dinsdag, juni 23, 2009
+ 43° 9' 16.82", +10° 32' 23.63"
Het economendagboek is op vakantie
woensdag, juni 17, 2009
Open source
Met Rolph en Arjan sleutelde ik de afgelopen weken aaniets inspirerends zonder dat het dwingend of micromanagend zou zijn maar ook met een gepaste afkeer van academische vrijblijvendheid. Uiteindelijk kwamen we uit op iets innovatiefs: Peter van Bergeijk, Arjan de Haan and Rolph van der Hoeven are coordinating this project thus providing a common framework, so to say an 'open source system', for research on the financial crisis at ISS. Individual researchers will continue to be responsible for their own research agenda. This research will be discussed at a seminar on October 29, 2009, where non-ISS academics and practitioners will give feedback. On the basis of the outcome of this seminar a second round of drafts will be produced. The coordinating team will provide an overview of research results that will be one of the inputs for a conference in May or June 2010. the papers and proceedings will be published in a refereed international scientific outlet.
Renaissance man
Verder, schreef Steven, Chris vraagt om suggesties voor de omslag - ik zou zeggen grijp je kans - jij schildert/ en ik weet van mijn vader dat hij het mooi vond zijn eigen omslagen te maken. Dus dat werd een ets en een voorstel. Thanks for getting back quickly on the points I raised yesterday. I had not realised you were such a renaiisance man:
congratulations on your art! (het duurde even voor het muntje viel van die renasiisance. Verder schreef Chris. I would be very happy for you to come up with a piece of original artwork which you and Steven felt would be appropriate for the gravity principle to use on the cover. It would be good if the top third of the design included a solid slab of colour over which we could print the title and authorship details of the book. Die solid slab of colour betekent eigenlijk: het geeft niet wat het is, maar zorg voor een grote vlek bovenaan. Helemaal solid lukte me niet, maar vlekken is eigenlijk nooit zo'n probleemzondag, juni 14, 2009
Oogdruk
Aad vroeg me toch nog onveracht of we de nieuwste serie litho's niet samen konden uitgeven. Dat kan natuurlijk. De stenen staan er immers allemaal nog dus er kan ook professioneel gedrukt worden en op 1 maat papier, zodat het werk individueel en in serie kan worden afgezet. Een folder met een eerste indruk kan worden downgeload door links op de links te klikken (het is de bovenste link). Het is allemaal nog work in progress, maar de kaders staan en dan gaat het uiteindelijk altijd wel lukken is mijn ervaring. Ik ga het werk ten doop houden op 29 oktober als onderdeeel van de expositie "Antidotes from the dismal science", waaraan ook meedoen Hans Abbing, William Baumol, Liesbeth Bos, Rossella Bargiacchi, Marc Eijskens, Gerrit Faber, Philip Hans Franses, Erik Kloosterhuis, Jan Pen, Ric Richardt en Winand Staringzaterdag, juni 13, 2009
Gravitas
"Introspectie" schreef Steven ooit in de kanttlijn bij een passage over conflict in het manuscript van mijn proefschrift dat ik hem voor commentaar gaf. Dit keer had dat kunnen staan naast de passages over mid-life crisis en comeback in de introductie die we samen schreven als ineding van The Gravity Model in International Trade: Advances and Applications. Het manuscript ging gisteren op de post naar cambridge University Press en ik leverde nog nooit ergens zo'n dik werkstuk in. Ook moesten er vragenformulieren worden ingevuld voor de marketing afdeling en dan moet je nooit terughoudend zijn, is mijn ervaring: This book provides a broad spectrum of the literature on the gravity equation, one of the oldest and widely applied trade models in which distance features among the key driving factors. The book traces the history of the gravity model and takes stock of recent methodological and theoretical advances, including new approximations for multilateral trade resistance, insightful analyses of the measurement of economic distance and analyses of foreign direct investment. Detailed discussions of estimation issues related to trade costs, intangible trade barriers and instances where trade does not occurs put into perspective the strengths and weaknesses of this trade modeling tool both for academic researchers and applied trade policy analysts. The versatility of the model is demonstrated by many concrete applications at different levels of aggregation. The topics covered include the impact of regional trade agreements, cross border mergers and acquisitions, the trade effect of environmental treaties, the role of embassies in East-West trade and the impact of cultural and institutional difference between countries. We feel that this truly is a unique book. For one thing we have all major advances of this model on board and this book brings together authors that published in the top journals and trade economists and policy makers that work in the top policy institutes. We believe that many policy makers are confronted with the outcomes of the gravity model and would gain from having this one source that allows them a good understanding of the methodological and theoretical issues at stake. We like the broader historic perspective as well: The model originated in the Netherlands, the major methodological break through has been in the US and in this book the old and the new meet. This bridge provides value added and gives it a unique position in the literature.Economendagboek: Small talk
Economendagboek: opening remarks
woensdag, juni 10, 2009
Verdwaalde mededelingen en berichten XI
vrijdag, juni 05, 2009
Een souvenir dat je nareist
Die had ik niet waargenomen en ik kon me ook niet goed voorstellen waar ze geplaatst zouden worden in Den Haag, maar vanmiddag stonden ze er dus wel (en misschien waren ze vanochtend ook wel maar toen liep ik een artikel te lezen).
Pontifikaal - wel op andere sokkels dan ik me herinnerde (en nu ik er de vakantiefoto's bij heb gezocht blijkt dat te kloppen) - op het Lange Voorhout midden in het groen en geheel anders dan in de Italiaanse blakerende zon of in het nachtlicht tussen de flanerende Italianen. Op zich vreemd om de exotische gevaarten zo op het Haagse plaveisel te zien. Maar wel geinig dus en dat ook omdat het zo geheel onverwacht is. Het is ook een beetje een weerzien dat je overvalt omdat de kunstwerken vorig jaar zo een diepe indruk maakten en je je realiseerde dat je het niet meer zou zien. Niet dat ik de sculptuur net zo goed tot z'n recht vind komen - ik denk eerlijk gezegd dat het me niet zo zou zijn bevallen als ik de beelden in omgekeerde volgorde op locatie had gezien, maar toch. Een souvenir dat je nareist dus.
En ook nog eens just in time om je in de stemming te brengen voor de volgende Italië reis. Dat zie je niet vaak. Nog twee weken dan zit het werk er even op. Geluukig, want het is veel te druk geweest. Edward Elgar meldde me dat ik rap mijn eerste exemplaar krijg van Economic Diplomacy and the Geography of International Trade (met op het omslag de 'Homo globalicus' en een opdracht aan de dames (au fond deed ik het daarom) en Steven kreeg de bijna laatste versie van de 'Resurection of the gravity model' in het electronische postvak. De colleges '4312' zijn vanmiddag afgehecht, volgende week is er nog de kennismaking met CERES en poets ik tussendoor af en ruim ik op. Hoogste tijd voor een mentale siësta.
donderdag, juni 04, 2009
Wat gaan we stemmen vandaag?

Ik zeg maar zo: een stem voor Europa is een stem tegen Wilders.
(en het was verder heel aardig om weer met een oud stukje technologie onze mening te kunnen laten horen: het rode potlood is weer helemaal terug)
vrijdag, mei 29, 2009
vijf jaar vertraging
"The second edition appears with a delay of five years" schrijft Frits, maar het is juist een prestatie als een dissertatie over een taai onderwerp als de Nationale Rekeningen als commerciële wetenschappelijke uitgave verschijnt. Broederlijk staan de eerste en tweede druk in mijn boekenkast naast elkaar en met stelling 10 bij het proefschrift ben ik het nog steeds eens: Teveel vanzelfsprekend vertrouwen in de kwaliteit van statistieken is slecht voor de statistiekdinsdag, mei 26, 2009
Wat voor weer zou het zijn in Den Haag?
Ijskoude voeten hield ik er aan over, maar mijn optimisme kent dan ook geen grenzen en vanochtend trok ik de sandalen aan waarvan ik verwachtte dat ze me tegen het eind van de dag wel zouden bevallen. Maar nee. Zeiknat arriveerde ik op Campus Leiden. Gelukkig moest het klasje aanstormend Buiza talent er erg om lachen (en dat hielp al tegen het ietwat depri college over de invloed van de crisis op ontwikkelingslanden) en werden de twee uur dat het betoog zich ontvouwde gebruikt om als geschenk voor de spreker een hightech stormresistente paraplu te organiseren. Dubbel toepasselijk in het zicht van de tsunami van slecht economisch nieuws die op en overons afrolt. En zo kwam ik toch nog opgedroogd thuis.donderdag, mei 21, 2009
Een nieuw pad
Het tekent zich al wel een paar maanden af. Selwyn gaf er in Januari onbewust een zetje toe omdat hij me de catalogus gaf "vitaliteit in de kunst" uit mijn geboortejaar (en bovendien een boek van en over Henri Michaux). Het zwart wit bleef me bij, want toen ik het zag dacht ik "ja, cool, dàt is het". En nu ik het boekje weer herbekijk om te zien dat het eigenlijk in niets lijkt op wat het bij mij uit al die inspiratie is geworden, valt mijn oog op de toepasselijke openingszin "ja, je moet een spoor achterlaten" uit de ene bundel en het voorwoord uit het andere boekwerkje"Comme j'écris pour trouver, je peins
pour trouver, pour retrouver, pour recevoir
en cadeau mon propre bien que je possédais
sans le savoir
Inderdaad, dat is het en iedereen die me vroeg wat er achter zit en niet helemaal goed begreep waarom dit onbelangrijk is of zou kunnen zijn, heb ik terecht gezegd dat ik dat nog eens moest uitzoeken als ik tijd had. Kortom, ik ben helemaal terug bij zwart wit. Dit keer niet in pen, maar in litho. Dat het uit vrije wil gebeurt is iets nieuws, want ik deed altijd wat met kleur en kleur deed me ook wat. Desondanks nu zwart wit en ofschoon het somber oogt ben ik er niet somber onder. Als het niet zo pathetisch klonk zou ik zeggen dat ik de angst voor het zwart wit overwonnen heb.
De thematiek is op zich wel herkenbaar al weet ik dus niet precies wat het betekent. Het is unheimisch, wreed en verwarrend, maar het beangstigt me allemaal niet. Het is steeds weer een verrassing hoe een beeld zich vormt en doorvormt tot iets dat het ook echt moet zijn. Belangrijk is verder dat ik het toeval steeds meer toe weet te laten. Bij schilderen doe je dat ook wel, maar als het dan niet helemaal goed gaat pak je een krant en trek je de verf er af (of een dot poetskatoen met verdunner).
Dat is anders heel bij grafiek. Tot nu toe bouwde ik het beeld wel op met laagjes lithoinkt die niet voorspelbaar neersloegen, maar het proces was gepland en beheersbaar. Maar nu laat ik het toeval veel meer toe en ontstaat het werk deels buiten me om.
Het bevalt me wel en het levert werkstukken op waarvan ik weet dat ik er over vijf of tien jaar nog tevreden over zal zijn. Er staat nog heel wat op stapel en ik heb niet meer genoeg aan één steen. Het komt overigens goed uit want voor een volgende expositie wil ik een samenhangend oeuvre hebben en deze nieuwe lijn heeft wel wat.
Ik sprak er al wel met heel wat mensen over, vooral ook omdat ik de proefvellen ophing in mijn kamer om er aan te wennen en er over na te kunnen denken. Maaike, Louk en Frank konden het bijvoorbeeld zien (en in de context van de overigens fel gekleurde schilderingen van vroeger).
Maar soms komt zoiets ook buiten het ISS of mijn atelier ter sprake omdat het nu eenmaal iets is dat me erg kan bezighouden en ik er bovenal enorm enthousiast over ben en dan moet je het aan Albert vertellen in een bruine kroeg en aan Desiree op een terrasje aan een Amsterdamse gracht en dan blijkt dat grafiek uitleggen zonder visuele ondersteuning bijna onmogelijk is. Jacques begreep de kern van de boodschap dan weer wel direkt en was blij dat het weer veel beter met me ging.woensdag, mei 20, 2009
What's in a name
Frans mailt me: "Per toeval stuitte ik op uw naam bij het zoeken naar kunst in Nieuw Vennep waar we pas een paar jaar wonen. Ik vroeg me af of het een artiestennaam is of uw eigen naam. Ik kom uit het dorp met de naam Bergeijk. Door de mensen in dat dorp die wat moderner praten wordt het uitgesproken als “Burgeik” en de mensen die nog echt “plat” praten noemen het “burgaaik”. Uiteraard spreken de abn-ers in het dorp de naam uit als “Bergeijk” dit in tegenstelling tot de platprater die het Nederlands bezigen, die spreken het weer uit als “Bergeijk”. Volgens de deskundigen en het wapen van het dorp gaat het om een berg en een eik. Maar als je de uitspraak van de autochtonen hoort is het meer een burg met eik. Zou ook kunnen want het dorp heeft blijkbaar ooit een burcht gekend. Het dorp heeft een –in harmonie-land- bekende harmonie met een eigen lied en eigen standbeeld. Bergeijk heeft als veel dorpen in de Kempen een driehoekig Frankisch plein met een kerk, een muziekkiosk en een kei en bij voorkeur is het plein geplaveid met kinderkoppen. Met groeten,
F. van Houts
't hèrmenieke van Bergeijk
dè spulde toch zo schon
èn ze hebben saam geklonken
ze hebben saam gedronken
refrein
van 't gerstebier van kyrië
‘t gerstebier van kyrië
't gerstebier van kyrië eleïson
de pastoor van Bergeijk
die is er toch zo rijk
èn als ie komt te sterven
drinkt heel Bergeijk van d'erven
èn de koster van Bergeijk
die vergat 'ne keer een lijk
want ie had te veel geklonken
hij had te veel gedronken
èn den dokter van Bergeijk
die hi haost gin praktijk
want ie kan zo vlug nie wezen
of ze zijn alweer genezen
èn het raodhuis van Bergeijk
dè is 'ne kelder rijk
èn in die grote kelder
daar schuimt het toch zo helder
Latere toevoegingen o.a. door dokter Albert Smulders, door de fraters van het groot seminarie van de paters Assumptionisten te Bergeijk en door dichtende feestvierders:
èn den bakker van Bergeijk
die wordt er toch nooit rijk
want als ie hi gebakken
dan gaat ie er eentje pakken
èn het örgel van Bergeijk
is tien registers rijk
èn zijn ze muug van 't trappen
dan gaon ze deur mee tappen
èn de brandspuit van Bergeijk
die vond de put vol slijk
èn om 't vuur te stuiten
zijn ze mèr gaan spuiten
èn 't dörpke van Bergeijk
dè is zo kinderrijk
èn toch bij elk nieuw kindje
drinkt heel Bergeijk een pintje
èn de kapper van Bergeijk
die lust 'm ook gelijk
al staat ie haar te knippen
dan lèkt ie steeds z'n lippen
èn de postbooi van Bergeijk
die vliegt door elke wijk
èn bij elke expresse
gaat hij zijn dorst weer lessen
èn in dè schon Bergeijk
laog'k in de wieg te prijk
èn 'k was nog ginnen hèlle
of 'k begon al te bestellen
In een studentenbundel uit Tilburg leest men nog:
èn de bumkes (1) van Bergeijk
die bloeien toch zo rijk
dat komt van 't staag begieten
der Mima Requisieten
In 'Den Brembos' van Harrrie Beex en Floris van der Putt vond ik nog:
èn de paters van Bergeijk
die lusten 'm gelijk
èn bij de recreatie
drinken ze saam een glaasje
Op de Weebosch zingen ze:
èn de mister van Bergeijk
die hi altijd gelijk
hij leert de kiendjes zingen
èn laot ze pintjes drinken
1) . Bedoeld zijn de fraaie, oude lindebomen die eertijds het marktplein rond de kiosk sierden. Ze zijn ondertussen vervangen door nieuwe.
Harrie Franken, Bergeijk-Weebosch, jan. 1994
dinsdag, mei 19, 2009
Enige interessante puzzels en wat stukjes
Mark vroeg het en ik wist natuurlijk niet direct een antwoord. Is het nu echt zo erg. We zijn straks net zo rijk als in 2006. Is dat nu zo erg. En... Op wereldschaal kun je toch niet beyond your means leven. een land kan meer besteden dan het produceert, maar alle landen tegelijkertijd - dat kan toch niet.
Ik herken de verwarring wel. In de aanloop naar de crisis van 1987 wisten we het op het economisch bureau van de ABN ook niet meer. Met Franke en Kees speelden we het vast voor (want het kon volgens ons niet uitblijven). Wat zou er straks gaan gebeuren als een beurskrach toesloeg? We boden met monopoly-geld en toen sloeg ik op tafel en riep "Krach". En kijk we waren armer, want de aandelen waren niks meer waard. Maar al het geld lag er nog... Dus wat was er nu weg. Een illusie. Maar zelfs met monopoly geld deed het een beetje pijn.
Ik herken de verwarring wel. In de aanloop naar de crisis van 1987 wisten we het op het economisch bureau van de ABN ook niet meer. Met Franke en Kees speelden we het vast voor (want het kon volgens ons niet uitblijven). Wat zou er straks gaan gebeuren als een beurskrach toesloeg? We boden met monopoly-geld en toen sloeg ik op tafel en riep "Krach". En kijk we waren armer, want de aandelen waren niks meer waard. Maar al het geld lag er nog... Dus wat was er nu weg. Een illusie. Maar zelfs met monopoly geld deed het een beetje pijn.
maandag, mei 18, 2009
Think of something very boring
Een drukke dag vandaag. Eerst een special research in progress seminar waar de eerste versie van "Is economic and commercial diplomacy useful for developing countries?"ten doop werd gehouden. Mina was er speciaal voor over gekomen en terwijl hij van al het commentaar dacht "O-oh", dacht ik "prima, debat - het moet dus wel een goed paper zijn". Grote vreugde overigens dat tenminste een van mijn Tinbergen boeken weer is opgedoken, want die lag bij Mina thuis en is nu dus weer terug in de boekenkast (en nog drie andere boeken overigens die ik al wel had gemist maar nog niet zo node). Enfin, ze zijn weer terug. Verder bleek Mina nog net zo eigenwijs als toen hij studentassistent wss op EZ.
Daarna moest snel worden afgereisd naar het CPB. Hier was de verrassing dat iedereen stipt op tijd was en dat iedereen er ook was toen we vanaf het ISS naar het CPB zouden afreizen. Beide zaken zijn opmerkelijk bij de huidige jaargang van ISS studenten. Ook waren we blij met de grote opkomst en ook daarom maakte ik van de trap van het CPB gebruik om een groepsfoto te maken. "Think of something very boring" riep ik snel en iedereen moest lachen. Daarna was er een bijna drie uur durende inleiding met veel vragen en zelfs heel wat discussie waarin zowel de organisatie, het takenpakket en de institutionele inbedding van het CPB werden toegelicht die internationaal gezien minimaal uitzonderlijk zijn.
Marc had er zichbaar zin in "I have a lot of transparencies and we will also discuss the financial crisis" en introduceerde mij als de boss van zijn boss toen we nog op DNB werkten. Als dank gaf ik hem het ISS kookboek want terwijl niemand het meer weet geldt voor het ISS "we do have a recipe" en twee flessen wijn omdat de crisi over liquiditeit gaat en een ongeluk nooit alleen komt.Mooier dan dit
Muzikanten dansen niet, maar toen het economendagboek net als de andere duizenden dansers meedeinde op de beat van de dijk werd hem dringend verzocht te gaan zitten. Achter en ook naast het economendagboek zaten enige muzikanten blijkbaar, maar de rest van Caprera dacht ook "ik heb een staplaats gekocht" dus ik wisselde met plaats van Hanneke en liet de ouwetjes in hun sop gaar koken. Op het eind van het concert bleek de kredietcrisis weer keihard te hebben toegeslagen. De noodleidende gemeente Bloemendaal die door onverantwoord financieel beleid op de rand van de afgrond balanceert had haar dienders uitgestuurd om bezoekende buitenburgers te bekeuren.
Minstens honderd auto's werden a raison van zestig euro aangeslagen omdat ze op aanwijzing van een verkeersregelaar hun voertuig in de berm achterlieten. Een ongekend hoog bedrag waarvoor je ook zomaar twintig kilometr te hard kunt scheuren. De burgemeester verdiende al mel al meer aan het concert dan de dijk zelf denk ik. Enfin, een dag eerder hadden de dienders natuurlijk ook geen bonnen kunnen uitschrijven omdat het toen regende, dus ik begrijp het wel.zaterdag, mei 16, 2009
Drama, trauma, catharsis, tragedy
Je moet er altijd even op wachten tot hij ook echt op de deurmat valt, maar dan weet je ook hoe je op de voorkant van de ESB staat. Niet het enige drama dat tussen de post zat overigens. En de redactie had ook de alinea uit de column op de inhoudspagina gezet die het belangrijkste was: "De teloorgang van nationale kampioenen kan traumatiserend werken, maar ook de sleutel vormen voor beter en doelmatiger beleid. De casus ‘Fortis’ zou wel eens even waardevol kunnen zijn voor de inrichting van het toekomstige toezicht op de financiële sector, als het RSV-drama is geweest voor het beëindigen van de ouderwetse industriepolitiek op het ministerie van Economische Zaken."Alle engelse woorden moesten overigens wijken voor het onverbiddelijke redactiepotlood. De column heette eerst good ministry, bad ministry waardoor de grap (bad bank) beter uit de verf kwam, en verder sneuvelden regulatory capture, doomsday scenario, checks en balances, toxic assets, too big to fail en too big too rescue. Maar slipstream ontsnapte om de een of andere reden aan de aandacht en ik liet het lekker staan. Ook is het gek bij zoveel anti-anglicisme gewoon doodleuk column boven het stukje te zien staan. Bij NRC ging het redactieproces sneller "goed stuk - wij halen er hier de tikfouten wel uit". Het stierf van de tikfouten maar ik moest het dan ook tijdens de aanloop naar een aanval van niet-Mexicaanse griep afscheiden.
