleen in zoverre verschillend dat de signalen via een gebruikersvriendelijk protocol middels het internet worden verspreid in plaats van via gespecialiseerde apparatuur voor de transimissie en ontvangst van radiogolven. Hier is er een afruil van vaste en variabele kosten. Het ontvangen van radiosignalen was gratis (vaste kosten 15 guldens voor een transformator, eem radiobuis, een diode, enige weerstanden, een draaicondensator, isolatiemateriaal en de helft van de golflente aan koperdraad), bij een zender liepen de kosten op tot 500 guldens of meer, maar dat waren de vaste kosten en de variabele kosten kwamen neer op de energieconsumptie van een peertje of een stofzuiger. De duurzame consumptiegoederen die nodig zijn voor internationale verbindingen komen toch neer op 500 euro pc, 100 euro handy, 20 euro adsl en 20 euro mobilo-abonnement (beiden per maand). Er kan dan meer voor dat bedrag (maar niet overal). Maar het is wel veel duurder.vrijdag, november 03, 2006
Officieel
Ontwikkel het denken
Toen ik afstudeerde, was ontwikkelingseconomie een zelfstandig vak met veel toekomst en dat was niet alleen zo in Rotterdam waar Jan Tinbergen het vak destijds opzette. Iedere universiteit had destijds een goed en aansprekend aanbod. Het maatschappelijke debat en het wetenschappelijke discours tierden welig: Nederlandse beleidsmakers en wetenschappers waren internationaal toonaangevend en hun bijdragen werden als zodanig onderkend. Het debat over ontwikkelingseconomie bloeide ook omdat de “hetrodoxen”, of andersdenkers, een mooie hangplek vonden in dit brede vakgebied. De main stream in international economics bestond uit het wat esoterische terrein van de gevestigde handelstheorieën die zowel van een wonderbare elegantie als van een onontkoombare juistheid waren en bovendien het grote wiskundige gelijk van de neoklassieke theorie aantoonden. De mainstream had genoeg aan zichzelf, het schoolbord en de tweede orde voorwaarde. Hierdoor bleven alle overige relevante factoren als gat in de markt over voor de hetrodoxen die zich dus met van alles en nog wat konden bezighouden (van landbouw tot instituties, van analfabetisme tot schuldenproblematiek en van kapitaalbehoefte tot basisgezondheidszorg). Een breed en wisselend palet van creatieve oplossingen was kenmerkend voor de voortgang die geboekt werd in het denken. Dit bleek tegelijkertijd een vruchtbare voedingsbodem voor het beleid en het leverde een vak op dat erg in trek was bij studenten.
Van die dynamiek en dat élan is weinig of niets overgebleven. In academisch Nederland vinden nog maar een paar toonaangevende ontwikkelingseconomen emplooi (en heel vaak noemen ze zich nadrukkelijk niet zo). De relatie tussen de toonaangevende Nederlandse economische wetenschappers en de beleidsmakers van Ontwikkelingssamenwerking is dor en droog {1}. Dat roept de vraag op hoe een ooit zo sterke, vruchtbare en productieve symbiose tussen wetenschap en beleid binnen een generatie teloor heeft kunnen gaan? En de tweede daarbij behorende vraag luidt is dat dan erg?
Ontwikkelingsprogrammering (zo heette dat vak in mijn tijd écht) was een vak waarin de maakbaarheid van de samenleving voorop stond. Als het vak teloor is gegaan omdat economische groei in de realiteit natuurlijk nooit het resultaat is geweest of kan zijn van wat simpel gedraai aan macro-economische knoppen, dan is het afkalven van het vak au fond geen verlies. Dit temeer daar de kritiek van de hetrodoxen grotendeels geabsorbeerd is door de main stream economen. Het vak internationale economische betrekkingen omvat tegenwoordig weel meer dan comparatieve voordelen of Edgeworth boxen. De endogene groei school kijkt ook naar corruptie en governance. Er is ruimte voor de analyse van factoren die voorheen als veel te soft voor de economische wetenschap werden gezien, zoals cultuur, geschiedenis of diplomatie.(2) De grenzen van de wetenschap zijn opgeschoven en omvatten nu ook de gedachten die voorheen anders en vreemd waren. Beleidsmatig is ontwikkelingssamenwerking geprofessionaliseerd, gebureaucratiseerd en grotendeels uitbesteed via de wereldbank en organisaties als Novib. Zo bezien is de factor “ontwikkeling” geen onderscheidende factor meer, omdat de ruimere gereedschapskist van economen prima op alle landen kan worden toegepast: geldpompen heeft geen zin (hier stelt de absorptiecapaciteit grenzen) en de belangrijkste determinanten zijn de basiscondities: (internationale) marktwerking waar mogelijk, stabilisatie en voorspelbaarheid van macro-economische omgeving en schuldpolitiek, en een heldere en transparante governance structuur. Voortschrijdend inzicht kan men niet betreuren.
Toch mis ik het idealisme en het debat. Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid wordt niet langer gedreven door economische denkkracht, maar is vervallen tot een bedrijfskundige haast mechanische aanpak waarbij sectorale of thematische projecten binnen het kader van een vastgestelde en niet ter discussie staande landenlijst worden uitgevoerd. De toon is bureaucratisch, het vertrouwen in de rationaliteit van de quasi objectiveerbare projectdoelstellingen is groot, maar door de partiële aanpak is het totaalplaatje buiten beeld geraakt. De universitaire wereld is wel erg braaf geworden, want het onderzoek is gericht op de ranglijsten en op die ranglijsten komen de excentriekelingen, de warhoofden en de Don Quichotes niet naar boven. Het lijkt er soms wel eens op dat je in de academia tegen je pensioen moet zitten om een afwijkend geluid te kunnen laten horen dat er toe doet. Op straat en in de internationale instellingen wordt gedebatteerd; op de Nederlandse universiteiten is van een breed georiënteerde macro-economische analyse van het insiders-outsiders vraagstuk op wereldschaal allang geen sprake meer. En dat terwijl dat toch eigenlijk de kern is van het ontwikkelingsvraagstuk dat vooral een verdelingsvraagstuk is. Die focus verschaft dwingende redenen voor handelsliberalisatie in sectoren waar de have’s soms iets te verliezen hebben, maar waar een wereld te winnen is.
(1) Het ministerie van Financiën zoekt de kritische dialoog over ontwikkelingsvraagstukken wel zie bij voorbeeld: Jan Joost Teunissen en Age Akkerman (red.), Protecting the poor. Global financial institutions and the Vulnerability of Low Income Countries, FONDAD, Den Haag 2005
(2) Vergelijk mijn Economic diplomacy, trade and commercial policy, Positive and negative sanction sin a New World Order Edward Elgar, Cheltenham 1994.







