In 1933 publiceert Jan Tinbergen bij de Arbeiderspers een handzaam boekje “De Konjunktuur”. Tinbergen bespreekt voor de socialistische achterban de analyse van de economische golfbeweging en tegen deze achtergrond beschrijft hij ook de veranderingen in de wereldeconomie die zich in de aanloop naar de Grote Depressie voltrokken. Veel van wat Tinbergen rond zich ziet, herkent de krantenlezer van vandaag. De levensverwachting stijgt. Er is een sterke internationale verplaatsing van productie naar de periferie (de “primitieve, pas kort kapitalisties ontgonnen gebieden”). Er komen nieuwe producten op de markt zoals auto’s en radio’s (en sommigen dromen al van autoradio’s) en deze nieuwe industrieën jagen een sterke opleving aan die zich vertaalt in een ongekende hausse op de effectenbeurzen. Het kredietstelsel ontwikkelt zich in nieuwe richtingen: kopen op afbetaling wordt steeds normaler en er komen investment trusts. Zo schetst Tinbergen het toneel waarop de Grote Depressie los is gebarsten. Tinbergen zit middenin het toneelstuk. Hoop en wanhoop wisselen elkaar af. De vertrouwenscrisis in 1931 lijkt een catharsis maar het voorzichtig herstel in 1932 slaat in 1933 in een volgende fase van financiële neergang om. Hoe zal dat aflopen? Is er eigenlijk wel een oplossing voor de economische malaise denkbaar? Tinbergen weet het ook niet: “zal de werkloosheid van meer dan 10% … na enkele jaren voorbij zijn of zal ze tien, twintig jaar duren?”
Als Tinbergen, die later de eerste Nobelprijs voor de economie zal krijgen, het na vier jaar nog niet weet, dan mag het geen verwondering wekken dat ook vandaag de dag de deskundigen van mening blijven verschillen over de ernst en de duur van de financiële crisis. Van de bundel Bankroet die Egbert Kalse en Daan van Lent nog geen anderhalf jaar na het uitbreken van de Tweede Grote Depressie publiceerden, mag de lezer dus op voorhand niet meer verwachten dan een contemporaine visie op wat er waarom mis is gegaan. Een eerste duiding vanuit de loopgraven als het ware. Het is overigens een uiterst verdienstelijk verslag en dat zeker niet in het minst omdat Bankroet op heel begrijpelijke wijze veel inzicht geeft in de werking en risico’s van de de vele gecompliceerde producten die in de financiële sector zijn ontwikkeld.
vrijdag, mei 15, 2009
Japan = best OK
Tot verbazing van Jan en Maaike verliet ik Clingendael gisteren zoals ik gekomen was, namelijk te voet en al wandelend kwam ik langs de Japanse tuin die er niet alleen mooi bij lag, maar ook heel bijzonder omgeven was door een enorme haag van rhododendrons in allerlei felle en vreemde kleuren.donderdag, mei 14, 2009
Ondertussen op EZ (tevens: Verse BOFEB)
Op EZ konden we vandaag overgaan tot het feestelijk vernietigen van het naambordje dat nog steeds op B30K180 hing ofschoon toch evident was dat het economendagboek daar geen redactiedependance meer had. Dit gebeurde dan tijdens een geanimeerd BOFEB colege waarvoor ik een half uur te vroeg was, maar dan weer wel een half uur langer dan gepland kon doorgaan. Zelfs lenin kwam ter sprake en het kartelregister en dat is niet mis voor een college. Enfin.De BOFEB directie had dit keer overigens voor een vrijwel perfecte spreiding gezorgd al was de UvA iets over vertegenwoordigd
Utrecht: Janneke BarnesRotterdam: Leon van Berkel en Remco van Monfoort
Groningen: Renate Elling en Mark Jansema
VU: Ilse van Ginkel
UvA: Youri Goudswaard, Rutger Sonneveldt en Gijs van de Vlugt.
Maastricht; Sjors Martens
woensdag, mei 13, 2009
Een bijzonder gebouw
Met John raakte ik aan de praat over het ISS en dat de architectuur me zo deed denken aan het neoklassieke ministerie van EZ en wat bleek: beide gebouwen zijn van Daniël Knuttel. EZ is wel veel saaier omdat de bouw werd afgerond door bouwm,eester Bremer die veel decoratief werk liet aanbrengen door Joop van Lunteren. En er is zelfs een folder over het gebouw.dinsdag, mei 12, 2009
Een treinreis met herinneringen
Vandaag legde ik een deel van de route Rotterdam - Alkmaar af, namelijk vanaf Den Haag via Haarlem naar de noordpunt van Noord-Holland. Een route die ik in het midden van de jaren tachtig wekelijks ondernam omdat ik in Alkmaar werkte en woonde en in Rotterdam een werkcollege volgde; het zelfde werkcollege dat de herrinnering is die de basis vormde voor de start van dit weblog vijf jaar geleden. De reis richting Alkmaar stopte overigens in Heiloo; de reden was een onverwacht en definitief afscheid. Ik denk de route eigenlijk niet nog een keer af te zullen leggen.Verdwaalde berichten en mededelingen X
zondag, mei 10, 2009
Stilte voor de storm?
Ach het was geen kalshovenweer, maar genoeglijk was het dan weer wel en het was au fond een prestatie de enige windstilte te vinden in een maand van stormachtige winderigheid. Ook al was er geen zeilen in zicht, dobberen in de zonneschijn is ook niet slecht voor het debat. Het ging weer over van alles. Vanaf een wild plan voor een particulier initiatief participatiemaatschappij voor starters die geen kans maken bij de banken tot prangende analyses van de economie. Frank's kaart in de mouw is dat de kosten voor de bankensector schromelijk overschat worden. Diepe indruk maakte daarentegen zijn inzicht toen de buitenboordmotor niet wilde starten. Frank weet ook niks van techniek. Even ging hij nog de fout in en riep "Bougie" maar toen ik hem vroeg of hij er wat van wist keerde hij snel met beide benen op de grond terug. "Staat de benzine kraan open". Dat en (omdat je ook altijd aan de andere kant moet beginnen) het ventiel voor de lucht stond dicht.grote vreugde en het is me wat
circa 1000 profile views
619 berichten.
78 schilderingen en drukken
37391 bezoekers
57401 pageviews.<
vrijdag, mei 08, 2009
Een enorme teleurstelling
Denk je vijf kilo af te zijn gevallen en dan blijkt de weegschaal kapot. En dan dit ook nogVan: ProgressReport@fitlinxx.com
Verzonden: vrijdag 8 mei 2009 21:09
Aan: trainen@peter.nl
Onderwerp: Technical glitch on our monthly run of the progress reports
Dear member,
We had a technical glitch on our monthly run of the progress reports and as such the data you have may be suspect. Though a lot of you have reports that are perfectly correct there are some cases where you may have been credited extra workouts, or a workout may not have appeared.
We are currently working to resolve the issue and at that time we will re-run the progress reports for April. We will run May's progress reports as scheduled.
We apologize for any inconvenience you may have.
Tok tok tok tok
Een praatdag vandaag en het Economendagboek betrok het bureau in de achtertuin van het heden en dus voor het eerst in de zon, maar later ook in een bruinig etablisement waar de koffie prima was. De gespreksonderwerpen waren divers. Zo wil het weblog van de beleidseconoom het economendagboek de loef afsteken door gigantische hoeveelheden hits te scoren, maar deze concurrent vrezen we vanzelvers niet. Verder werd er gesproken over stoelen, de kleur zwart en over de conflictologie (dit alles in wisselende gezelschappen). Ook werd er bij enige herhaling gevraagd wat ik nu zou gaan stemmen. Om de een of andere reden moest ik aan kip denken.
Voor Moeder!
dinsdag, mei 05, 2009
Dries
Om de een of andere reden kwam Dries ter sprake en Aad vertelde me dat hij was overleden. Ik wist het niet. Ooit schreef ik een verhaaltje over hem (en over mezelf). In de trein treft Marhijn de zoon van de schilder. De schilder is beroemd en heeft de zelfde initialen als de zoon. Daarom verkoopt het werk van de zoon iets beter dan het verdient, maar de vader die de zoon wèl verdient, kreeg hij niet. De schilder verliet de zoon, die achter bleef in een huis waar ook zijn Roemeense oma woonde. Een oma die tot hem sprak in een taal van dode voorouders, die zijn moeder tiranniseerde en hem voorbereidde op een levenslange vlucht voor het andere geslacht. De schilder is rijk, zeer rijk. De zoon is arm, zeer arm. Dikwijls zwerft de zoon en slaapt dan bij vrienden of als het even kan in de hooiberg van de kinderboerderij. Marhijn heeft die identieke initialen nooit kunnen begrijpen.
Overigens is Marhijn ervan overtuigd dat het feit dat de vader de zoon verliet en nooit echt naar hem omkeek, er uiteindelijk minder toe doet dan de genetisch bepaalde aanleg voor etsen, uitbeelden en kleurkeuze. Als Marhijn de schilderszoon tegen komt is hij altijd blij dat hij de naam van zijn eigen vader lang geleden al vergeten is.De schilderszoon praat meestal met Marhijn over de lekkere geur en de mooie glans van olieverf, over het gebrek aan passie van acryl, over de soorten doek, karton, papier en andere dragers, of over de goeie grap. De goeie grap wordt gemaakt wanneer iemand de zoon van de schilder vraagt naar de betekenis van een schilderij: "Wat zit er achter?" De schilderende schilderszoon pakt het doek dan op en kijkt er achter en zegt "Nou, ik zie niks" .
Marhijn is er vaak bij geweest als de goeie grap gemaakt werd en moest dan altijd onbedaarlijk lachen. Vandaag praten ze over kleur. Ze zijn het eens: rood, geel noch zwart of wit: er is geen kleur die pakt, waarmee je droefheid schilderen kunt. Leven is boetseren, zegt Marhijn. Of uit steen gehouwen worden, vult de schilderszoon aan. Ook dit is een goeie grap. Ze hebben veel plezier. Toch zijn de schilderijen van de schilderszoon vaak als verstild verdriet. Er staat een schilderij op stapel dat "verstoting" heet. Marhijn krijgt de voorstudie in pastel. Het is meer een schilder-ei, zegt Marhijn en de schilderszoon verstaat het.zondag, mei 03, 2009
Nieuw aan het firmament
"Economie is altijd in ontwikkeling. De vraag waar het heen gaat houdt hele volksstammen bezig, van kleine aandeelhouders met volkstuintjes tot staatshoofden. Aan interesse voor economie dus geen gebrek. Helaas blijken interesse en begrip geen statistisch positief verband met elkaar te vertonen" aldus economie in ontikkeling waar selwyn nu blogt. Belangrijkste gadget is hiernaast gereproduceerd: het schoolbord (waarop denk ik de grafische afleiding van de LM curve staat).zaterdag, mei 02, 2009
Eindelijk af
Tussen eind maart en begin mei moesten onverwacht toch nog honderden layout en spellingsfouten worden gecorrigeerd. Op een gegeven moment was ik het zat en begon ik terug te mailen aan Emma dat ik perfectly happy was. Dat leverde dan weer mailtjes op als That’s great, thank you. In case you were interested, the other things I saw were unindented paragraphs on pages 109, 110, 117, 139, 141, 155 and 161, and bullet points without spaces either side on page 169. Also, a strange dot has appeared on the figure on page 139.Maar nu is het dus af. En mijn naam is ook nog correct op het kaft gekomen. Bij de voorkant hoort de tekst die op pagina iv van het binnenwerk staat: Cover illustration based on Peeter Burgeik, ‘Homo Globalicus’, 2008, wood cut and lithography, printed on the KARL KRAUSE press at Steendrukkerij Aad Hekker, Amsterdam
vrijdag, mei 01, 2009
"Rood!" wappert het vaandel
1 mei. Dag van de arbeid. En om het te vieren een 2-pager in ESB over de ineenstorting. Dit keer niet van het kapitalisme maar van de wereldhandel. ... en de internationahahale zal heersen op deez aard... Dat kan dus nog verkeren met het internationale, althans waar het de handel betreft. Somberte troef en zelfs nog somberder dan het CPB of de OESO wat het artikel wel reliëf geeft. En dit op basis van een nader onderzoek van een stuk of twintig grote financiële crises in de afgelopen decennia.De wereldhandel dreigt in te storten. Over de precieze omvang van de daling verschillen de prognoses die in de aanloop naar de G20 naar buiten zijn gebracht, maar over de substantiële krimp die dit jaar optreedt bestaat geen verschil van mening. Opmerkelijk is dat de huidige inzichten behelzen dat volgend jaar alweer herstel optreedt. In die zin zijn de internationale organisaties eendrachtig optimistisch voor 2010.en
Figuur 1 laat zien dat de daling van het invoervolume tijdens een financiële crisis substantieel is. Deze bedraagt, de waarnemingen voor 1929 niet meegerekend, gemiddeld 25 procent, waarbij de duur van de krimp gemiddeld vijf kwartalen beloopt. Indien men aanneemt dat de omvang en het herstelproces van de individuele financiële crises ook maatgevend zijn in de huidige context dan wordt de diepte van de val van de wereldhandel door de internationale instituties fors onderschat, maar is hun inschatting dat de bodem in 2010 wordt bereikt goed te plaatsen. De door Maddison voor 1929 berekende gegevens nopen echter tot het plaatsen van een vraagteken bij het tempo waarmee een ommekeer zal worden bereikt; tijdens de grote depressie daalden de invoervolumina gemiddeld zestien kwartalen.Een gevaarlijke situatie zoals wel blijkt in de Volkskrant. Hoogst gevaarlijk zou je bijna zeggenDe uiteindelijke krimp is destijds gemiddeld wel van een vergelijkbare omvang geweest als die van de individuele financiële crises in de recente geschiedenis. Pas op het eind van de jaren dertig keren de handelsvolumina onder invloed van de oorlogsvoorbereidingen weer op het oude niveau terug. Bij de individuele financiële crises in de periode 1970–2000 duurt het herstel tot oude niveaus gemiddeld dertien kwartalen, met een standaarddeviatie van 7,6.
woensdag, april 29, 2009
Verdwaalde mededelingen en berichten IX
Verwarrend om in de hoofdstad in de aanloop naar koninginnendag, de vrijmarkten de 4e en 5e mei overal dit soort grafitti tegen te komen. Waar je maar kijkt, is gemarkeerd dat het bezet is. Ik dacht altijd dat die Duitsers alleen de kuilen op het strand monopoliseerden.

vrijdag, april 24, 2009
verloren vrienden
Het ergert me mateloos dat een aantal mooie boeken in de loop der tijd uit mijn boekenkast is verdwenen. On the theory of economic policy is zoek en dat geldt ook voor Shaping the World Economy – Suggestions for an International Economic Policy. En ik wilde Mary iets uitleggen over kookboekeconometrie en toen bleek Madela er niet meer tussen te staan. Maar soms vind je er dus eentje terug. Een verloren vriend die je nog hebt, maar was vergeten. Bijvoorbeeld Kindleberger die ik ergens in het begin van de jaren tachtig heb gelezen. "This is a work in history, not economic forecasting." In de marge staat in het handschrift van een kwart eeuw geleden "Helaas"zaterdag, april 18, 2009
Hooggeleerd reünireren
Het was me wat bij de spannende tijden oratie van Fieke gisteren. Het cortege was zo omvangrijk dat op diverse plaatsen spontane reunies onststonden. De DNB hoek vormde zich spontaan: Henriëtte, Olaf, Jaap, Job en Rene. In de NMa hoek stonden Rene en Jarig. En de Groningse hoek bevatte Jarig, Eelke en Simon. En daarbij hoorde natuurlijk in ieder van die drie hoeken Fieke. Ook de oratie ging er over: driehoekendonderdag, april 16, 2009
Knor knor rotjeknor
Een belangrijke dag, al was het alleen maar omdat ik geheel zelfstandig een ov chip knipkaart aanschafte en deze gebruikte om het ECORYS 80e-verjaardags-feestje "Rethinking the Development Agenda in the Perspective of the Global Crisis" te bezoeken. Iedereen was er waanzinnig enthousiast over de mogelijkheden tot verandering die de crisis bood. En over de verruiming van de beleidsruimte. Iedereen. Ook Koenders. Maar ik niet. Let me also congratulate ECORYS with its anniversary. The creation of the Nederlands Economisch Instituut at the outset of the Great Depression was motivated by poverty and developmental issues. So your rich history is inspiring and really gives hope! We need a lot of hope when we think about the Second Great Depression. I am afraid that I do not share today’s leitmotiv. Indeed, it is overly optimistic to say that “the crisis presents a window of opportunities for change”. In contrast: the crisis makes it much harder to find solutions for global issues such as climate change and poverty reduction.En ik zag er Frans terug, die me ooit aannam, Christian die ik ooit aannam, en Albert, die aio was toen ik disserteerde. Ik had geen zin in ruzie. Ik had eigenlijk moeten zeggen dat Koenders de eerste Minister van Ontwikkelingssamenwerking is die de ontwikkelingshulp metterdaad en reëel zal hebben laten zinken. Met 4% als je het CPB moet geloven, maar het zou wel eens meer kunenn zijn aan het einde van de kabinetsperiode.
Many changes are absolutely necessary but I doubt that the Second Great Depression is sufficiently large to bring these changes about. Off course this crisis is not small. It is big and still it may be too small to generate change. This is so because change requires substantial shifts in the power of nations – and those in power are unlikely to give in.
History tells us that the Great Depression did not generate a useful policy framework. It was the Second World War that brought the Bretton Woods institutions. History also tells us that more recent financial crises did not change global institutions although the need for reform was widely recognized during and after the debt crisis of the 1980s and the Asian crisis of the 1990s. We still lack global systemic coherence in trade, competition, finance and monetary policies. We still need to revive and extend multilateralism. We still need to do much better.
What are the required changes? Let me limit myself to three points on aid architecture.
First, get rid of the pro-cyclical nature of ODA. Actually, the world reduces aid when it is most needed. In the 1990s financial crises in major donor countries had a very substantial negative impact on real net aid flows. In Norway and Sweden the reduction was 10 to 20%, in Japan about 30% and in Finland even 60%. The present financial crisis is global in nature, so changing this pattern is vital.
Second, many lessons regarding aid effectiveness are still true but also irrelevant as they relate to bilateral and project based aid. The developing world now needs macroeconomic support both to fund social expenditures and to make up for the collapse of trade, FDI and remittances.
Third, the developed world has to withstand the temptation to use development aid as a tool to support their industries. Developed nations should channel their aid through multilateral or supranational organizations which are no tempted towards protectionism. Economic nationalism is the last that we need and the first that we should prevent.
Overigens was de NRC er ook.
dinsdag, april 14, 2009
Retouche

De verjaardagskalender van ESB bevat discreet niet de datum van de gebeurtenis, maar het economendagboek combineerde desondanks heden 25 jaar huwelijk met 50 jaar verjaardag - ondergedoken en met de telefoon uit. 's Ochtends moest ik er al aan geloven en ik kreeg niet alleen een fraaie verjaardagsmuts, maar ook een collectebus voor het 50+ fonds. Het onderduiken heeft overigens ook te maken met een forum bij Ecorys "The starting point and leitmotiv of the forum is that ‘the crisis presents a window of opportunities for changes’." Dat is wat te optimistisch om uit de losse pols te doen als je zo somber bent over de crisis als ik.
vrijdag, april 03, 2009
woensdag, april 01, 2009
Kikker in je bil
Oppassen vandaag want voor je het weet zit je veter los of is er een vlek op je broek. Enfin, in economenland gebeuren er de onwaarschijnlijkste dingen op 1 april die toch waar zijn. Archeopeteryx heeft opeens boeken met een resultatenrekening en eindbalans over 2007, 2008 en het eerste kwartaal van 2009 en de verschuldigde BTW is speodheidshalve direct overgemaakt naar de schatkist van Minister Bos en kornuiten waar de 176 euro een hol rinkelend geluid achterlieten. Is er in ieder geval weer koffiegeld op het geplaagde ministerie. En Marten start in een nieuwe baan waar hij nooit verwacht had terecht te komen en warmee hij van harte gefeliciteerd kon worden. Enfin, gisterenmiddag was er een lezing van Richard Koo op EZ en ik denk dat het de eerste keer was sinds 70 jaar dat het woord vraagstimulering hardop werd uitgesproken. Koo ziet de huidige crisis als een balanssheet recessie (zeg maar het grote broertje van 1929) waarbij al het geld van consument en bedrijf gaat zitten in schuldaflossen en er dus vraaguitval optreedt. Met die analyse is het economendagboek het op zich wel eens al is het te optimistisch dit als het enige probleem te zien want de vraaguitval is op dit moment niet alleen veroorzaakt door het repaperen van schuldposities maar ook door het wegvallen van de wereldhandel. Dat Japan de balanssheetrecessie van de jaren negentig overleefde zegt dus minder in de huisige context en de japanse economie is door de hoge publieke schuld ook veel kwetsbaarder voor het zware weer waarin ze nu is terecht gekomen. Dit en andere zaken kwamen uitgebreid aan bot tijdens een discussie te Diner aan huis en later in de auto met Coen die me netjes thuis afzette.maandag, maart 30, 2009
Verrassing
zondag, maart 29, 2009
Meezinger
he was tall and had a lot of brains
he was one of the giants of the dismal science
if youre found of the comics
you're gonnan love economics
vrijdag, maart 27, 2009
Collectioneren
donderdag, maart 26, 2009
Wandellaan
Nadat we ons enige maanden dagelijks door de opgebroken puinhopen en trottoirs hebben moeten worstelen nadert deze statige promenade in het hartje van Den Haag dan zijn einde. Het gekke is dat ik me niet kan herinneren hoe het er uitzag voordat het opbreken begon. Maar het effect is hoogst prima zo.dinsdag, maart 24, 2009
DE-globalization II

This press release has been published ahead of the embargo date of 25 March due to a breach of the embargo by Bloomberg and in all fairness to other media.zet de WTO er dan bij als de voorspellingen die op 25 maart naar buiten hadden moeten komen voortijdig weglekten. De daling gaat overal gebeuren, zowel in de OESO (-10%) als daarbuiten (-3 tot -4% gemiddeld in ontwikkelingslanden, maar veel sterkere dalingen in bij voorbeeld China). De voorspelling vooronderstelt heroisch een normaal recessie patroon, namelijk van herstel
where trade falls, remains weak for a time and then resumes its upward trajectory and begins to return to its previous trendOfschoon somber is het dus een veel te optimistische voorspelling.
vrijdag, maart 20, 2009
DE-globalization I
it's ///not/// the economy stupid
De paarse vloerbedekking was uitgerold in het atrium en de sprekers werden in fauteuil neergezet op een wankel podium. In deze huiskamersetting werd het eerder een conversatie dan een debat tussen Walden Bello en het Economendagboek. belangrijkste geschilpunt betrof het idee de G20 te ondergraven en over te stappen naar de VN waar het ging om het ontwerpen van het nieuwe financiele stelsel.woensdag, maart 18, 2009
Een KvKnr is ook al geen kunst
Er was lang een charmante regeling voor kunstenaars (en marktlieden en andere vrijgevestigden). Die konden namelijk lange tijd prima leven zonder inschrijving bij de Kamer van Koophandel. BTW en SOFI nummers zijn probleemloos toegewenst; maar verder mocht de kunstenaar broeden op de kunsten en hoefden er geen domme bureaucratische formulieren te worden ingevuld. Totdat er dan de nieuwe wet op het Handelsregister kwam. Dat gaan een sprong in het aantal ondernemingen in Nederland opleveren. Ondanks de crisis en iedereen gaat zich er straks over verbazen: let maar op! Crisis leidt tot meer zzp-ers - je zult zien. Enfin. Waarom moeten we dit doen? Omdat iedereen dan die arme kunstenaars kan opzoeken en zijn achtergrond checken zodat het zaken doen makkelijker wordt. Ook zullen al deze gegevens worden uitgewisseld ("uiterlijk 2014") zodat het laatste restje vrijheid dat nog rond de kunsten zweefde dan wordt opgeslurpt in de droogstoppelarij van de KvK-ers. Het kost ook nogal wat (44 euro per jaar) en ik moet dat nummer gaan vermelden op websites in emails en op briefpapier en rekeningen. Enfin: eindelijk ondernemer zullen we maar zeggen. Ik laat het nummer denk ik op mijn voorhoofd branden. en ik verwacht een hoop nutteloze informatie en uitnodigingen voor startersbijeenkomsten en zo. Het is nog erger!
Nagekomen 5 april - HILVERSUM - Adressen en telefoonnummers van verscheidene bekende Nederlanders zijn te vinden via Google Maps en andere websites. Deze gegevens komen uit het Handelsregister en zijn aan de sites doorverkocht door de Kamer van Koophandel (KvK). Dat meldde het radioprogramma TROS Radio Online zaterdagavond. Het gaat om BN'ers die als zzp'er (zelfstandige zonder personeel) staan ingeschreven in het openbare Handelsregister. De KvK mag die gegevens verkopen aan derden.
dinsdag, maart 17, 2009
Flauw maar toch
Alle tijdschriftpublicaties en de grey literature op een rij levert dan uitenindelijk toch een te volle boekenkastplank op. Jaren geleden dat ik alles op een rijtje zette. En nu ik het deed, vraag ik me af waarom eigenlijk?maandag, maart 16, 2009
Kleine kansen
Vandaag miste het economendagboek de trein van 58 maar er was een nog net aansluitende trein van 03 waarbij te Leiden snel moet worden overgestapt.
En zie daar: er was ook nog één plekje vrij. Kleine kans op zich. Maar nadat ik me er in had gewurmd kreeg ik een schouderklopje want naast me werd ook de Black Swan gelezen. Is zoiets nou onwaarschijnlijk? (Een redelijk intigrerende vraag gezien het thema van de Black Swan, namelijk het optreden van zeer kleine kansen. We maakten het in januari 2007 ook mee met Zen en de kunst van motoronderhoud. Top boek overigens (bis)zondag, maart 15, 2009
Zomaar twee valkuilen voor het anti-crisisbeleid
t Is ook niet gering natuurlijk. Ondanks de druk van de populariteitspolls af te zien van aktie. Maar misschien is dat voorlopig eigenlijk wel wat er zou moeten gebeuren omdat zowel bekende theoretische als praktische overwegingen opeens niet meer mee lijken te tellen. Wat is dat toch met het naar voren halen van geplande uitgaven en waarom denken politici dat ze hiermee weg kunnen komen. Als deze crisis echt langdurig is --- en daar ziet het naar uit --- dan ontstaat door al dat naarvorengehaal een gat. Die deuk in de effectieve vraag gaat precies optreden op het moment dat je het het minst kunt gebruiken. Evenzeer is van belang dat burgers zich niet laten foppen. Die begrijpen prima dat nu uitgeven leidt tot grotere schuldbetaling later (en dus hogere belastingen). Het meest probate middel is dan; sparen. En dat gaat ongeveer tweederde doen (want schuld aflossen is ook sparen). Geheel conform de hypothese van de Ricardian equivalence.vrijdag, maart 13, 2009
Archaeopteryx
De naam is zo moeilijk dat de bestuursleden van deze stichting die het beste voor heeft met grafiek het maar hebben over de oervogel. Een fossiel dat men tegen komt in de steen waarop wordt gelithograveerd. En er is nu een nieuwe penningmeester in aantocht die de schoenendozen leegde en aan het bestuderen is.donderdag, maart 12, 2009
Sustainable Nijenrode
Het zat toch wat ongemakkelijk, op die rubberen chesterfields en in plaats van een tafel een verzameling boomstronken in het midden. En de verwarring was er ook en oprecht vanwege het onvermoeibare optimisme van de Amerikanen en CEO's die zich door zo'n kredietcrisis heus niet van de wijs laten brengen. Maar het was wel een goed initiatief, deze internationale denktank, ik hield er een nieuw begrip aan over "next practices" en een voorbeeld om thuis weer met mijn dochters over milieu en scheiding van afval te praten. "CK" vertelde dat zijn dochters niet mochten douchen, maar net als in India een fles water kregen.dinsdag, maart 10, 2009
Zo modern is internet dan weer wel
maandag, maart 09, 2009
Paarse gloed

Ondanks de door merg en been dringende kilte van de kredietcrisis die tevens iedere gedachte aan klimaatverandering en broeikaseffect verdrijft, trekt de lente zich (althans in de residentie) niks aan van de somberte en steken krokussen massaal de kop op. Lente.zaterdag, maart 07, 2009
En ... de moeizame financiering van Van Bergeijk
Het is iets nieuws. ESB schoof de columnisten in de loop der tijd naar achteren maar zet ze nu plotsklaps weer in het spotlight. Op de voorkant. Ooit misbruikte ik die voorkant om de ware titel van een artikel te laten vermelden "Het Bankenkartel". Boven het artikel stond beleidshalve iets onbegrijpelijks over mobiliteit en concurrentie op de kapitaalmarkt. Dat dekte de lading volgens de redactie niet en ze hadden een punt, maar dat gaf te veel gelazer. Het werd dus de voorkant waar de redactie altijd de vrije hand had (althans dat kon worden geveinsd). En nu dus weer voorop maar dan met mijn financiële zorgen, blijkbaar. Enfin.vrijdag, maart 06, 2009
Verdwaalde mededelingen en berichten VIII
donderdag, maart 05, 2009
Temps perdu
Bij het opnieuw inrichten van de fotolijsten kwam ik als een echte eco-archeoloog een stukje geschiedenis tegen dat ik ruimschoots vergeten was althans in deze dimensies. Onder de ingelijste kaft van een EE boekje over EMU zat een tweetal vrolijke foto's die het waard zijn ook digitaal op het Internet te worden gereproduceerd. De afdeling Monetair en Economisch Beleid van de Nederlandsche Bank had destijds namelijk een een traditie hoog te houden van afdelingsuitjes en ik werkte me ruim een half jaar van te voren in alvorens daar als afdelingsdirecteur te beginnen. Derhalve was ik in mijn nopjes toen Lex me vroeg mee te gaan naar het afdelingsweekend in Texel. Het was in de sleepin en ik was er de hele tijd, maar Lex zal vroegtijdig zijn vertrokken want hij is wel op de eerste foto (bij de veerheven) maar niet op de tweede foto aanwezig. In de trein en op het vliegveld en tijdens promoties kwam ik later, ná het UBS avontuur, nog diverse van deze fotogenieke types tegen, waaronder Aerdt, Annemarie, Cees, Focco, Hans, Henk, Jos, Lex, Niek, Paul, Willem en meest recent (vorige week op NS station Schiphol en bevallig liggend op de onderste foto) Greetje.
woensdag, maart 04, 2009
Weerzien
Ik heb er voor bij het ISS moeten gaan werken maar eindelijk is het gelukt Robert weer eens te treffen. Hij sprak gisteren over microkrediet (en natuurlijk ging het ook over Maxima), maar daarvoor kwam hij bij mij op kantoor langs en we overbrugden moeiteloos de 14 jaar sinds we elkaar - 5 hoogleraarschappen en vier dochters eerder zal ik maar zeggen - voor het laatst troffen. We hadden op het eind van de jaren tachtig twee uitzonderlijk goede en productieve jaren in Groningen als room mates en ook after work brachten we meer tijd door dan gezond was. We bezochten het IMF en de Wereld Bank als "very young professors", ragden met het SARU werelmodel en publiceerden overigens voldoende voor een hele vakgroep. In de jaren daarna logeerde ik nog wel eens een paar dagen in Groningen om bij te tanken, maar daarna verwaterde het contact ook omdat we in heel verschillende vakgebieden terecht kwamen. Veel wisten we allebei nog uit die tijd, maar Robert wist nog als enige dat we onze paper over capital requirements en de gap models destijds op het ISS presenteerden.dinsdag, maart 03, 2009
Brandalarm
Of de duivel er mee speelt, gaat het brandalarm af terwijl ik de laatste hand leg aan de opgemaakte proef voor Economic Diplomacy and the Geography of International Trade. Zo'n 15 jaar geleden was dat niet anders met de eerste druk die verscheen onder de titel Economic Diplomacy, Trade and Commercial Policy. Eerst kwamen de collega's met de oranje hesjes en ik zette de printer aan. Ik was niet van plan te vertrekken zonder hard-copy. Toen kwamen de mensen van interne zaken en die waren hardnekkiger, maar ik was pas bij blz. 72 dus ik ging niet tot uiteindelijk de mannen in de brandweerpakken verschenen en me zonder pardon (en print-out) verdreven. Ik was niet de laatste want Ad sloot de rij (hij was zijn pijp vergeten). Vandaag dus het zelfde scenario, maar nu bleef ik niet hangen om uit te printen (ik verstuurde wel snel een mailtje met alle hoofdstukken als back-up). Ook dit keer viel het mee. De remblokjes van de lift stonden niet helemaal goed afgesteld en hadden wat rook veroorzaakt.maandag, maart 02, 2009
Ochtendwandeling (en 's avonds terug natuurlijk)
In de etalages van de galleries kom je veel onverwachte verrassingen tegen. Zoals deze geknakte 'After sudden, precipituous declines, financial markets inevitably self-correct' Bij oranje is het oppassen geblazen en kan de mp3 beter uit blijven. Bij rood zijn er gevaarlijke struikelpunten. Valpartijen weet ik tot nu toe te ontwijken, maar bij het ministerie van Financiën is door de architect een botbreuk zone ontworpen
met een nodeloze scherpe rand in de stoep.
. Kom je uit oostelijke richting, dan is het gevaar gering, maar vanuit het westen en bij donker kun je een flinke smak maken. je vraagt je af of dit nu is waar Wouter straks ten val gaat komen of dat de bananenschil toch gewoon in de crisis zal blijken te liggen.donderdag, februari 26, 2009
Goed geluimd
woensdag, februari 25, 2009
Blurb (again)
Economic Diplomacy and the Geography of international tradePeter A.G. van Bergeijk
Globalization has increased both the heterogeneity and the stakes of bilateral economic relationships. Drawing on recent macroeconomic and microdata studies, Peter A.G. van Bergeijk estimates the impact of market failures and related border effects, exploring under which conditions these can be solved by state visits, export promotion and embassies.
The book presents an overview of the general aspects of trade uncertainty, a central element in the analysis of economic diplomacy, illustrating that some instruments, such as sanctions (both positive and negative), increase trade uncertainty, whilst others – multilateral trade policy, for instance – aim to reduce this uncertainty. Commercial policy and bilateral economic diplomacy are explored, and economic sanctions analysed. An extensive review of the literature and empirical investigations of 161 sanctions and the commercial relationships of 37 countries provide topical and empirical perspectives on how international diplomacy may both be a cost and a benefit of the key drivers of productivity growth. Finally, policy conclusions are drawn, and a future research agenda presented.
This timely, state-of-the art treatment of economic diplomacy will be of enormous interest to students, researchers, and academics focussing on international political economy, international economics and public policy. Policymakers will also find much to engage them within this book.
Wat is dat dan en waarom is zo'n blurb belangrijk? Economendagboek: Blurb
zondag, februari 22, 2009
Permanent in crisis
Ook zonder mijn permissie is dit natuurlijk een aardige thematiek om de hersenen eens op te scherpen. Ik kan zo tien intuitieve redenen verzinnen waarom de groeivoet structureel zal dalen zonder de pretentie te hebben dat er waarheid in de pacht zit. Bij voorbeeld
-we hebben ten onrechte gedacht dat we aan het solow neoklassieke groeimodel waren ontsnapt
-de openheid van economeiën loopt terug
In feite moet je wat je gelooft te weten, loslaten en opnieuw beginnen te onderzoeken wat nu de premissen zijn. Verder zie ik dat je optimist blijft en gelooft dat de groei weer positief wordt. Tinbergen's punt was meer ingegeven doordat hij niet wist hoe het verder ging. Hij zat nog vroeg in de crisis - pas het vierde jaar - en het zag er rot uit. Ik denk dat hij een permanente crisis vooral zag als doormodderen op een laag activiteitsniveau met nulgroei dus.
Enfin daarna is er uiteindelijk toch weer een mooie plus uitgekomen, zoals je plaatjes laten zien.
Nagekomen 17/3: De rekenmeesters sluiten niet uit dat de productie in Nederland "blijvend op een lager pad komt te liggen''
woensdag, februari 18, 2009
2nd lead speakeren
Vandaag kwam Eckhard Deutscher, de nieuwe voorzitter van het Development Assistance Committee van de OESO zijn Development Co-operation Report ten doop houden bij het ISS en ze hadden mij gevraagd als discussant op te treden. Een uitgelezen kans om een stukje OESO te leren kennen dat ik nog niet goed kende, temeer daar ook Richard Carey, de directeur van het directoraat, meekwam. The Development Co-operation Report 2009 sends three clear messages to the industrialized countries. Firstly, reaching the targets of the Paris Declaration requires action. The report clarifies that the Gleneagles and Millennium targets set for 2010 are slipping further out of sight. Indeed, the trend growth rate of ODA needs to increase from an underlying annual 2% to 11%. Secondly, fragmentation and binding of aid should be further reduced and the development strategies should be fully owned by the developing countries. Thirdly, the multilateral approach is absolutely necessary in all fields of policy, including development co-operation.
Beyond 2007: impact of the crisis
The Report makes these points against the background of the most serious global economic crisis that we have witnessed in our lifetime. We do not have the data yet but we can try to glean beyond the report at what is happening and what this means. It is to be expected that low income earners will be hit hardest and especially in countries where no social security safety nets exist. Developing countries that opened up to the world economy are now experiencing the down side of strategies that --- for good reasons --- relied on international trade and foreign direct investment to achieve national development. Presently international trade volumes are collapsing and foreign direct investment decisions are probably being postponed if not cancelled as a consequence of the credit crisis. Also other sources of foreign finance will dry up: remittances from expatriates, bank lending, and portfolio investment will in all likelihood not provide a leeway. And we do not know what will happen with non-DAC development co-operation which constitutes at least some 5% of aid flows according to OECD estimates. The upshot is that the share of DAC aid in the external financing of developing countries will increase. Accordingly development co-operation would probably have to increase even further than presently foreseen in the OECD’s analysis.
Sustain investments in social and physical infrastructures
The case for more ambitious targets for ODA does not only rest on the external finance argument. As the financial constraints on governments become more stringent, investments in physical and social infrastructures in developing countries may be abandoned. Finishing the job, however, is important both from the perspective of sustaining effective macro-economic demand and because such investments ultimately build the starting position from which the economy can later make progress again. Also infrastructures already in place need to be sustained. It will, however, be difficult to organize the resources through the private sector. Thus ODA will probably become increasingly important to sustain these critical drivers of development. For the foreseeable future we will not only need stable and predictable but also more ambitious levels of development co-operation.
The threat of protectionism and economic nationalism
Unfortunately, the crisis is feeding both right-out protectionism as well as --- more subtly --- economic nationalism. This is of course bad news for any country and we should do everything in our power to prevent that the fatal policy errors of the 1930s are repeated. Here the developed and developing countries do have a shared responsibility. This in a nutshell is the case for multilateralism and a stronger governance of the global economy. It is important that the governance is broadened to include the BRIIC countries and the G20 would probably be the best place for that discussion.
Protectionism and economic nationalism are bad news for any country but even worse news for developing co-operation. This is so because the quality of aid will be under pressure from national interests in the donor countries. The report provides indicators that show that the quality of aid did not improve sufficiently in 2007. In particular: donors made rather little progress on their stated targets to use country procurement system and to co-ordinate aid delivery mechanisms, missions and country studies. The present political climate does not appear to be conducive for unbinding of aid. Moreover, one would expect to see continued and possibly increased fragmentation if national economic interests and trade strategic consideration become more important elements of aid allocation decisions.
The crisis changes the arithmetic
Finally, it is very unfortunate that commitments, targets and/or norms have been formulated in the past as a percentage of the donor’s national income. With recession underway in most donor countries this implies a reduction of the volume of ODA, as indeed policy makers in The Netherlands are suggesting. So rather than having the automatic stabilizers do their work the wealthy countries appear to be injecting automatic destabilization into the economies that to a large extent depend on development co-operation (For example, in 2007 ODA by DAC countries to the Less Developed Countries amounted to about 10 per cent of GDP on average).
Thus the outlook for development co-operation is bleak. Rather than the necessary and expected growth in development co-operation funds, a decrease in aid volumes seems to become an increasingly more likely scenario. The report is right: we need concrete action in order to keep the Millennium goals in reach.
Zo sta je toch weer onverwacht een tikje te lead speakeren, maar dan niet voor een zaal OESO gedelegeerden. NGO's, Namibië, Cuba, Benin en Nepal kwamen aan het woord en op het eind vroeg Louk me of in nog punten had. Ja, en wel drie. Ten eerste was ik toch wel getroffen door de snelheid en ondoordachtheid waarmee majeure bedragen ter beschikking kunnen worden gesteld als het om ons eigen hachje gaat. Het contrast met de moeizame gang van zaken rond ontwikkelingssamenwerking roept wel enige morele vragen op. Ten tweede, dat ik wel blij was met dit rapport omdat het niet alleen de vooruitgang maar ook de achteruitgang waarvoor ik bang was meetbaar zou kunnen maken. Ten derde, dat het mooi was om over policy coherence te spreken maar dat ik betwijfelde of dat enige zin had als de BRIIC landen er niet intensief bij betrokken konden worden. Als marxist in a nice suit stelde ik dat economics de driver is van politics en dat de opkomst van de BRIICs zal leiden tot andere normen en waarden in het internationale stelsel. Of de normen en waarden beter of slechter zullen zijn wist ik niet; wel dat ze anders zullen zijn.
dinsdag, februari 17, 2009
Daarom is economie nu leuk (en EZ soms ook een beetje)
We waren er natuurlijk niet alleen voor de lol. Wat plaats vond, was een ritueel. Het ritueel van afscheid nemen. Afscheid nemen is hard werken en incasseren. Ik heb er een hartgrondige hekel aan. Afscheid nemen deprimeert en dat kunnen we in deze sombere tijden natuurlijk niet gebruiken. En ik maak altijd sombere gedichten die niet misstaan in overlijdensadvertenties... Maar rituelen zijn belangrijk. We moesten ze dus een plaats geven. Maar we hoefden het niet te doen zoals iedereen het doet. En we konden de rituelen dankzij het organiserend vermogen van Sjef en Harry een beetje verstoppen, bij voorbeeld door aan het eind van een studieuze bijeenkomst een borrel en daar kon het ritueel van afscheid nemen plaatsvinden. Maar eerst moest er nog wat worden gestudeerd. Frank mocht beginnen en hij had drie crises waaraan hij aandacht wilde besteden. De crisis van 14 oktober 2005, de crisis van 11 mei 2008 en de crisis die om onbegrijpelijke redenen in januari 2009 was gesitueerd terwijl daarover dan toch in het kerstnummer van ESB 2008 was gepubliceerd. Met het herkennen van de eerste twee crises had ik geen moeite omdat ik net ook zelf nog eens had zitten teruglezen op het economendagboek wat er toen ook al weer was gebeurd. De januaricrisis verwarde me, maar niet de citaten die uit het ESBtje rolden en de kern raakten van wara het me ook echt om gaat: loslaten of vasthouden.
Enfin vervolgens poneerde Frank dat alle beleidsconclusies veranderen als mensen niet hun inkomen maar hun welzijn maximeren. Keurig netjes uitgewerkte harde economie waarbij Frank zichtbaar genoot dit nu eens in het hol van de leeuw te vertellen. (Bertholt kwam later nog even melden dat hij het toch vond lijken op een discussie of de aarde plat is terwijl die toch echt rond is, maar ik was het oneens omdat we niet weten of de beleidsanalyse van de milleniumwisseling nu plat of rond is)
Een en ander bracht ons langs Hennipman en het Amsterdamse brede welvaartsbegrip via Layard en de greed cultuur to de hamvraag die voor Frank was wat er nu zou gebeuren als het CPB gelijk kreeg met het toch snelle en scherpe herstel na het moeilijke jaar 2009. Zouden we dan als de onorthodoxe combinatie van ruim monetair beleid, bestedingsimpulsen en banksaneringen per ongeluk werkte alles maar weer snel vergeten?
Frank zou het on te recht vinden en sloot af met de mededeling dat hij het ook niet wist, maar het wel zou lezen op het Economendagboek.Daarna kwam Jarig aan het woord. Die had als thema "leuke economie" genomen en daarbij Jan Pen's Het aardige van economie opgeduikeld en Levit en Dubner's Freakonomics en daarbij slaagde hij er in herinneringen op te halen aan de jaren negentig toen we elkaar vonden op het thema pre-economie dat uiteindelijk een grote rol speelde in zijn oratie en ook de basis legde voor een aantal boeken over The art of economics.
Het aardige nu was dat waar Frank alles ter discussie wilde stellen, Jarig de grote lijnen wilde behouden en geen zin had in de valkuil van het economieamateurisme te trappen. "Kijk juristen hebben daar geen last van. Als iets juridisch moeilijk komt te liggen gaat iedereen naar een advocaat. Maar over economie heeft iedereen een mening, zelfs Paul en Witteman."
Jarig sloot af met het beeld waarmee ik wilde beginnen, namelijk van het gedicht boven de deur van het ISS, dat Jarig niet begreep, en daarom had hij een lied van Leen Jongewaard waarvan ik de laatste zin van het refrein ook nog wist "het is allemaal de schuld van het kapitaal" 
Vervolgens sprak het economendagboek zelve, waarbij de kern was dat economie zo leuk is omdat de geldigheid van theorieën nooit voor eeuwig is, maar afhankelijk van condities van tijd en plaats. Theorieën zijn daardoor nooit voor altijd "waar"of "onwaar", maar "relevant" of "irrelevant" of "bruikbaar" of "onbruikbaar" naar gelang de omstandigehden. Economen weten veel, maar of die kennis bruikbaar en toepasbaar is op een bepaald moment voor een bepaald land of geval is een kwestie van vakmanschap dat niet kan worden aangeleerd. Je kunt daarom altijd veel inspiratie ontlenen aan economen uit vroegere eeuwen die hoewel ze dood zijn soms weer spinglevend kunnen worden. Ik illustreerde dit met drie (quasi)citaten van de dead economists society:
1. In de long run is die Keynes dus helemaal niet dood.2.It is not from the benevolence of the non-bonus banker that we expect our dinner, but from her regard to her own interest
3. Met name is de vraag, hoe sterk de invloed zal zijn die de centrale bank op de andere banken kan uitoefenen. Verder of deze kontrole niet zo zwak is, dat alleen een vergaande kontrole van staatswege op het bankwezen het doel kan bereiken. Deze laatste mening heeft voor de socialist veel aantrekkelijks.
Het eerste citaat parafraseert Keynes' bekendste en meest geciteerde uitspraak "In the long run we are all dead" en zoals bekend is Keynes hoogst actueel, niet vanwege de geldsmijterij ter ondersteuning van de effectieve vraag maar vanwege de multiplier (die nu een minderplier is), de liquiditeitspremie en het inzicht dat er suboptimale economische evenwichten mogelijk zijn waaruit we niet met werkende markten kunnen ontnappen.
Het tweede citaat verwijst naar de andere econoom die er altijd toe doet, Adam Smith, en zijn bekendste b-alitererende zin. Uiteindelijk is de onzichtbare hand het meest efficiente sturingsmechanisme. Dan komt de derde inspirator en dit is een letterlijk citaat. Al oogt het ook door de spelling ("kontrole") en de slotzin hoogst modern, het komt uit 1933. Het citaat komt uit een boekje van de Arbeiderspers. Jan Tinbergen schreef het: De konjunktuur. Mooie en inspirerende teksten. Natuurlijk is het bij actuele vragen altijd net weer even anders dan in het verleden en er komen nieuwe inzichten bij. Ik moet de laatste tijd nogal denken aan de chaostheorie. Een vlinderslag in een amazonewoud kan leiden tot een orkaan, zeg maar marktkansen voor het Nederlands bedrijsfleven in New Orleans. De analogie is dat een relatief beperkt probleem op subprime markt leidt tot ineenstorting effectieve vraag in alle landen van de wereld.
Chaostheorie heeft nog een ander krachtig beeld opgeleverd, namelijk dat sommige veranderingen onomkeerbaar zijn. Het beeld is dat van de ezel die beladen wordt met takken. Lang gaat dat goed, maar er komt een moment waarop er een tak wordt bijgeladen die de ruggegraat van de ezel breekt. Dit laatste schoot me te binnen omdat Tinbergen die midden in de crisis zit het ook niet weet: het was geen conjuncturele crisis, maar was het dan een permanente. Met dit opbeurende slot kon ik de middag toch nog pessimistischer eindigen dan de dag begonnen was met de prognoses van het CPB.
Marten sprak ook nog namens één EZ en omdat hij het zelfde werkcollege volgde als ik kent hij de General Theory ook en begreep hij beter dan wie waarom het thema loslaten of vasthouden en Keynes zoveel met elkaar te maken hebben.The difficulty lies, not in new ideas, but in escaping from the old ones, which ramify, for those brought up as most of us have been, into every corner of our mindDaarna volgde de liquiditeitsinjectie met bitterballen en het afscheid nemen was dragelijker dan ik had gevreesd. Dat kwam natuurlijk ook omdat AEP de traditionele enquete met pijnlijke details achterwege gelaten had en in plaats daarvan een boek van inspiratie vervaardigde. Ik had ze al eens eerder tot zoiets gedwongen in het kader van de horns of plenty maardit keer hadden ze zichzelf overtroffen,
zoals de illustraties rond deze blogeditie wel laten zien. Er waren genode en ongenode gasten. Pieter, Albert en Monique kwamen zonder uitnodiging want zij maakten zelf wel uit waar ze toezicht gingen houden. Fieke vertelde me dat we elkaar voor het eerst ontmoet hadden bij mijn promotie toen zij net AIO in Groningen was. Later werkten we samen bij ESB waar mijn columns bekend bleken te hebben gestaan als PAGjes. Desirée kwam de dubbeldikke dissertatie terugbrengen die ik haar ooit leende toen ze advies vroeg (ik mis nog meer boeken overigens).
Nils haalde herinneringen op aan de SER en hoe onschuldige uitspraken van hem toch steeds maar weeropdoken op het economendagboek en Roel wist nog dat ik nog geen maand geleden had gezegd dat ik een bunker ging kopen om tegen het slechte economische nieuws te schuilen. Barbara was na 50 seconden al weer vergeten waarom ze eigenlijk gekomen was. Met Dick sprak ik over mijn idee het Ministerie van Financiën te splitsen en Emile stond er wat lacherig en ongemakkelijk bij ofschoon het au fond een goed onderbouwde analyse was. Pieter kwam kijken hoe ik zijn afscheidsrecept toch een beetje had gecopieerd. Puck vroeg me nadrukkelijk mijn eerste ervaringen op het web te zetten en een "Onder professoren" op internet te maken. En er waren ook veel kadootjes die aansloten bij het thema cq de kunst cq anderszins toepasselijk waren. Van Black Swans tot ontdek je innerlijke econoom en van Dutch cooking tot Siebelinks mijn eerste liefde.
Op het eind van de avond bleef een harde kern van netwerkers over. Terwijl het buiten donker werd en het Ministerie uitstierf dansten we nog een keer op de vulkaan. Gebulder steeg op en weerkaatste tegen de lege burelen. Sjef, Selwyn, Loes, Marcella, Bart, Marc, Fabienne hieven nog een laatste glas en sloegen het achterover. En toen was het echt uit. Buiten was het nat en guur. Typisch een depressie.Waarom is economie nou leuk?
Deze vraag wordt hedenmiddag op EZ beantwoord. De timing is perfect gezien de bagger aan slecht economisch nieuws die vandaag over ons gaat worden uitgestort:
Dinsdag 17 februari neemt Peter va Bergeijk geheel in de traditie van "Één EZ" tegelijkertijd afscheid van BEB en EP. Peter is per 1 februari hoogleraar internationale en macro-economie aan het ISS/Erasmus universiteit.
Ontvangst vanaf 15.00 in het Atrium van het Ministerie van Economische Zaken op de Bezuidenhoutseweg 30, tevens gelegenehid voor het signeren van de in litho gedrukte uitnodigingskaart.
15.30 inhoudelijk gedeelte met twee vooraanstaande economen: "Waarom is economie nou leuk?"
Circa 16.30 liquiditeitsinjectie en borrelhapjes
vrijdag, februari 13, 2009
Toevallig wel mijn geluksdag
Getrouwd hè, op vrijdag de 13e dus zo'n dagdatumcombinatie doet me goed en maakt me vrolijk bestand tegen het deprimerend binnenrollen van de recessiecijfers. Het CBS reviseerde wat voorafgaande vorige kwartalen naar beneden maar gegegeven de foutenmarge zou het in werkelijkheid ook best wel eens -2 of +1 kunnen zijn geweest. En dan krijgen we binnenkort de CPB prognoses nog voor onze kiezen. Dismal science in optima forma.De moderne Marxist
Een foto op een poster in de gang zette me aan het denken. Een marxistische studygroup zie je niet meer zo vaak in levende lijven. Maar vooral. Waar kende ik die kop toch van. Het bleek Howard een verstokte neomarxist. Die dierensoort was toch uitgestorven toen de Nederlandse universiteiten in 1990 het laatste restje zestiger jaren opruimden en de vakgroepen marxistische economie (politieke institutionele economie werden ze ook wel genoemd) ophieven? Enfin. Marx is levend en wel als ooit, zoals wel blijkt uit de volgende passage die op het internet circuleert als citaat uit Das Kapital:Owners of capital will stimulate the working class to buy more and more of expensive goods, houses and technology, pushing them to take more and more expensive credits, until their debt becomes unbearable. The unpaid debt will lead to bankruptcy of banks, which will have to be nationalized, and the State will have to take the road which will eventually lead to communism.wil ik maar zeggen. Nostradeamus met een baard en wapperend haar, een rode vlag en op weg van naar de barricaden. Desondanks is het goed te weten dat de pen niet werd gevoerd door Karl maar door Pat Caufield Van het Department of Education in a satyrical United States: "As a curiosity, this mystery did not stop Politika and Vecernje Novosti from publishing entire articles based on the alleged quotation without checking to see its credibility. Also, the Serbian version of the quote is even more popular on the internet than the English one! Which one was written first?"
woensdag, februari 11, 2009
Op de kaart
Visitekaartjes, ze komen in soorten en maten en na afloop van een baan gooi ik ze snel weg - anders had ik nu een hele collectie. In Zwitserland had ik er twee: één in Duits en één in Engels en in het Engels leek ik meer waard dan in het Duits terwijl het toch over de zelfde baan ging. Bij de NMa had ik uiteindelijk ongevraagd zeven doosjes staan met verschillende spelling en huisstijl en kamernummers. Bij EZ betselde ik geen Rijkskaartjes meer ofschoon ik door mijn BEB kaartjes heen was. Maar ook daar had ik er twee: een voor bij AEP en een voor bij de BEB. Vandaag dan het ISS ontwerp want alleen dan sta je op de kaartdonderdag, februari 05, 2009
Slok op een borrel
Soms is het economendagboek hoogst ouderwets ofschoon het zeer modern is. Er moest een fles wijn naar Heeten (Dr.). geen sinecure bleek want er moest gezien de afstand van de Randstad dan drastisch gecoördineerd worden tussen inpakmateriaal, verzending en fles. Drie winkels leek te veel van het goede en het idee kwam op via een landelijke keten te doen bezorgen. Met bloemen kan dat immers ook. De Gall en Gall leek me na bestudering van de markt het meest in aanmerking komen, maar daar verzond men niet. Men kon mij wel een fles met inhoud verkopen maar raadde aan eers verzendmateriaal aan te schaffen opdat een en ander zou passen. Het duurde toch nog versacht lang voor het muntje viel en ik de desbetreffende e-winkel ging zoeken. Je kunt er zelfs je eigen etiketten laten maken. Cheers.maandag, februari 02, 2009
Verdwaalde mededelingen en berichten VII
In de aanloop naar mijn nieuwe werkplek treft me boven de deur een in steen gebeiteld gedicht. Vier regels die herkenbaar zijn en ook al werd het vers voor het oude ptt-gebouw geschreven; het is hoogst toepasselijk voor een wetenschappelijk instituut- misschien wel juist in het e-tijdperk waarin de communicatie steeds liquider wordt, althans vervluchtigd en versneld.Gesproken of geschreven leent het Woord
De vleuglen van zijn moeder - de gedachte
En snelt - verstild bij dagen en bij nachten
Alweegs naar zijn bestemming voort:
Een dag die begint met zo'n gedicht van de Hagenaar J.C. Boutens die kan niet meer stuk ook al blijft de dubbele punt op het einde intrigeren.
Nagekomen: Jan mailt. Op weg naar huis ...fiets ik altijd dwars door de stad, en vanuit het Noordeinde steek ik over, linksaf de Kortenaerkade op. Ik zie daar een logo wat ik kort daarvoor op jouw afscheidspresentatie zag. En ik kijk omhoog en zag het gedicht uitgehouwen in steen. Verhip, dacht ik. Ik rijd hier al meer dan 20 jaar lang langs. Gezien het feit dat het ISS (google zegt dat je in het International Space Station zit) deel uitmaakt van de Erasmus, veronderstelde ik halfautomatisch dat je voortaan naar Rotterdam ging zitten forenzen. Niet dus. Maar. Dus. Als je bij het verlaten van je kantoor de knopen van je kontzak gereden wordt, bestaat de kans dat ik dat ben. Wandel in de pauze ook eens richting Elandstraat, en dan linksaf de Bilderdijkstraat in. Aan het einde daarvan, aan je linkerhand heb je het voormalige Openbare Bibliotheekgebouw. Daar hebben ze ook een spreuk in steen, van Vondel. Ik kan me de letterlijke versie niet meer herinneren, maar de strekking is dat het veel weten somtijds ook kan schaden. Afijn. Maak dat een professor maar eens wijs. Ik ga maar weer eens aan het werk.
Veel succes!
Groeten,
Jan.
zondag, februari 01, 2009
Mourir een peut en dan weer gezond op
Sjef kon het zich nog steeds niet voorstellen dat ik er maandag niet meer was (een beangstigende formulering overigens) en Marten vond het maar een droevig moment - maar ik ging hem geen hand geven want we bleven elkaar zien. Jan schreef per mail dat we de lunch maar over de nieuwe-baan-stress-periode heen moesten tillen en hij had wel een punt. Verhuizen en van baan veranderen zijn immers grote stressmomenten, ook al blijf ik gewoon in Den Haag en is de verhuizing hemelsbreed eenkilometer. Enfin je moet het weer eens meemaken om het je te herinneren en blijkbaar ook om te voelen dat je het al met al toch wel naar je zin had in je oude vertrouwde baan.
Desondanks deed ik het al vaak. Tijdens de studie grossierde ik - met dank aan de crisis die toen heerste - in korte baantjes varierend van postbode tot bordenwasser en van havenwerker tot oliebollenbakker. Economenbanen kwamen op twee scholen, een bank, een universiteit, twee wezenlijk andere functies op een ministerie, een centrale bank (met daarbij een hoogleraarschap), weer een bank (maar dan in Zwitserland en met een ander hoogleraarschap), een markttoezichthouder en een ministerie. Het ISS is dus nummer 14, maar het is pas de zesde stad waar ik werk als econoom. Tegenover het gemiddelde in Nederland steekt deze baan-baan mobiliteit trouwens wel weer scherp af. Hoe het ook zei: 17 februari vindt het formele afscheid bij EZ plaats. Om het draaglijk te maken vroeg ik om iets inhoudelijks (wat sommigen dan weer verbaasde) al mocht het wel luchtig zijn en gaan over de vraag waarom economie nou eigenlijk leuk is. En om het te markeren stuurde ik een litho kaart rond met uitnodoging ente dichten als een vogel vliegtGedrukt in een oplage van 200 en meer op de steendrukpers van Aad hekker te Amsterdam. En Maandag gezond weer op. De boeken die op EZ onnatuurlijk gescheiden waren over twee kamers staan weer bij elkaar en ook de schilderingen kregen een gezellig plekje.
een reiziger in een stadstuin bij een vijver
een deur gaat open ongezien
maar zijn vertrek maakt indruk
een stil vertrek
vrijdag, januari 30, 2009
Operatie clean-desk is weer een groot succes
vrijdag, januari 23, 2009
Echt helemaal fout
Uit!
Selwyn beveelt me wel eens een boek aan en soms leent hij me ook een exemplaar. Dat is niet altijd even gemakkelijk op de maag liggende treinliteratuur - vooral omdat selwyn blijkbaar wel van de somberte houdt (zoals bij De Vliegeraar) die mij meer moeite koste (als is dat misschien meer tegenwoordig omdat ik vroeger veel hield van bij voorbeeld de duisternis van Céline ofschoon nog steeds van Houlebecq). Enfin en hoe het ook zij of zei. Junot Diaz kostte me meer moeite ook , mogelijk door het Spanglais, maar ook omdat de voetnoten van een Marxiaanse importantie zijn. Het leverde dan weer wel een out of context quote van ongekende importantie op (blz. 268).I think the word is crisis, but every time I open my eyes all I see is meltdownMaar de crux is vanzelvers dat ik de eindspurt aflegde en finaliseerde voor ik van EZ vertrok.
donderdag, januari 22, 2009
Altijd wijs de brenger van het slechte nieuws te onthoofden
SEOUL (AFN) - Een Zuid-Koreaanse blogger die de afgelopen maanden tientallen negatieve en soms onjuiste berichten over de Zuid-Koreaanse economie op het internet heeft gezet, moet zijn vrijpostigheid met vervolging bekopen. Justitie klaagde de 31-jarige blogger aan wegens het ,,verspreiden van valse informatie over de financiële situatie van het land''. De man had onder de naam 'Minerva', de Romeinse godin van de wijsheid, de afgelopen maanden meer dan 200 economische commentaren op het net gezet. Hij had onder meer forse kritiek op het regeringsbeleid en werd populair nadat bleek dat hij de val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers juist had voorspeld. Over zijn achtergrond gingen verscheidene geruchten, maar onderzoek van justitie wees uit dat het een werkloze man was met slechts een lage technische opleiding. De onheilsprofeet werd snel ingehaald door de realiteit. De Zuid-Koreaanse centrale bank meldde donderdag dat de economie van het land ,,in de slechtste staat in ruim tien jaar'' verkeert.
maandag, januari 12, 2009
Het is geen dunne soep ...
maar water waar een kip doorheen is gevlogen. Frank had zich weer eens lekker opgeboosd met als resultaat een metafoor van Geelhoediaanse proporties. Tussen de regels kwam de 'marktmaffia' van destijds aan bod en ging het ook over een 'clubje schrandere beleidseconomen'. Daar is het economendagboek eerder wel eens slechter vanafgekomen: van vermaledijde ambtenaar tot kleuter wiens schepje in de zandbak was afgepakt.
De Volkskrant meent verder te weten dat de Nederlandse beleidseconomie moeite heeft met de vraagcrisis en dat is natuurlijk zo.
In de vorige ESB schreef ik er over:
In de vorige ESB schreef ik er over:
Zijn economen eenmaal ergens van overtuigd dan is het moeilijk die overtuiging los te laten. Niets menselijks is de homo economicus vreemd: toegeven dat je iets fout hebt gezien, is niet altijd even gemakkelijk. In ons vakgebied komen daar echter nog drie factoren bij. Ten eerste vormen dergelijke visies de basis voor beleidsvorming en wetenschappelijke analyses die gedurende enige decennia zijn gevormd en verdedigd. De mentale sunk costs die in het heersende paradigma zijn geïnvesteerd, zullen daardoor substantieel zijn. Ten tweede zijn economische opvattingen niet alleen gebaseerd op theorieën maar ook op intensieve empirische waarneming. Voordat een econoom van mening kan veranderen, heeft zij daarom voldoende, significant afwijkende informatie nodig. En daar zit nu net het probleem, want in een economie zijn er nu eenmaal altijd veel tegenstrijdige signalen. Het is daarom moeilijk te zien wanneer er ook echt iets is veranderd. Economische opvattingen hebben daardoor de neiging zichzelf te overleven. Ten derde is het voor de economische politiek belangrijk een bestendige koers uit te zetten en die dan ook te volgen. Zeker in tijden van economische onzekerheid vormen heldere, vertrouwde beleidsbakens en voorspelbaarheid van het overheidshandelen een groot publiek goed dat de verantwoorde econoom zo lang mogelijk zal willen vasthouden. Het gegeven dat een paradigma wankelt is niet voldoende om het ook metterdaad los te laten.
Wordt 2009 het jaar van het grote los laten? De theorieën en analyses waarin we vorig jaar nog geloofden, zijn niet zozeer juist of onjuist, maar lijken onder de nieuwe condities van tijd en plaats irrelevant te zullen worden. De kredietcrisis doet een beroep op het leerstuk van de menselijke evolutie: kunnen economen hun paradigma loslaten als de nood aan de man komt?
Terwijl we aankoersen op een van de grootste crises uit de recente geschiedenis en het algemene prijspeil begint te dalen, blijft de dominante economische opvatting van vorige decennium voor veel economen het richtsnoer. Dat was tachtig jaar geleden overigens niet anders. Ook toen heerste er veel ongeloof, geestelijke inertie en cognitieve dissonantie. Het is hoogst instructief te zien hoe beleidsmakers in de Verenigde Staten reageerden op de vreemde ideeën van de nieuwe president Franklin Roosevelt. Diens New Deal brak volledig met de drie belangrijkste dogma’s van de economische politiek van zijn voorganger Herbert Hoover. Die uitgangspunten werden gevormd door de gouden standaard, het begrotingsevenwicht en de opvatting dat de overheid vooral klein moest zijn en zich zo min mogelijk met de economie moest bemoeien. Diverse topambtenaren hielden vast aan hun uitgangspunten, weigerden mee te werken en stapten al dan niet door de politiek gedwongen op; de Director of the Budget meende oprecht dat de New Deal het einde van de Westerse samenleving betekende. Maar Roosevelt slaagde er wel in de economie te revitaliseren door een einde te maken aan de deflatoire spiraal. Het loslaten van de klassiek-economische uitgangspunten bleek voor de VS een recept om uit de grote depressie te komen.
Ook in Nederland ging de beleidsconceptie tijdens de depressie van 1930–34 volledig op de schop. De gezonde Nederlandse economie leek aanvankelijk relatief goed in staat de geïmporteerde schok van de crisis op te vangen, maar in 1934 lag het niveau van het bnp tien procent lager dan in 1929. Nederland viel van haar klassiek-economische geloof dat in marktwerking, een zo klein mogelijke publieke sector en internationale vrijhandel. Sommige beleidsdogma’s werden echter stevig vastgehouden en het duurde tot 1936 voordat Nederland de gouden standaard (die volgens sommigen de bron van al het kwaad was) als laatste land losliet. Toen dat gebeurde, vielen de resultaten overigens tegen, mogelijk omdat te laat tot deze verandering in de economische politiek werd overgegaan.
Als er al een les uit deze periode getrokken kan worden dan is het wel dat we ons moeten wapenen tegen inertie en het vasthouden aan dogma’s die het zicht op een oplossing verstoren. In de jaren dertig ontbrak het aan een debat over de grondslagen en doeleinden van het economische beleid moeten worden gevoerd. Laten we de discussie nu wel en met een open mind voeren. De andere meningen zullen dit keer extra belangrijk zijn.
vrijdag, januari 09, 2009
Geen ijsvrij, toch ijspret
Bij buitenlandse zaken krijgen de ambtenaren een middagje ijsvrij en heel de wereld valt er overheen. Een aardig oud-Hollandsche traditie met erwtensoep, molens, chocolademelk en chocola en van links tot rechts valt men er over. De wereld staat in brand, bedrijven hebben arbeidstijdverkorting en dan mogen die ambtenaren zo maar vrij. Waar men zich maar druk over kan maken.
Gelukkig voor BuiZa was het ijs prima op donderdagmiddag en was de dooi niet opgetreden. Ambtenaren uit heel Den Haag stookten overigens hun verlofstuwmeer op en trokken er op toertocht of in het wild op uit - net als de rest van nederland overigens.
Het economendagboek trok op uitnodiging van Roel naar Rotterdam, echter ook omdat onze lage noren daar nu 28 jaar geleden werden aangeschaft en ruim ingereden.
De Rotte durfden we evenwel na enig beraad nog niet niet op, zeker nadat een van de omwonenden ons vertelde dat men graag een vreemdeling als eerste door het ijs zag gaan. Maar op de voorplas en de achterplas was het ijs bij vlagen zwart en strak, het klunen waard en tevens met een ruimhartige belofte voor het weekend, want dan mag men gelukkig zonder gemopper de ijzers onderbinden, ook als rijksambtenaar.zondag, januari 04, 2009
woensdag, december 24, 2008
If Stupidity got us into this mess, then why can't it get us out?
Will Rogers (1879-1935)
dinsdag, december 23, 2008
Wat doe je met het kerstdiner?
Jacque maakt altijd en immer hoogst decente foto's (rechtsboven) die goed zijn uitgelicht en als het anders is vernietigt hij ze (meestal na ze het slachtoffer te hebben getoond).
Het economendagboek ken minder scrupules en legde genadeloos het smirtende deel van het kernministerie vast en ook in kleurstelling en verzadigingsgraad treffen de beelden van het economendagboek de dynamiek van de bijeenkomst beter.
Teleurgetseld was het Economendagboek wel, want met slechts één AEP nota die bovendien ten onrechte als BEB was gearchiveerd leek het dagboek de grootste kanshebben voor de notabokaal.
Dat deze naar Inge ging is dan weer wel begrijpelijk in het licht van de subjectieve en altijd veranderende normen van de jury die het ding moet uitreiken. Evenwel werd het Economendagboek genoemd in het juryverslag en dat maakt dan wel weer iets goed. Dom was dat ik niet nagezocht had hoe laat de laatste trein vertrok. Dat is niet laat bleek op Den Haag CS, maar vanaf HS kwamen we nog in Leiden."Wat doet EZ" II
Tjonge, EZ maakt een innovatiekwartet. "Mag ik van jou Visie en strategische agenda van innovatie in dialoog?" "Nee, maar mag ik dan van jou van innovatie in dialoog Uitvoering?" "En mag ik van jou van Food & Nutrition Delta: Gezond opgroeien?"
vrijdag, december 19, 2008
verdwaalde mededelingen en berichten VI

Vroeger kreeg je dan een lintje
woensdag, december 17, 2008
Een boek is pas af als het een naam heeft
Edward verzint de beste titels en ik heb me er bij neergelegd. Sterker ik weet zo langzamerhand zeker dat de titels die ik alleen verzin niet verkopen. Dus ik bleef een beetje zeuren bij Jo tot ze hem vroeg er naar te kijken. Iets met economic diplomacy, maar verder wist ik het niet. Dat zit zo. Ooit wilde ik diplomatic barriers to trade en dat werd economic diplomacy, trade and commercial policy. Op het laatste moment voegde ik nog toe als ondertitel positive and negative sanctions in a new world order. En de combinatie verkocht en levert de citaties op waar alles om draait. Later kwam ik met een boekpropsal over the macroeconomics of markets maar dat werd privatization and deregulation. Zwetend in de lobby van het Okura prevelde ik persiosterend dat het boek toch echt iets met macro te maken had Dus dat werd "privatization, deregulation and the macroeconomy... This title will sell. It defenitely will sell"en dat deed het ook maar het contract was een wurgcontract dus het leverde niks op (anders dan economic diplomacy, trade and commercial policy) Ik propte er nog wel een measurement, modelling and policy als ondertitel in en later stopten we er maar wat privatisering in omdat de tang anders als een varken op de titel sloeg. Enfin. Het is nu Economic Diplomacy and the Geography of International Trade. Zonder ondertitel want dat verstoort het beeld op de omslag.
maandag, december 15, 2008
Nota's over de notabokaal worden gespelt
Beste genomineerden,
Gefeliciteerd, jullie zijn genomineerd voor de AEP-notabokaal 2008. Woensdagavond is het moment eindelijk weer daar. De notabokaal wordt uitgereikt. Zoals bij alle jurysporten zal ook hier de beoordeling in het geheel niet objectief zijn, daar wij geen objectieve criteria zullen hanteren. Niettemin willen we jullie - de genomineerden - niet tegen het zere been stoten en hebben jullie de kans om zelf een nota in te zenden (van jezelf of een collega) die in aanmerking dient te komen voor de notabokaal. Aangezien we onze criteria niet kenbaar maken, mag je zelf de bijpassende criteria bedenken. Deadline is als altijd strak: maandag 15 december (ja, vandaag) om 17.00u.
Tot woensdagavond,
De notabokaalcommissie
Jelle Brouwer
Arno Faassen
PS Natuurlijk dient deze exercitie alleen om achteraf jullie kritiek te kunnen weerleggen dat jullie niet zijn gekent in de keuze van de winnaar van de bokaal.
Gefeliciteerd, jullie zijn genomineerd voor de AEP-notabokaal 2008. Woensdagavond is het moment eindelijk weer daar. De notabokaal wordt uitgereikt. Zoals bij alle jurysporten zal ook hier de beoordeling in het geheel niet objectief zijn, daar wij geen objectieve criteria zullen hanteren. Niettemin willen we jullie - de genomineerden - niet tegen het zere been stoten en hebben jullie de kans om zelf een nota in te zenden (van jezelf of een collega) die in aanmerking dient te komen voor de notabokaal. Aangezien we onze criteria niet kenbaar maken, mag je zelf de bijpassende criteria bedenken. Deadline is als altijd strak: maandag 15 december (ja, vandaag) om 17.00u.
Tot woensdagavond,
De notabokaalcommissie
Jelle Brouwer
Arno Faassen
PS Natuurlijk dient deze exercitie alleen om achteraf jullie kritiek te kunnen weerleggen dat jullie niet zijn gekent in de keuze van de winnaar van de bokaal.
Just in time
Pauline maakte zich er de afgelopen weken al zorgen over , maar vanochtend helemaalNog geen kunstwerk te bekennen, wel twee mannen die ijverig de muren plamuren en witten. Het zal mij benieuwen of dat op tijd klaar is. Ik begrijp dat kunst zich niet laat haasten, maar dit is wel erg krap.
Maar dat viel dus reuze mee al moest er nog worden gestuckt voordat het lichtkunstwerk om 14.00 exact kon worden onthuld met champagne en wat dies meer zij. En het werd een geslaagde happening met een kunstcommissievoorzitter die heel hard Kunst riep en toen snel het woord gaf aan de dignitaris die vond dat kunst voor zich spreekt, maar toch ook wel wilde spreken over de kunst. Roderick zei zelfs 1 keer 1EZ dus ook dat was mooi en toen de champagnekurken knalden kwam ook Chris nog even kijken. En daaromheen dan een drukte van belang van bewoners van B20.
En dan het effect! Wat ooit een doodse gang was fluoriseert nu. Een van de lelijkste en armoedigste plekken van het Bezuidenhout is omgetoverd in een sprookjesachtige, wel hoogst moderne doorgang van dynamiek naar rust en vice versa. Hoogst cultureel al vond Heleen voordat ze het zag het allemaal maar belastingeldverspilling. En als onverwachte bijkomstigheid heeft de gang een paarse gloed af terwijl er in het kunstwerk op zich geen paars te bekennen is. Dit alles in schril contrast met de lunchlezing van vanmiddag waarin een heusch optreden van Gordon verwerkt was. Het thema was dan ook luchtig en de methodiek voor discussie vatbaar. Belangrijkste uitkomst: R&D/innovatie draagt niet bij aan de productiviteit. Dit alles gelardeerd met het songfestival dat in het begin van de jaren zeventig voor het laatst was gewonnen door Nederland.
"Teach inn met dingedong" wist het CPB te melden en dat was goed want wij wisten het niet. Vervolgens werden beleidsmatige utispraken rond toppers en ambities vertaald naar de context van het trio heren dat aan creative destruction ten onder was gegaan.zondag, december 14, 2008
Leukste uitdrukking 2009
"Dat zullen we wel eens even Madoffen" of "Je staat madoff" of "Een madoffje naar mijn hand"Het meest opmerkelijke is natuurlijk dat professionele beleggers zo diep het schip in zijn gegaan. Tekenend voor de laatste fase van een credit bubble, overigens: "In today's regulatory environment, it's virtually impossible to violate rules...it's impossible for a violation to go undetected, and certainly not for a considerable period of time." (de meester zelve, oktober 2007)
Economendagboek: Een nieuw werkwoord
Ook de dagkoers van de wereldhandel daalt
Het is niet zo gemakkelijk actuele gegevens te vinden die aangeven hoe het er met de wereldhandel voor staat, zei Hans tijdens de lunchpresentatie van de nieuwste studie van de wereldbank, maar hij had er dan toch eentje gevonden. Het Economendagboek zocht snel naar zijn Baltic exchange dry index en vond die op het internet bij investment tools (die per direct doch tijdelijk beursgorilla vervangt en later aanvult in de favorites). Investment tools geeft ook meteen een van de belangrijkste verklarende variabelen achter de daling van deze vrachtkostenindex (blau lijntje), namelijk de olieprijs (rood lijntje; mogelijk niet alleen vanwege het feit dat dit een belangrijke kostencomponent is maar ook omdat er een correlaties zijn met dollar en economische activiteit). Enfin. De daling van de transportkosten is echter scherper en geeft aan wat we al wisten of vreesden. Voor het eerst sinds het begin van de jaren tachtig daalt de wereldhandel.donderdag, december 11, 2008
Rijmen en dichten
Mogelijk is het de nasleep van de sinterklaas, maar al mailend met Michiel ontstond een gedicht (Vrij naar Piet Paaltjes)Als ik "Wat doet EZ?" hoor
Ga ik snel een blokje om
Dan moet ik zo bitter wenen
En weet zelf niet waarom
En ondertussen vordert de traditionele eindejaarslithokaart - die misschien pas in januari zal verschijnen - traag maar gestaag.
woensdag, december 10, 2008
Ouder dan een kwart eeuw
Soms valt er een jaartal weg
Ik sta altijd graag boven het weerbericht want dat leest iedereen tenminste. "Dat was even schrikken vanochtend in de Volkskrant.... De 'Nederlander van het jaar' Wouter Bos werd door jou helemaal in de schaduw gezet", mailde Sjef. Selwyn stuurde een zitvlees.pdf rond met "de visie van de chief trade economist op zijn nieuwe functie en de kredietcrisis." Ricky kwam met een "En zie hier: Heb "mijn" professor gevonden" en Pierrette mailde "nou begrijp ik waarom je altijd staand schildert." Zelfs Eva, die de foto nam (en nu dus al op haar 12e een foto in de krant heeft gepubliceerd, wat mij op mijn 49e dus niet is gelukt) was onder de indruk "Yes, belangrijker dan Wouter Bos" wat au fond natuurlijk geen prestatie is omdat ik ook een bank op krediet heb gekocht. En... in alle bescheidenheid hoort na augustus nog "2007" te staandinsdag, december 09, 2008
Tamar en Esther vorderen gestaag
maandag, december 08, 2008
Verdwaalde berichten en mededelingen V
Redt globalisering van de positivo's
Zo vertaalde Doris het motto van de WRR lecture 2008 Saving globalisation from its cheerleaders. Ik was er stiekem heen gegaan om te kijken of de voorzitter of een van de inleiders iets zou opmerken over Rodrik's How to save globalization from its cheerleaders. Dat dat niet gebeurde verbaast vooral omdat het hier gaat om een wetenschappelijke raad. Bij IB hebben ze er iets op gevonden, vertelde Doris me. Daar voeren ze stukken tekst in en als je een zin zonder bronvermelding hebt overgenomen wordt je examen ongeldig verklaard.vrijdag, december 05, 2008
Οικονομολόγοι Ημερολόγιο (Economendagboek)
Πίσω από το «επαγγελματικό» Hanneke ακόμη και τώρα συμπληρώνει: "οικονομολόγος και ανεξάρτητη εικαστικός καλλιτέχνης." Είναι, λοιπόν, ότι μουστάκι. Ποιος ενδιαφέρεται για την οικονομολόγος μείνετε εδώ, οι οποίοι ακόμη περισσότερο για τον καλλιτέχνη και σχεδιαστή γραφικών θέλουν να γνωρίζουν εξής οι σχέσεις που μένουν. Επιπλέον, κάθε συμφωνία που ανήκει στην πραγματικότητα (ως μία από τις σύγχρονες επαγγελματικές πρακτικές οικονομία είναι καλά συνηθίσει) καθαρά θέμα τύχης
O kommer eens kijken
De wereld is hard en minimaal onrechtvaardig, zo bleek vandaag maar weer eens. O kommer en kwel. De kredietcrisis sloeg keihard toe en het heerlijk avondje met de goedheiligpersoon was afgebeld. Er was ook niet gezongen. Desondanks. Vera vroeg een Wii en kreeg zonder sinterklaas gedicht wel drie chocoladeletters (en nog 4 op de soos en als je een I krijgt zijn het er ook nog eens twee aan elkaar) waarmee ze al met al te vreden was. Doris had een zuurstok, Hanneke een kookkalender en Eva een chocolade laptop. Maar het economendagboek werd vergeten door Sinterklaas, die overigens de 5 december oplegnota voor het onderzoeksprogramma wist te halen.
Nagekomen: 6 december tijdens een familie-etentje waarbij de tranen van het lachen onnoemlijk veel werden geplengd, bleek de heilige nicolaas de weg naar het economendagboek toch nog te hebben gevonden, wat ontroerde omdat het een onverwachte actie van Doris was:Nou Sint is het nu echt zat
en gaat weer chillen op zijn gat
dus box hem coole gast
en dat het cadeau je maar verast!
"Wat doet EZ"
Het intranet van EZ is een bron van informatie met dikwijls tamelijk kafkaeske documenten. "Goed om door te nemen. Vooral als familie en vrienden aan je vragen: Wat doet EZ?" Vier dingen, blijkt:
• Vinger aan de pols.
• Vinger aan de pols.
In ieder geval van belang dat EZ vinger aan de pols houdt bij ontwikkelingen in sectoren en/of bij individuele bedrijven. Dit is van belang, daar officiële statistieken mogelijk de effecten op de reële economie niet goed vangen.• Kredietverstrekking monitoren.
Een werkgroep zal onder meer bezien in hoeverre anekdotisch bewijs over gebrekkige kredietverlening gerijmd kan worden met officiële statistieken.• Versnellen investeringen althans het technisch inventariseren van investeringen in innovatie en energiebesparing.
Het voortouw ligt hierbij Financiën; EZ zal hiervoor input moeten leveren. Organisatie intern EZ moet zich op dit punt nog uitkristalliseren.• Betalingstermijnen en voorschotregime.
BZK en FIN hebben voortouw bij inkorten betalingstermijnen van het rijk. Gerelateerd hieraan is het realiseren van een ander voorschotregime voor subsidies (voorschotten worden dan echt voorschotten en niet verschaft na declaratie). Voor een deel van het EZ-instrumentarium wordt met dit andere voorschotregime gestart in 2009 (ander deel in 2010).Als familie en vrienden het Economendagboek vragen "Wat doet EZ", dan ga ik snel uit het raam kijken of een blokje rond.
maandag, december 01, 2008
Het ISS tijd om te vertrekken
Aldus de slotzin van het redactioneel in het FD vandaag en dat geeft dan toch weer te denken, vooral als Sjef het in een onbedacht moment voorleest en zijn hoofd schudt. Enfin. Vanaf 1 februari 2009 zal dr. P.A.G. van Bergeijk als hoogleraar gaan werken aan het Institute of Social Studies (ISS) in Den Haag. Als Professor of International Economics/Macroeconomics zal Van Bergeijk betrokken zijn bij onderzoek, onderwijs en projecten op het gebied van Ontwikkelingssamenwerking. Peter van Bergeijk is thans nog werkzaam als Chief Economist van het directoraat generaal voor de Buitenlandse Economische Betrekkingen van het ministerie van Economische Zaken en als adviseur van de directie Algemeen Economische Politiek. Eerder was van Bergeijk werkzaam in topfuncties bij De Nederlandsche Bank, ABN, UBS en de NMa. Daarnaast was hij parttime hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en aan de Universiteit van Zürich en vervulde hij internationale functies bij de OESO en de EU. Met de overstap naar het ISS zal Peter van Bergeijk zich weer volledig richten op zijn wetenschappelijke werk dat onder andere betrekking heeft op globalisering, groei, transitie en internationale politieke economie.
Het ISS in Den Haag is een internationaal academisch instituut waar sinds 55 jaar onderzoek en onderwijs wordt verricht op het gebied van ontwikkelingsstudies. De studenten van het ISS - 350 à 400 per jaar - zijn afkomstig uit meer dan 60 landen, voor het merendeel ontwikkelingslanden. De nadruk ligt sterk op het uitwisselen van ervaringen en gezichtspunten. Het ISS is gelieerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en werkt nauw samen met universiteiten in zowel Azië, Afrika als Latijns Amerika.zondag, november 30, 2008
Niks an
zaterdag, november 29, 2008
Op de bodem van de schatkist
Het is allemaal zeer luxueues natuurlijk en het Economendagboek mag zich graag baden in de weelde die voor ambtenaren nog wel haalbaar is dus waren wij zeer in onze nopjes dat we de lunch meeting konden verplaatsen naar de plukmekaalstraat. Dit temeer daar de kantinetarieven op het Bezuidenhout met 55% gestegen zijn en men bij Financiën zalm kibbeling kan eten met aardappelkroketten en kommersalade tegen een prijs die zelfs voor een maaltje chili con carne in de studentenmensa aan de lage kant zou zijn. Enfin, hier zijn de slopers duidelijk met veel plezier en enthousiame te keer gegaan en van het oorspronkelijke gebouw staat het karkas nog en dat zie je aan het jarenzestig
beton dat ment met regelmaat niet bedekt heeft. Leuker kunnen we het niet maken, moet er gedacht zijn en kosten noch moeiten zijn gespaard. Het binnenplein van het ministerie is van de straatzijde bereikbaar doordat op de begane grond een deel van het gebouw is gesloopt.
Niet alles werkt natuurlijk en dat kan ook nog niet na twee weken. De ooit zo vlotte balieafhandeling heeft problemen met de pc die op hoofdletters staat en bovendien is er sprake van een chaos rond het uitlenen en innemen van dienstfietsen, zo verneemt het economendagboek tijdens de 15 minuten wachttijd (ondanks elektronische vooraanmelding).
Vroeger moest je je pasje namelijk inleveren als je een fietssleutel wilde hebben, zodat je de sleutel weer terug moest brengen voor je aan het werk kon. Maar dat waterdichte systeem is verlaten en nu zwerven de fietssleutels nog dagen in de broekzakken en tassen van de ambtelijke top. (Bij EZ komen de sleutels merkwaardigerwijs wel terug, maar daar uit het gebrek aan discipline zich doordat de fietsen nooit op hun vaste genummerde plek worden terug gezet).
Ook bij het toutniquette ondervonden we behoorlijke problemen en pas na de derde keer slaagden we er in door de draaideur te komen. Maar dan bèn je ook ergens, namelijk in het kloppend hart van de thesaurie en ook bfb en irf zijn er gehuisvest.
En dus niet zomaar gehuisvest, maar met balkon en al en met uitzicht op een boompartij en de wachtruimte van de minister en staatssecretaris en onder een glazen overkapping waarvan men zich afvraagt hoe die de zomer gaat doorstaan.
Vanzelfsprekend ontbreken de koffieshop en het restaurant niet en zijn er palmen geplaatst en een kleurenschema toegepast waarbij het Economnedagboek au fond toch wat witjes afsteekt.
En de omgeving straalt rust uit en brengt de indruk van kleinschaligheid over. Je vraagt je onverhoeds af of er dramatisch getaaksteld is. Tot je je realiseerd dat dit natuurlijk een eiland is in de gigantische kantoorkolos die Financien natuurlijk gewoon gebleven is.donderdag, november 27, 2008
Kaft
'Dat is de kaft' zei Theo en ik kon het wel hebben al hoor je natuurlijk bij de kaft te zeggen dat dat 'De hoorns van overvloed' zijn. Dit was tijdens de borrel na een verdediging die het Economendagboek miste, omdat wij ons wel aan de academische mores houden en dus niet de zaal inlopen als we te laat zijn maar rustig tussen de gezellige EUR-rommel gaan zitten blackberryen. Enfin, bij de laudatio waren we dan wel weer wel aanwezig en zo konden we Roy horen reflecteren op de kaft die zijns inziens profetisch was en aangaf dat de welvaart onbereikbaar dreigde te worden door de crisis. Roy begreep het beter dan Hugo die destijds vroeg wat het voorstelde en of ik niet iets met een lampje kon maken... Ook moest er een krul van een hoorn en zo was er meer. Uiteindelijk is het toch een kunstwerk gebleven. Economendagboek: Ten Overvloede
Economendagboek: In de verlenging?
Economendagboek: Afscheid van chaos en wanorde
Fotocredit: Jan Hein
dinsdag, november 25, 2008
Horizonten
Hoi AlbertEn van het een kwam het ander
Er is ergens iets mis gegaan in ons feilloze afspraken systeem en hoewel ik het me een aantal keren wel had gerealiseerd, deed ik er niks aan.
Veel drukte hier door De Drukte, de afronding van een boek en een nieuwe baan die overigens wel in Den Haag blijft
Enfin, ook de ESB economie kalender hangt nog op 7 augustus 2008...
zullen we weer eens proberen een datum voor een lunch te vinden?
Peter
Beste Peter,
Ik herken iets van De Drukte en van het aanwezige gemis. Ik ben morgen beschikbaar voor lunch, of anders volgende week, maandag, dinsdag of woensdag?
Groet,
Albert
vrijdag, november 21, 2008
Geen gratis lunch, wel gratifs food for thought
Gisteren naar het lunchseminar van het CPB, dat geen lunch bleek te bieden, maar dat was dan ook mijn eigen schuld. Wij noemen het namelijk het lunchseminar, maar het CPB niet. En ik was te laat om nog te fietsen dus sprong ik bij Bertholt in de auto, maar die liep vast in het Haagsche verkeer. Enfin, toch wel een nuttige bijeenkomst. Sweder sprak en we waren het over veel wel eens, maar niet over zijn anayse dat dit au fond iets kleins was. Zijn punt: een relatief klein en geisoleerd probleem als de Amerikaanse hypotheek markt van maximaal enige honderden miljarden dollar kan geen grote problemen opleveren. Mijn punt: something small may be big. Ik bedoelde maar dat het een prikkel kan zijn om een zeepbel door te prikken en daar heb je niks groots voor nodig. En het is niet de ziekte, maar een symptoom van een onderliggend probleem. Als iets kleins zoiets groots tot gevolg heeft kijk je niet goed en moet je er anders naar kijken.
woensdag, november 19, 2008
Homerisch gelach und Zie Je Wel!!!!
----- Oorspronkelijk bericht -----
Van: Emilio
Aan: Economendagboek
Verzonden: Wed Nov 19 10:40:32 2008
Onderwerp: RE: Verslag 108e OECD Economic Policy Committee.doc
Ik verwacht dat headline wel onder core valt maar dat core positief blijft rond 2%, maar eigenlijk verwacht ik niets want dat doet cpb
-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: dagboek
Verzonden: woensdag 19 november 2008 10:36
Aan: My Favorite Bofebber
Onderwerp: RE: Verslag 108e OECD Economic Policy Committee.doc
Nou die deflatie komt er toch heus aan en ik maak me er zorgen over.
Und then:
Van: Emilio
Aan: Economendagboek
Verzonden: Wed Nov 19 10:40:32 2008
Onderwerp: RE: Verslag 108e OECD Economic Policy Committee.doc
Ik verwacht dat headline wel onder core valt maar dat core positief blijft rond 2%, maar eigenlijk verwacht ik niets want dat doet cpb
-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: dagboek
Verzonden: woensdag 19 november 2008 10:36
Aan: My Favorite Bofebber
Onderwerp: RE: Verslag 108e OECD Economic Policy Committee.doc
Nou die deflatie komt er toch heus aan en ik maak me er zorgen over.
Und then:
De consumentenprijsindex kwam uit op -1,0%, tegen een vlakke stand in september, toen de prijs die de Amerikaanse consument betaalde voor een standaardmandje met goederen en diensten gelijk was aan de prijs in de voorgaande maand. De deflatie in oktober wordt gezien als een teken van de verzwakking van de Amerikaanse economie. Sinds 1947 was een dergelijk sterke prijsdaling op maandbasis niet meer gemeten. De daling is sterker dan verwacht. Vooraf door Dow Jones geraadpleegde economen rekenden op een deflatie van 0,8%. De prijsdaling is grotendeels het gevolg van de sterke afname van de energieprijzen. In vergelijking met september betaalden Amerikanen 8,6% minder voor energie. De voedselprijzen stegen in oktober slechts met 0,3%, nadat ze eerder dit jaar nog heel sterk stegen. Wanneer volatiele zaken als energie en voeding buiten beschouwing worden gelaten, is er nog steeds sprake van een daling van de prijzen. De kernindex kwam uit op -0,1%. Economen voorspelden vooraf een uitslag van +0,1%.
dinsdag, november 18, 2008
We zitten niet in de long run (want Keynes is dus niet dood)
Vanochtend lifte het Economendagboek zwart eerste klas tussen Leiden en Den Haag cs, want Paul zat er en die wilde het dagboek het een en ander vertellen, wat me uiteindelijk halverwege CS en het Plein kwam te staan op een "Hou nou eens even op me te behandelen of ik een domme leerling ben" wat enerzijds wel (leerling) en anderszijds niet (dom) waar is. Enfin, mijn lijn is: "nu dus niks doen" (straks wel, maar je kunt maar 1 keer schieten), "goed voor ogen houden wat de overheid moet doen (sociaal vangnet, werkgelegenheid aan de onderkant beschermen - d.w.z. de persoonlijke dienstverlening), "eendrachtig optreden" (nationaal en Europees) en "open staan voor hetrodoxe oplossingen als het echt nodig is" (straks dus als het echt nodig is als groei en prijsniveau dalen en werkloosheid en staatsschuld stijgen). Tjeempie ik stopte nogal wat schaarse tijd in de onderhandelingen over het stabiliteits en groei pact, maar van mij mogen ze het verscheuren. En als belangrijkste misschien in het verlengde wat ik de jeugd van het Jan Arentsz te Alkmaar destijds in de vroege jaren tachtig probeerde uit te leggen over ex ante en ex post onevenwichtigheden in het economische systeem: Hoofdstuk 10 en 17 van The general theory zijn niet goed of fout, maar afhankelijk van conditiees van tijd en plaats actueel of niet. Derhalve thans niet irrelevant maar mogelijk uiterst nuttig voor de beleidsvragen medio 2009... Echt, de paradigmata verschuiven, net als in de jaren dertig van de vorige eeuw. The general theory is een antwoord op het failisement van de klassieke economie en het moet vreemd lopen als we straks duidelijker zien welke denkfouten we aan het begin von das Dritte Millenium hebben gemaakt.maandag, november 17, 2008
De beurskrach is nog maar
zondag, november 16, 2008
'Economie is toch eigenlijk het ware leven'
Ik was het glad vergeten, dat prachtige citaat van Kamagurka, net als het feit dat ik ooit deze recensie schreef over raaskallende rekenmeesters waarin dat citaat een rol speelt.
vrijdag, november 14, 2008
Soms sluit een cirkel zich na lange tijd
Ik rond Hoofdstuk 7 af van mijn jongste pennenvrucht en for sentimental reasons maar ook omdat het de tand destijds heeft weerstaan nam ik dit hoofdstuk 5 uit de dissertatie (1990)respectievelijk de doctoraal scriptie (1986), alsmede mijn eerste publicatie in De Economist (1987) en hoofdstuk 3 uit mijn eerste Engelstalige boek Economic Diplomacy, Trade and Commercial Policy (1994) wederom in licht geredigeerde versie op. Tinbergen stuurde ik destijds de scriptie op want hij was daarvan de inspirator en hij stuurde een briefje terug dat ik bewaarde.N.B. Let vooral op het "maar laat uw studie daardoor niet vertragen".
donderdag, november 13, 2008
Schuiven de curven? Schuivende curven!
Het overkomt je zelden dat je een yieldcurve in het wild ziet en ze zijn ook nog redelijk bestand tegen structurele veranderingen zoals ik ooit beweerde en aantoonde tijden mijn oratie op de EUR. Maar wat er de afgelopen maand gebeurde, zag ik nooit en het bracht me in verwarring. Eind oktober 2008 begon de yieldcurve in het korte bereik te kwispelen. De curve die een stijgende lijn hoort te laten zien daalde op het twee jaars bereik. dat is een inverse yieldcurve en die duidt in 4 op de 5 gevallen op een recessie.
Zonder ingewikkelde macroeconometrische modellen concludeerde ik dus dat we midden in de langdurige recessie zitten waarin we nu volgens iedereen blijken te zitten --- en ik geloofde er al half en half in. Maar tussen eergisteren en gisteren is er wat veranderd (en dat tekent zich sinds 4 dagen af): de inversie verdwijnt deels en het omslagpunt in de curve ligt niet meer op 2 jaar maar op 1 jaar. Wat het betekent weet ik nog niet, maar het is wel duidelijk dat de financiele markten eindelijk aan het veranderen zijn.woensdag, november 12, 2008
Leuker kunnen ze het niet maken
Als je de nieuwste ad van NRC - what's - Next ziet kun je niet anders dan je afvragen of Nederland het echt beter gaat doen dan de omringende landen. Is een open economie met een bovenproportioneel ontwikkelde financiële sector die het bovendien grotendeels moet hebben van de doorvoer naar landen die in recessie zitten immers niet extra kwetsbaar? Ach, als een bubble wordt doorgeprikt, geloof ik tegenwoordig meer in de analyses van De SpeldInnovatie
Hugo mag graag en boeiend vertellen over de innovatie. Het is zijn lust en zijn leven. Hij disserteert er over. Echt niks mooiers dan een nieuwe innovatiemaatstaf die theoretisch het best is maar natuurlijk empirisch nog niet is onderzocht op robustheid. Het Economendagboek vindt er daarentegen niks an. Veel innovatie is helemaal geen innovatie en als je iets innoveert verdwijnt het de volgende jaren uit de statistieken. Nee, geef ons maar comparatieve voordelen waar ik trouwens helemaal geen innovatie terug zie. Twee clusters heeft Nederland: de Rotterdamse Haven en de agri en meer is er niet.
En dan zit Hugo al snel weer op de kast of het verkeerde been. Enfin op EZ is een kantoorinnovatie geïntroduceerd. Het is een karretje waarin 3 vakjes zitten voor papier, gft en rest en een rondje voor de koffiebekertjes. Verspilling, want we hadden een groene bak voor papier en een grijze voor vertrouwelijk papier, een groen bakje voor de gft en een zwarte prullenbak voor de rest. Maar het is wel innovatie, natuurlijk, dus dan is het goed. En omdat wij amtenaren helemaal gek zijn hebben we er een gebruiksaanwijzing bij gekregen. En omdat wij niet kunnen lezen leggen ze het ons uit met plaatjes (die ook op die vakjes staan). Ook staat er op dat we voor meer informatie bij de Servicedesk FM terecht kunnen, met een telefoonnummer er bij. Maar dat zal niet gebeld worden want ambtenaren zijn stupide en kunnen niet lezen. Het inhoudelijke punt bij dit alles is dat dit product van Ecosmart Waste Care Systems een innovatie is. Ik hoop dat ze er geen WBSO voor hebben gehad.maandag, november 10, 2008
Haloweconomen
Marcella had ik al twee weken niet gezien, dus was het best even schrikken toen ik de deur van haar kamer opende. Bleek ze gelukkig op vakantie te zijn.Hopen tegen beter weten in
Maartje hielp me goed en uiteindelijk kwam het netjes op papier ofschoon het alles bijelkaar 700 pagina's leeswerk is. Voor wie Boeken miste enige soundbites:
Je houd je verre van aandelen, maar door de kredietcrisis ben je nu tegen wil en dank toch een beetje aandeelhouder. Zonder ooit naar de beurs te gaan zijn we immers mede-eigenaar van een deel van het financiële conglomeraat dat zichzelf ooit als Dé Bank aan de man bracht. Hoe is dat zo gekomen? Hoe kon de fusie tussen ABN en AMRO en later Fortis uitlopen op een nationalisatie? Ligt het aan de onderneming, aan de mensen die in die onderneming werkten en er vorm aan gaven, aan de toezichthouders of is het alleen maar de pech dat financiële markten in de grootste crisis van een eeuw terecht zijn gekomen...
...Bankieren is mensenwerk en binnen ABN AMRO heersen over en weer wantrouwen en minachting: Smit noemt het “blinde trots”. Daarom opereert Dé Bank niet als Het Team als het er op aan komt...
...Hebben bankiers hun ziel soms verkocht? ...Er wordt al veel langer gemopperd op het gebrek aan verantwoord maatschappelijk ondernemen in de financiële sector. Bankiers zouden teveel voor profit en te weinig voor planet en people zou kiezen. Dit verwijt van gebrek aan maatschappelijke verantwoordelijkheid is beslist opmerkelijk want onze banken zijn, zoals Hans Ludo van Mierlo in Gepast en ongepast geld bespreekt, ontstaan uit maatschappijen tot nut van het algemeen of door coöperatieve samenwerking. Daarbij stonden sociale doelstellingen, inclusief het verheffen van het volk, in wat we tegenwoordig de missie van de bank zouden noemen. Zorgplicht en microkredieten, twee recente toevoegingen tot het moderne bankidioom, waren zo bezien in de negentiende eeuw al leidend...
...Van Mierlo is een optimist die gelooft dat bankiers hun ziel terug kunnen vinden en hun klanten daarvan kunnen overtuigen: het vertrouwen in de bankensector kan terugkomen, mits ook voldoende aandacht wordt besteed aan mensenrechten, milieu en andere aspecten van duurzaamheid. Soms is Van Mierlo me wat te naïef, bij voorbeeld waar hij nieuwe overheidsregulering afwijst omdat dat het denken binnen banken ontmoedigt. Zijn pleidooi voor een beroepseed voor bankiers (en andere financiële dienstverleners) doet mij wereldvreemd aan. Maar kwaad kan zo’n eed niet en er is in bankiersland meer mogelijk dan je als buitenstaander zou denken. Dat blijkt uit zijn bespreking van een dertigtal concrete dilemma’s waarin banken merendeels in staat gebleken zijn de bakens richting duurzaamheid te verzetten. Dat maakt van Gepast en ongepast geld een hoopgevend boek...
...Hoop heb ik na lezing van De Prooi wel nodig. Het perspectief is ontluisterend. Het zal leiderschap en wijsheid vereisen om de diepe tegenstellingen en persoonlijke wrok te overbruggen en Dé Bank weer een toekomst te geven...
...Jeroen Smit pretendeert de waarheid boven tafel te hebben gehaald: hij wil blijkens de verantwoording van De Prooi “een betrouwbare én geloofwaardige toegankelijke reconstructie” bieden. Maar ik was niet overtuigd door de verhaallijn en methodiek van De Prooi. De anonimiteit die Smits zijn bronnen bood, maakt zijn boek kwetsbaar voor verhaaltjes vertellers: mensen die hun eigen stoepje schoonvegen, of een potje zwartepieten. Op tal van punten zou ik willen weten wie wát beweert, om het beweerde zo naar waarde te kunnen schatten – of eigenbelang een rol speelt, bijvoorbeeld...
zaterdag, november 08, 2008
Dunedin, PAG da
Ik wist nog niet dat het bestond, zo'n instant vertaalservice op google: Gli economisti Diario en "Inoltre, qualsiasi accordo poggia con la realtà (come uno della moderna economia di pratica professionale è ben abituati) puramente casuale..." De gewenste niet-vertaling van Burgeik's Bergeijk gaat soms goed en soms fout, maar verder is het prachtig natuurlijk.donderdag, november 06, 2008
Verse BOFEB
Jacco vroeg me wat dat vak in hield "Theoretische economie" en in een onbewaakt moment vertelde ik over een artikel met Erik Schut dat bijna mislukte omdat het referenten rapport was gericht aan prof van Bergeijk terwijl ik doctoraalstudent was. Volkomen onbegrip en een mentaal generatieconflict, want tegenwoordig gebruik je je emailadres (maar dat kon een kwart eeuw geleden niet). Desondanks vonden ze het niet te makkelijk en niet te moeilijk wat mij dan weer hoop gaf. Dit halfjaarjaar is het een evenwichtige spreiding over universiteiten (al ontbreken de VU en Maastricht).
Erasmus Universiteit: Oeke van Brakel, Robin van Olst, Peter Simonse en Tess van der Zee
UvA, Jurgen Broekhuis, Roderik van der Ploeg en Eddy Zondervan
Tilburg: Lyda den Hartog (tevens EUR), Jacco van Maldegem en Reza Tabatabaie
RUG: Marrit Nauta en Bahar Öztürk
Utrecht: Marnix Sanderse
Erasmus Universiteit: Oeke van Brakel, Robin van Olst, Peter Simonse en Tess van der Zee
UvA, Jurgen Broekhuis, Roderik van der Ploeg en Eddy Zondervan
Tilburg: Lyda den Hartog (tevens EUR), Jacco van Maldegem en Reza Tabatabaie
RUG: Marrit Nauta en Bahar Öztürk
Utrecht: Marnix Sanderse
Verdwaalde berichten en mededelingen IV
dinsdag, november 04, 2008
Van goed en kwaad

Nooit heb je voordeel van het feit dat je twee werkplekken hebt, maar vandaag kreeg ik op EZ dan toch op iedere werkplek een appel. Om te vieren dat we anders gaan scheiden. Het voelde meer dat nu het poensioen aan gort gaat er toch nog even een appeltje voor de dorst is.zaterdag, november 01, 2008
Het nut van een dagboek
"Toch jammer dat je nooit kunt publiceren wat je denkt, want dan kun je het altijd nog eens teruglezen en zien waneer je iets nu goed of fout zag", zei Frank (of was het Paul). Maar dat is niet zo, want hoewel je in het ambtelijke niet overal kunt rond roepen wat je ervan vindt - zeker als dat geluid anders is - , kun je best in je Economendagboek hints geven zodat je het later terug kunt vinden (dit is het leuke van een dagboek)
Economendagboek: Je eerste beurskrach vergeet je nooit (24 januari 2008)
Economendagboek: En de kredietcrisis suddert lekker door...(10 april 2008)
Economendagboek: De zeepbel doorgeprikt(1 mei 2008)
Economendagboek: Alles dumpen nu het nog kan(8 juni 2008)
Economendagboek: Je eerste beurskrach vergeet je nooit (24 januari 2008)
Economendagboek: En de kredietcrisis suddert lekker door...(10 april 2008)
Economendagboek: De zeepbel doorgeprikt(1 mei 2008)
Economendagboek: Alles dumpen nu het nog kan(8 juni 2008)
Globalisering en urbanisatie
Charles en Steven hadden een topcongres georganiseerd, maar Edward Glaeser kon niet komen en confereerde dus per video. Zo bleek dat discuzeuren best per videoconference kan maar dat virtueelcongres bezoek toch minder is. Geen biertje met een goed gesprek of een later opborrelende vraagwoensdag, oktober 29, 2008
Deflatie
Lex was gisteren op de strategielunch en na de felicitaties zaten we al snel in The General Theory omdat ik me steeds meer zorgen maak dat disinflatie om kan gaan slaan in deflatie ("niet het meest waarschijnlijke risicoscenario" zei Lex, maar ik weet het nog zo net niet). Lex kent Keynes ook nog en net als ik schaamt hij zich er niet voor. Hij weet dan weer alles van Hoofdstuk 13 (waarop hij zo'n beetje promoveerde) terwijl ik over 17 schreef en dat denkkader samen met Fisher's debt deflation voor ogen heb als ik over de zomer van 2009 denk. Ondertussen was de plaatsing van Lex 3 maanden geleden op de lijst van potentiele sprekers ("laat hem maar eens over de kredietcrisis praten") een voorbeeld van een prima timing, het strategiecluster meer dan waardig. Maar goed, Lex was niet overtuigd: weet jij wel hoe lang het geleden is dat we negatieve inflatie in Nederland gehad hebben. Dat wist ik, want dat was in december 1986 toen ik bij de ABN op het economische bureau zat (-0,1; in Japan was het -0,2 en in Duitsland was het -1,1 - dus het kan wel). Ik moest voor een speech van Kalff wat prognosecijfers voor 1987 aanleveren voor de Nederlandse en vulde bij inflatie eigenwijs een nul in terwijl het CPB "min een kwart" had staan omdat ik niet in neerwaartse prijsflexibiliteit geloof. Dat was meteen opening journaal voor Kalff (die er wat onwennig bij stond want die min was onder de Haagse stolp nodig geweest om de koopkracht op te poetsen). Enfin, toen ik dit aan Lex vertelde sloot een cirkel zich, want ze waren daarmee maar wat blij geweest bij DNB. Later op de dag sprak ik Louk en we verbaasden ons er over dat het ene paradigma (markten) zo snel ingeruild wordt door het andere (publieke sector) en hoe aktueel Tinbergen in de moderne tijd weer was gewordenmaandag, oktober 27, 2008
Constant
Ruud hield vandaag de presentatie van zijn afstudeerscriptie bij "ASP" over de connstantmarket share analyse waarover Harry en ik in de jaren negentig utivoerig publiceerden in De Economist. Met de zetproef in de hand gingen we naar het CPB: jullie doen het fout. Maar dat was niet zo, want onder leiding van John werd het probleem van de wisselkoers weggedefinieerd. Opmerkelijke uitkomst van het onderzoek van Ruud is dat de verslechtering van het Nederlandse marktaandeel op de wereldmarkt rond 2001/2 tot staan is gebracht en sindsdien ondanks de groei van China als een belangrijke speler is toegenomen.vrijdag, oktober 24, 2008
Happy birthday black thursday
79 jaar geleden vielen de aandelen op Wallstreet (daarna volgden nog een omineuze inktwarte maandag en dinsdag) en vandaag gaat het er even lustig op los. Door een samenloop van omstandigheden (ik had herfstvakantie) verschijnt er vanmiddag in Boeken een recensie van de jongste pennenvrucht van Soros: "Hoe de sombere wetenschap haar krediet verspeelde". Zelfs de nobelprijs van Paul Krugman wist ik er - functioneel - in te proppen en weer eens van Nostradiaanse proporties:
De melt-down van het financiële stelsel is zijn ultieme bewijs voor die door vijftig jaar ervaring ondersteunde stelling en de financiële wanorde biedt hem (zoals hij zelf overigens ook wel ruiterlijk toegeeft) de ultieme kans alsnog te betogen dat hij het Grote Gelijk aan zijn zijde heeft. Enfin, de lezer die van taaie wat wollige filosofische traktaten houdt, kan in de eerste helft van het boek terecht en wie alleen wil weten hoe een rogue trader die leiding gaf aan een van de succesvolste hedge funds in maart van dit jaar aankeek tegen de krachten achter de meltdown van financiele stelsel volgt zijn advies op bladzijde 51 op en begint pas weer te lezen bij het tweede deel van het boek. Wie dat advies niet volgt, moet overigens scherp lezen en de te vele herhalingen voor lief nemen als hij de kern van de filosofie van Soros (en daarmee het meer tijdloze onderdeel van dit in haast geschreven pamflet) wil bevatten. In een notendop is zijn stelling dat iedereen fundamentele misvattingen koestert over de werking van financiële markten, en dat blijkt niet alleen uit het (ook actueel publiekelijk beleden) onvermogen om te begrijpen wat er aan de hand is op de beurzen. Deze misvattingen vormen namelijk tevens de basis voor de excessen die de krantenkoppen van de afgelopen maand bepaalden. De econometrische value at risk modellen die door banken gebruikt worden om te berekenen of er niet te veel risico wordt genomen zijn namelijk gebaseerd op de idee van een evenwichtsherstellend proces optreedt op financiële markten. Als de economie in een situatie van een sterk-buiten-evenwicht terecht komt of dreigt te komen, laten dergelijke modellen het afweten – en daarmee het toezicht van de centrale banken. Het derangeren van economische processen vormt de basis van de huidige kredietcrisis. Het verhandelbaar maken van schulden en het uitruilen van portefeuilles van wanbetalers (een Europese uitvinding) leiden tot een ongedekte exponentiële groei van niet of niet adequaat gereguleerde financiële markten. Uiteindelijk domineerden dit soort financiële innovaties de wèl gekende en begrepen bankproducten: de markt beliep voor de recente deconfiture 2,5 maal de beurskapitalisatie van Wallstreet en tien maal de markt voor Amerikaans schatkistpapier. Een uiteindelijk onhoudbare superzeepbel die nadat zij was gebarsten leidde tot een liquiditeitscrisis, maar niet omdat banken niet weten wat andere baken voor zwakke plekken op de balans hebben. Banken weten namelijk exact wat anderen deden: namelijk het zelfde als zij zelf hebben gedaan en dat is de rationele basis van het opdrogen van de interbancaire markt.Boek nooit gezien overigens; geheel modern per pdf aangeleverd en electronisch gelezen en becommentarieerd. En vanochtend sprak ik weer sinds een jaar met mijn private banker die het vorig jaar maar gek vond dat ik niet in aandelen ging. Maar u moet eigenlijk uw risico spreiden. "Dat heb ik gedaan, want ik heb het spaargeld over drie banken verdeeld", antwoordde het economendagboek. Nog geen cent verloren aan deze crisis als gaat het pensioen natuurlijk aan gort. Enfin.
woensdag, oktober 22, 2008
Verhuisd
dinsdag, oktober 21, 2008
zo wil je de geschiedenis toch niet in
'Financiële sector lijkt dieptepunt voorbij' Uitgegeven: 20 oktober 2008 21:10 AMSTERDAM - De financiële sector lijkt door het diepste punt heen te geraken. Maar de gevolgen van de kredietcrisis voor de reële economie zullen de komende jaren nog worden gevoeld. Dit zei oud-minister van Financiën Gerrit Zalm maandag in het tv-programma Netwerk.
maandag, oktober 20, 2008
Maar wat zou jij dan doen
Met Jacques was ik het eens dat je nu een koers moet uitzetten en die dan moet vasthouden, maar wat die koers zou moeten zijn? Volgens Jacques moet je water onder de kiel houden zodat de zaak bestuurbaar is. Ik zou het grootzeil strijken en de boel op de fok aan de grond zetten en daarna wel zien wat de averij was. Twee strategieën waarbij degene die op dat moment kapitein is mag beslissen wat het wordt, maar die je niet moet afwisselen. Enfin. Commentaar van Hanneke "Kan ik niet zo'n kapitaalinjectie krijgen"vrijdag, oktober 17, 2008
Vanuit de redactieburelen
Het economendagboek heeft weer eens extreem zware dagen achter de rug, met een wp1-agenda waarop niet alleen product market regulation, financial market regulation en going for growth stonden, maar ook de klimaatverandering en en investeringen in infrastructuur. Maar de redactie was dit keer dan weer wel ok gehuisvest zoals de sfeerbeelden bij deze rapportage wel laten zien. Dit was dan weer ondanks een bureau reizen dat het te duur vond (maar het hotel dat 2 km verder lag en waar de anderen waren ondergebracht kostte 210 euro en dat van mij 220 dus dat kan toch weer niet de aanleiding zijn geweest.)
Het was natuurlijk wel een zotte kast van een kamer, met voor het eerst in mijn leven een apart kledingkamertje (je kon er bijna in wonen). De lange gang had hierdoor drie deuren (badkamer met bad, klerenkamer met 4 kasten grote ligplank en kleine kastjes, en tenslotte slaapkamer met 2 bedden, zitje, kukentrekker en dan ook een balkon. En ik had een waterkokertje meegenomen zodat ik gratis koffie op de kamer had.
Het is dan vooral de combinatie van gang en kamers die exorbitant is en vele herinneringen boven bracht aan de tijd dat ik als afdelingsdirecteur bij DNB zo vaak buitenslands was dat ik Hanneke en de kinderen bijna niet meer herkende en vice versa, wat niet zo mooi was.
In de Berlinerhof in Frankfurt drukte ik op een knopje boven het bad, dat daarna in een wirhlpool veranderde en omdat ik het niet uitkreeg stroomde het schuim over het bad --- uiteindelijk wist ik een ramp te voorkomen door de stop uit het bad te rekken. Maar de tsunami aan schuim kreeg ik niet van de badkamervloer en ik was bang er nog iets van te zullen horen. Dat gebeurde niet wat ook weer iets zegt natuurlijk. Maar het kan altijd gekker.
In Brussel arriveerde ik uit een vergadering van het Monetair Comite om 04.00 snachts in een hotelkamer met 2 televisies 3 banken en een fles champagne, maar geen bed. De ene gang die ik vanuit die hotelkamer inging bracht me bij een ligbad van mausoleumse proporties en een wc met gouden randen, maar geen bed.
In de tweede gang trof ik bij de eerste zijdeur een bad en daarnaast een toilette aan en er was een kast met strijplank en andere elementaire huisraad, maar aan het einde van de gang was er dan toch uiteindelijk een slaapkamer met een bed waar een harem voldoende plaats kon vinden. Helaas was het lichtknopje onvindbaar en stond het licht al wel klantvriendelijk aan. Met een handdoek draaide ik de bolletjes er uit en viel daarna uitgeput in slaap. Tot het om 6.30 licht werd omdat de gordijnen open stonden. Bon.Zuinig
Niet alleen knipperden de lichtjes er energiebezuinigend en milieureddend minder fel - zagen wij vanaf Trocadero - maar ook vergaten de Sarcozanen om voor de EU alle sterren uit te pakken. Ook zag ik bij voorbeeld op Gare du Nord vlaggen wapperen die ik te oud vond omdat niet alle toetreders er bijzaten. Daarentgen waren Israel, Rusland en Slovenia dan wel weer voor het eerst voor het eerst als nieuwe leden aanwezig bij de WP1. Van Parijs zag ik nauwelijks wat. Chaotische hektiek van vroeg tot laat en via blackberry en internet (in de nieuwe cyber room van de OESO), maar gelukkig aan het eind van de rit ook luid gelach met de Zwitsers in de metro over UBS en kantonale verwikkelingen. Zelden zo gelachen, maar wij als liquide niet-aandelenbezitters lachen dan ook heel wat af de laatste weken. Ondertussen ging het bij de OESO ook nog ergens over: climat change deed ik samen met Jan, maar bij Going for growth stond ik er au fond toch alleen voor. En bij infra miste een pointe en bedacht ik er pas later dat ik natuurlijk over het echec van de hoogseschnelheidschljn had moeten spreken. Jan Hein en Carin vonden vooral de ochtenden spannend. Enfin, het was een goed trio aan dagen want ik leerde Klaus snel en goed kennen (hij sprak mijn naam correct uit - had er duidelijk op moeten oefenen van Jorgen) en wist en passant ook nog enige bruggen te slaan. Hoogtepunt was een min of meer door toeval opstaand vaderlands landenbordje waarop ik het woord kreeg op het moment dat het er echt toe deed. Tussendoor kreeg ik een telefoontje dat de wereld toch op z'n kop gaat zetten en waarmee ik nog niet goed raad weet.zondag, oktober 12, 2008
Onderduikadres
vrijdag, oktober 10, 2008
Ten Overvloede
Hugo mag vast gefeliciteerd worden met een mooie dis. De illustratie toont vier hoornen des overvloeds die op pilaren of bergtoppen zijn geplaatst. De vier hoornen verwijzen naar vier engines of growth. De plaatsing van de hoornen, ongecoördineerd op toppen in een overigens leeg landschap intrigeert de kijker. Heerst er stilte of is er juist sprake van een klaroenstoot of zelfs een symfonie? Zijn de hoornen onbereikbaar of juist van verre zichtbaar? Biedt de dissertatie hier allemaal zicht op? Het werk brengt tevens een impliciet verband aan naar het horns of plenty project van de directie AEP.; zie hiertoe ook of juist: http://horns-of-plenty.blogspot.com/dinsdag, oktober 07, 2008
Uit de oude doos
Vanuit het perspectief van het micro-prudentiële toezicht, dat is gericht op de financiële soliditeit van individuele instellingen, moeten faillissementen zo veel mogelijk worden vermeden. Hierbij zal de nadruk eerder liggen op zaken als diversificatie en schaalvergroting dan op het bevorderen van concurrentie. Vanuit het perspectief van het macro-predentiële moet echter gewaakt worden voor de stabiliteit van het financiële systeem als geheel. Marktconcentratie kan vanuit dit perspectief een relevante factor worden, doordat bij een relatief hoge marktconcentratie problemen bij individuele financiële instellingen eerder systeemrelevant worden.
Bank en effecten oktober 2004, p. 23
En bij het opruimen vond ik de hele tekst weer digitaal terug:
Bank en effecten oktober 2004, p. 23
En bij het opruimen vond ik de hele tekst weer digitaal terug:
Lang zijn beleidsmakers in Nederland huiverig geweest over het stimuleren van concurrentie in de financiële sector. Hiervoor waren diverse praktische reden zoals het gegeven dat het in het bedrijfseconomisch toezicht, minder complex is vertrouwde boeken en bekende bankbestuurders te controleren dan te beoordelen of toetreders voldoen aan prudentiële eisen. Ook de economische theorie droeg vele bouwstenen aan, onder andere door te benadrukken dat banken die bovennormale winsten plukken prudent zouden opereren aangezien ze meer te verliezen hebben. Concurrerende banken kunnen volgens deze theorie van de vorige eeuw alleen hun "normale winst" verliezen, maar als er expliciete of impliciete collusie is dan maakt de resulterende excessieve winst de vergunning het bankbedrijf te mogen uitoefen tot iets extra moois dat je niet wilt kwijt raken. Aldus wordt de bankier extra geprikkeld op te passen dat hij niet failliet gaat. Bijkomend effect van gebrekkige concurrentie is dat er minder risicovolle activiteiten behoeven te worden ontplooid om toch een mooi rendement te scoren. Beide effecten reduceren de turbulentie in de sector en dat werd in de theorie gelijk gesteld
Consensus over beperking van de concurrentie
Over deze visie op concurrentie in de financiele sector bestond ook internationaal consensus, zoals bij voorbeeld blijkt uit het gegeven dat lange tijd het gewone mededingingstoezicht ongeschikt werd geacht voor toepassing in de bankensector. In de Verenigde Staten duurde het tot aan de jaren zestig en in de EU zelfs tot in de jaren tachtig voordat aan de speciale status van de bankensector in het mededingingstoezicht een einde werd gemaakt. Verder is erop gewezen dat de Amerikaanse Federal Reserve erg toegeeflijk was als het ging om fusies tussen zeer grote banken, ofschoon deze fusies doorgaans weinig tot niets opleverden in termen van schaal- of scopevoordelen. Tenslotte hebben veel bankentoezichthouders fusies nagestreefd, zelfs in landen waar de bankensector reeds zeer geconcentreerd was, doch dit was in het merendeel der gevallen in crisissituaties.
Dit paradigma is inmiddels vanuit diverse kanten ter discussie gesteld. Allereerst zijn vraagtekens geplaatst bij het vermeende positieve effect van marktconsolidatie op de financiële stabiliteit. De gedachte is dat grotere financiële instellingen weliswaar een positieve bijdrage kunnen leveren aan de diversificatie van risico’s op het niveau van de individuele instelling, maar vanuit het perspectief van de systeemstabiliteit kunnen de risico’s juist toenemen. Het ontstaan van financiële conglomeraten met een complexe structuur wordt dan ook vanuit het perspectief van de financiële stabiliteit nauwlettend gevolgd door toezichthouders en beleidsmakers. Ten tweede heeft de wereldwijde consolidatie en toenemende marktconcentratie in de financiële sector ertoe geleid, dat de zorgen over mogelijke schadelijke gevolgen van een gebrekkige concurrentie zijn toegenomen. Het gaat hier bijvoorbeeld om te hoge tarieven voor leners en te lage tarieven voor spaarders, onvoldoende toegang tot bankfinanciering voor risicovolle activiteiten en achterblijvende financiële innovatie. Ook in de meeste Europese landen is de concentratiegraad gedurende de jaren negentig verder gestegen.
Concentratie hoeft geen probleem te zijn
Bij de tabel moeten enige mededingingseconomische bijsluiters worden gevoegd. In de eerste plaats zijn deze concentratiegegevens berekend voor de individuele volkshuishouding. Op segmenten waar sprake is van internationale concurrentie wordt de concentratie dus vanuit mededingingseconomisch perspectief op de verkeerde schaal gemeten, want de relevante markt zal daar groter zijn dan louter de nationale markt. Mededingingsrechtelijke problemen inzake concurrentie zullen daarom in het algemeen alleen spelen waar het gaat om financiele transacties van en relaties met consumenten en het MKB, waar de relevante markt nationaal dient te worden afgebakend.
Hierbij is overigens van belang, dat de concurrentie in de nabije toekomst naar verwachting op steeds meer terreinen op een Europees speelveld zal plaatsvinden. Op dit moment is de grensoverschrijdende concurrentie op de meeste deelmarkten nog te beperkt om te spreken van een Europese relevante markt. In de toekomst zou dit echter kunnen veranderen onder invloed van beleidsinitiatieven zoals het Financial Services Action Plan. Deze ontwikkeling plaatst nationale beleidsmakers voor nieuwe uitdagingen, zowel de beoordeling van de concurrentieverhoudingen èn de vormgeving van het toezicht op de financiële stabiliteit.
Big is beautiful?
Ondanks de consensus onder beleidsmakers, is het verband tussen financiële stabiliteit en concurrentie theoretisch nooit ondubbelzinnig geweest. Aan de ene kant wordt gesteld dat een geconcentreerde bankensector de winstgevendheid en diversificatie bevorderen, waardoor de kwetsbaarheid voor negatieve schokken afneemt. Bovendien zijn enkele grote banken door depositohouders en beleggers gemakkelijker te monitoren dan vele kleine, wat een positief effect op de corporate governance kan hebben. Ter onderbouwing van deze “big is beautiful”-stelling wordt vaak de vergelijking gemaakt tussen de bankensectoren in de VS (weinig geconcentreerd en veel crises) en Canada (omgekeerd). Aan de andere kant wordt gesteld dat toenemende concurrentie ervoor zorgt dat banken minder kunnen investeren in een lange termijn relatie met hun klanten. Hierdoor zijn zij minder goed in staat om de risico’s in te schatten, wat zorgt voor een hogere instabiliteit. Een hogere marktconcentratie kan ook tot minder stabiliteit leiden als de perceptie heerst dat de grotere banken “too big to fail” zijn. De idee is dat waaghalzerij van grote banken in mindere mate door beleggers wordt afgestrafd, omdat men verwacht dat de overheid bij eventuele problemen de bank toch wel zal redden. Hierdoor worden deze banken feitelijk gestimuleerd om risicovolle activiteiten te ontplooien. Tenslotte zijn grotere banken vaak ook complexer te beoordelen door beleggers, waardoor een grotere instelling wellicht minder eenvoudig te monitoren valt dan een kleinere.
Recente theoretische inzichten
Recent theoretisch en empirisch onderzoek werpt echter een nieuw licht op de relatie tussen financiële stabiliteit en concurrentie. In een recente studie wijzen Boyd en De Nicoló erop dat gangbare economische analyses twee essentiële mechanismen niet meenemen. Zij laten zien dat als deze mechanismen wel worden meegenomen, dit tot geheel andere uitkomsten kan leiden dan de traditionele theorie voorspelt. De eerste omissie in de 'oude' theorie is volgens Boyd en De Nicoló dat deze teveel kijkt naar de passivakant van de bankbalans (deposito’s). Minder concurrentie leidt volgens de ‘oude’ theorie tot een lagere rente voor depositohouders (hogere winst voor banken), waardoor banken minder geneigd zijn om risicovolle investeringen te kiezen. Hierbij wordt echter uit het oog verloren dat verminderde concurrentie uit de aard der zaak de prijsstelling aan beide kanten van de bankbalans beïnvloedt: niet alleen dalen de depositotarieven voor de consument, maar ook stijgen de leentarieven. Dit is relevant omdat duurder lenen het faillissementsrisico van de klant exogeen verhoogt (diens kosten stijgen immers) en omdat het de cliëntèle endogeen prikkelt tot het entameren van risicovollere projecten. Het in de oude theorie vooronderstelde prudentere gedrag van banken wordt dan mogelijk gecompenseerd door toenemende waaghalzerij van hun klanten.
De tweede omissie in de ‘oude’ literatuur is de invloed van concurrentie op de kosten die banken moeten maken bij het afhandelen van faillissementen. Studies laten zien dat deze kosten substantieel kunnen zijn. Van belang voor de analyse is dat deze kosten niet alleen afhangen van de omvang van de vordering, maar daarnaast ook bestaan uit een vaste component (kosten die altijd gemaakt moeten worden). Boyd en De Nicoló laten zien dat naarmate de concurrentie toeneemt en daarmee de gemiddelde omvang van de bank afneemt, de faillissementskosten ten opzichte van de gedane investeringen toenemen. Deze relatief hogere faillissementskosten, prikkelen banken tot risicomijdend gedrag. Ergo: een minder geconcentreerde markt dwingt grotere stabiliteit af.
Nieuw empirisch onderzoek
Het schaarse empirische onderzoek dat over dit onderwerp is verricht is internationaal vergelijkend van aard. Hierbij wordt eerst bezien welke macroeconomische, monetaire en institutionele variabelen van invloed zijn op de financiële stabiliteit. Vervolgens wordt gekeken wat de additionele invloed is van indicatoren voor de concurrentie (doorgaans indicatoren voor marktconcentratie) op de financiële stabiliteit. Zo kijken De Nicoló en anderen naar de relatie tussen marktconcentratie en systeemrisico in ruim honderd landen over de hele wereld. Als indicator voor systeemrisico wordt de (gezamenlijke) faillissementskans van de vijf grootste banken in ieder land genomen. Gedurende de periode 1993-2000 vinden zij een robuust verband dat aangeeft dat een hogere marktconcentratie gepaard gaat met een hoger systeemrisico. Opvallend is dat gedurende de recentere periode 1997-2000, waarin de marktconcentratie verder is gestegen, dit verband zich nog in versterkte mate blijkt voor te doen. Op basis van deze analyse zou geconcludeerd kunnen worden dat marktconcentratie per saldo niet tot meer diversificatie van risico’s heeft geleid.
Ander empirisch onderzoek duidt er echter op dat de relatie tussen concurrentie en financiële stabiliteit complexer is dan eerder vermoed. Beck en anderen bestuderen de relatie tussen bankencrises en meerdere concurrentievariabelen. Hierbij kijken zij niet alleen naar marktconcentratie, maar ook naar factoren als de toetredingsbelemmeringen, de mate waarin het mogelijk is om zonder aanvullende (vergunnings)eisen andere typen financiële activiteiten te ontplooien, en de aanwezigheid van instituties die de concurrentie bevorderen (“banking freedom”; “economic freedom”). Interessante uitkomst is dat er een U-vormig verband gevonden wordt tussen concentratie en het risico op een financiële crisis. In een gefragmenteerde markt is dat risico hoog, maar het neemt af naarmate de marktconcentratie toeneemt. Als de concentratie echter te ver doorschiet, neemt de kans op een financiële crisis weer toe. Toetredingsbelemmeringen en regulering die het moeilijker maken om andere typen activiteiten te ontplooien, gaan samen met een hogere crisiskans. Een verklaring is dat dergelijke regulering een negatief effect op de efficiëntie van banken zou kunnen hebben, wat de kwetsbaarheid voor negatieve schokken vergroot. Ook de aanwezigheid van instituties die de concurrentie bevorderen, heeft volgens deze analyse een gunstig effect op de financiële stabiliteit.
Conclusie
Over de relatie tussen financiële stabiliteit en concurrentie zal voorlopig het laatste woord nog niet gezegd zijn. Voor een deel is de veelheid aan modeluitkomsten en –schattingen vermoedelijk het gevolg van het feit dat concurrentie uit verschillende dimensies bestaat, die niet gemakkelijk in één samenvattende indicator te “vangen” zijn. Zo is de marktconcentratie weliswaar een relevant structuurkenmerk voor de beoordeling van de mate van concurrentie, maar zegt op zichzelf weinig over de vraag of er ook daadwerkelijk geconcurreerd wordt. Ook in een geconcentreerde markt kan er concurrentie zijn. De relatie tussen marktconcentratie en financiële stabiliteit is evenmin uitgekristalliseerd. Wel zijn er aanwijzingen dat als de marktconcentratie al te hoog wordt, dit niet alleen vanuit de optiek van het mededingingstoezicht een relevant gegeven kan vormen, maar ook negatieve gevolgen kan hebben voor de financiële stabiliteit. Of hier sprake van is, kan alleen van geval tot geval bekeken worden.
Verder kan de conclusie worden getrokken dat het niet nodig is om al te voorzichtig te zijn met de bevordering van de concurrentie in de financiële sector. Integendeel, ook in de financiële sector is het marktmechanisme van groot belang voor allocatieve efficiëntie en groei. In dit licht bezien is het positief dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit heeft besloten om het toezicht op de naleving van de Mededingingswet in de financiële sector uit te breiden. Daarnaast is het schrappen van onnodig stringente regulering via een vermindering van de administratieve lasten en overige nalevingskosten, zoals beoogd door het kabinet, niet alleen positief voor Nederlandse financiële instellingen en consumenten, maar kan het zelfs gunstig zijn voor de financiële stabiliteit.
zondag, oktober 05, 2008
Kalshoven weer
Inderdaad de enige idioten met (welliswaar gereefd) zeil op de Westeinder bij 22 knopen en in vlaggende regen en dan tijdens de stormrondjes homerisch gelach. Ongetwijfeld rond de ernstige economische tijden die we door maken. We gaan niet depressief worden van deze depressie wil ik maar zeggen. Ik was in ieder geval behoorlijk pissig over de 49% variant geweest omdat ik het amateuristisch vond en een blanco check (je maakt jezelf chantabel had ik eerder tegen Jacques gezegd en hij begreep het). Maar de 100% variant leek me tegen deze prijs wel ok, al blijft het bizar als azijnpissende centrale bankiers een toename van de schuldquote met drie procent op de koop toe nemen (schallende lach en overstag).
Afijn het was risicovoller op de Westeinder dan in de beau monde van de haute finance concludeerden we en bovenal: we stapten er op tijd uit (en eerlijk gezegd legde ik zwemvesten klaar en had ik het anker paraat voor het geval dat). Koud en nat, maar we kregen de mast van de Sasso neer en als vriendendienst aan Gé ook nog eens op diens mastenbank. Thuis legden we de crisis aan Hanneke uit met appels en peren en dat bleek moeilijker dan in de krant en Frank liet ik en passant mijn Nostradamus presentatie zien waaruit maar weer eens bleek dat deze cirsis niet onverwacht is maar 2 jaar geleden exact werd voorspeld. Maar waarom heet zulk weer nou eigenlijk Kalshovenweer..., vraag Frank zich iedere keer weer zichtbaar af.dinsdag, september 30, 2008
belangrijke PubliKAASties Verschijnen Op Het Internet
zaterdag, september 27, 2008
Laatte waarschuwing! (via de spambox dat is)
Your internet access is going to get suspended
The Internet Service Provider Consorcium was made to protect the rights of software authors, artists.
We conduct regular wiretapping on our networks, to monitor criminal acts.
We are aware of your illegal activities on the internet wich were originating from
You can check the report of your activities in the past 6 month that we have attached. We strongly advise you to stop your activities regarding the illegal downloading of copyrighted material of your internet access will be suspended.
Sincerely
ICS Monitoring Team
vrijdag, september 26, 2008
So 1980s
Sta je toch weer opeens met dat oude vertrouwde kroeggevoel buiten op de stoep met de penetrante geur van sigarettenrook en verschraald bier in de pak, stropdas en haren. Want het kan nog wel in Nederland al moet je er dan voor naar een boekpresentatie bij de Bezige Bij waar het journaille en de grachtengordel nog altijd prima in staat zijn combinaties te vinden die slecht zijn voor hart, vaten en nostrils. En vervreemdend was het ook, want ik trof er René die nu editor is van PM een blad vol dynamiek van ambtenaren. Ik heb het exemplaar vandaag uit het plasticfolie gehad (normaliter gooi ik het meteen weg) om te kijken of hij in het colofon stond, maar dat is dus niet zo. Er zijn meer reden om te twijfelen aan de coherentie van het geheel als je overal wordt aangekondigd en voorgesteld als jeugdvriend (al kom ik in dit soort kringen tegenwoordig ook heel aardig weg als "de broer van") waarna de herinneringen uit de suburbs van Rotterdam Zuid opwellen. Afijn je overbrugt dertig jaar zonder vloek in een zucht. Ook dat is cultuurrevitalisme. Sjoerd had het er maar druk mee. Ooit leende ik hem mijn naam voor een culturpessimistisch artikel in de Pantheon onder een prangende titel leer de zelfde wereld aan de gang houden (de folder waarmee het Marnix leerlingen wierf heette leer zelf de wereld aan de gang houden. En nu dan Een wereld van verschilwoensdag, september 24, 2008
Drukke dagen in de strategie
Het strategisch cluster houdt zich dezer dagen voornamelijk ook bezig met logistiek en operationele taktiek want een rijnaa aan onderzoeksvoorstellen moet worden getrechterd naar een behapbaar document op grond waarvan geaccordeerd kan worden en beslissingen genomen kunnen worden. Geen senecure omdat het een ervaringsfeit is dat de onderzoeksagenda van jaar X niet op T= X-1 maar meestal op T=X+1/2verschijnt. Ook voor de onderzoeksvoorstellen die in het vierde kwartaal van staart moeten gaan bleek er een zelfde naijleffect op te treden. We hebben het er maar druk mee, maar het laatste loodje is nu in zicht. Gelukkig was er ook iets met inhoud. Ook EZ heeft nu de enige gratis lunch die food for thought biedt (en JanHein had het goed georganiseerd want er waren zelfs kroketten). Harry mocht de aftrap geven met een betoog over de beleidsruimte die er volgens de SER nog steeds is en er mogelijk zelfs meer toe doet dan ooit. Hij had geen goed woord over voor de TARA mantra uit de Miljoenennota en dat snap ik wel want het is inderdaad een nogal dommig stuk. Ik kon als discussant ook mooi vertellen dat ik nog nooit iemand in zijn eentje een olietanker van koers had zien duwen voor Harry in de SER het idee rond de beleidsruimte lanceerde. Het was genoeglijk en er waren veel koppen die ik niet kende, en dat gebeurt me zelden op EZ.maandag, september 22, 2008
Verdwaalde berichten en mededelingen III
dinsdag, september 16, 2008
Afscheid van de groote toeteraar
maandag, september 15, 2008
Kunst op EZ
P: "ik ben na de lunch nog 3 keer in dat gangetje gaan kijken of ik me vergis. Maar het past en hoort daar gewoon niet. Verder deert het me niet wat er wordt beslist." E: "Donderdag even samen kijken?" P:" Ja laten we kijken. Het is een beetje met de nachtwacht. Daar is ook een stuk afgezaagd om het in een ruimte te laten passen" E: "ach, de nachtwacht doet het niet slecht!" P: "De venus van milo dan" E: "haha die wordt ook aanbeden Ik ben er voor mijzelf nog niet uit. Ik ga morgen de locatie nog eens bestuderen en neem dan een beslissing. Budget voor twee projecten is er (vooralsnog) niet. Mijn laatste project bij EZ moet wel een goed project zijn."
E: "Ik blijf twijfels houden of het voorstel waard e meerderheid voor is, standhoudt. Ik heb de ruimte nogmaals goed bekeken en zie teveel haken en ogen. Een van mijn angsten is dat het werk te kwetsbaar is. Dat het regelmatig niet zal funtioneren omdat er weer een rolcontainer of andere kar tegenaan is gekomen. Als jullie de ruimte goed bekijken zie je de nodige stootijzers en beschermplaten en die zitten er niet voor niets. Het is een doorgangsroute die intensief wordt gebruikt en aan dit gegeven kan ik niet voorbij gaan. Het alternatief mag dan ingetogen zijn, haar voorstel beantwoord beter aan de opdracht. Het verandert de locatie, het maakt de bezoeker bewust van de ruimte. Het onbestemde van de locatie wordt geëlimineerd en dat is toch wat we willen bereiken. Verder heeft ze inhoudelijk op een sterke manier aansluiting gezocht bij de DGBEB. Dat vind ik ook een pre. Het is ten slotte het welkomstcadeau van de kunstcie voor de BEB."
Hieraan toe te voegen dat ik uit principe nooit iets onbestemds elimineer maar dat juist wil toeveoegentoevoeg. Enfin.
Verdwaalde mededelingen en berichten II
zaterdag, september 13, 2008
500!
En om het nog een beetje behapbaar te maken, heb ik de eerste 250 definitief naar de archieven verplaatst (dan staat er nog 2 jaar).
Economische diplomatie en zo
Ophef
Toen ik bij de Nederlandsche Bank begon te werken was er een onderdirecteur (zijn naam is me ontschoten) die wegging en bij iedere vergadering namen we afscheid van hem - tot op het genante af. Ik moest nog kennis met hem gaan maken, maar dat was hem, blijkbaar, te gortig en toen ik op advies van Age wegbleef bij zijn definitieve afscheidsdiner bleek ik de mores en etiquette van de Bank ernstig te hebben geschonden: "Waar was Peter?" Enfin, zo erg is het nog niet met ASP ofschoon er nogal wat gelegenheden geweest zijn waarbij er stil werd gestaan bij het feit dat er wederom een einde aan deze denktank is gekomen (in het ambtelijk is dit sinds 1989 toen ik er voor de eerste keer begon al een keer of drie voorgekomen, maar nu lijkt de valbijl definitief te zijn neergekomen.)
Al met al hebben we al enige hectoliters weggespoeld vanwege de opheffing van deze stafafdeling die als gevolg van de taakstelling en 1EZ als taakgroep G indaalde in de nieuwe directie HPG. Maar goed er was dan toch nog een gelegenheid c.q. aanleiding gevonden om het definitieve ASP opheffingsuitje te organiseren, want Christa, Nicolette, Jenny en Bart vertrokken naar mooier banen die niks met internationaal stafdenken te maken hebben en zo en passant bewijzen dat het een prachtige springplank is naar ander leuk werk.
Hoe het ook zij. Het festijn dat dit keer was aangericht was om meerdere redenen uiterst geslaagd, al was het maar vanwege het sentimental journey karakter. Met de autoped (met gsm, dat dan weer wel) door Rotterdam van paalwoning tot Booymans en van Euromast tot Erasmus (waar we leerden dat dit lange tijd het enige beeld in Nederland was, wat me dan weer Rotterdamse hoogmoed lijkt), reden we langs plekken en monumentjes die ik nooit had gezien of waarvan het meer dan een kwart eeuw geleden was dat ik er in de buurt was.
Bij de maastunnel ging ik met de roltrap naar beneden en naar boven, maar het èchte gevoel van toen ik er twee keer per dag doorracete naar en van de middelbare kwam niet omdat ik geen fiets aan de hand had
en dat gaf er nu juist een bijzondere wat angstige sjeu aan. Desondanks een hoogtepunt en omdat het het net regende een geschikt punt tot reflectie en rust. Ook mooi te zien hoe het uitzicht op de kop van zuid nu is, want vroeger was dat toch depro en depri. Toen het weer druilde, wel een gepast weertype gezien het karakjter van het uitje bezochten we de vuurtoren van rotterdam (bij de oude veerhaven) en daarna moesten we ons haasten naar katendrecht waar selwyn had gereserveerd in Lulu, voormalig hoerenkot, maar nu aziatisch restaurant met copieuze dinermogelijkheden.
Hier wilde men niet proosten "Op het einde", en dat is misschien wel begrijpelijk gezien het feit dat de afdeling steeds weer als een phoenix uit de ambtelijke as en pek van een zich alsmaar reorganiserend departement is herreezen. Maar anderzijds: met een mooi einde is niks mis.Hollands glorie
Behoorlijk de pest in dat ik het moment supreme gemist heb.
Hadden ze ons best wel even voor mogen waarschuwen. Maanden ploeteren we al door de bouwellende en kilometers sloffen we om en als er dan getakeld wordt mis je het door besoignes. Roel vond dat het een gemiste kans was voor Holland promotion, maar misschien is het gewoon niet bijzonder genoeg en gebeurt het dagelijks in de bouw. Enfin, de bovenverdieping op Babylon staat in de steigers.maandag, september 08, 2008
Verdwaalde berichten en mededelingen
Old rockers never die
Wat dat betreft begon het weekend goed, want ik nam mijn zonnebril mee naar het afscheid van Bart om erbij te kunnen vertellen dat een Van Bergeijk model stond voor "Turn of that talking machine" en hoewel je je geen jaar ouder voelt dan in de tijd van Punk, is dat natuurlijk toch zo. Want als je dan bij De Dijk staat te swingen op goud van oud en nieuw van Brussel denk je opeens van de rest van het publiek: verrek wat zijn die gasten oud. Enfin ook voor de vrolijke veertigers en vijftigers aldaar was het "Dansen, dansen, dansen" weer net zo cool als vroeger en zo eindigde het weekend gepast als het begon. En het was buiten in Caprera want we zijn toch niet van barbiepoep en laten ons door een spatje niet van de wijs brengen. En daar zijn we allemaal fier op. Desondanks begon het slecht.
Niet alleen vanwege dat jeugdhonk overigens. Het zit dieper. Zo werd het Economendagboek een concept-esb-tje voorgelegd dat extra ammunitie voor Bakker zou moeten opleveren. Hmm. Met daarin de pranGrrrrrrrrrrende aanzet "Ouderen zijn immers minder dynamisch dan jongeren. Zo zijn ouderen half zo mobiel, hebben ze een twee keer zo kleine kans om een baan uit de WW te vinden, kiezen ze minder vaak voor het ondernemerschap en participeren ze bijna twee keer zo weinig als jongeren..." Sic! zeggen we dan en de pen rolt dan waar die niet gaan kan. "Ze worden ook niet meer zwanger en hoeven een heleboel unfug niet meer te leren. Ook komen ze niet te laat van Lowlands terug, zult u bedoelen."
zaterdag, september 06, 2008
Wat dood kan gaan, kan ook gaan leven
... Gezaaid in juni 2008 en afgestorven gedurende mijn vakantie te Pisa in juli, maar daarna dus weer opgekweekt bij afwezigheid van Sjef simpel door water te verstrekken: de befaamde AEP-kantoortuin.Leeftijdsdiscriminatie
Studentassistenen worden al jaar en dag onder gebracht in te krappe ruimten met schaarse verlichting. In een ver verleden stapelden we er wel eens zes op een kamer van twee en Rob hield dan toezicht (ze moesten via zijn kamer naar buiten). Dus dat is nu dan eindelijk mooi rechtgezet nu de BEB innovatief is gehuistvest. Studentassistenten mogen nu namelijk verblijven in het HPG Jeugdhonk. Hulde, ware het niet dat de Rijksoverheid zich plotseling van de slechtste kant laat zien en de oudere meer ervaren maar minder gewaardeerde medewerker verbant naar lokaties zonder jeugd en/of honk.
Of zou er ergens een bankje voor bejaarde beambten komen of een bruin cafe met jeneverkelkjes? De vergrijzende overheid heeft immers de toekomst. En dan bordjes met "Alleen > 57 jaar" of "Alleen met 65+ kaart". Jacques vertelde me bij het afscheid van Bart dat hij nog 4 jaar en 8 maanden aan de bak moest. Ik hoef nog maar 4.498 dagen.woensdag, augustus 27, 2008
Stomme zak
De stroken bij Aad Hekker, steendrukker te Amsterdam, waarop ik de adminstratie voer van het huren van gastatelier gebruik en verbruikt papier maken het volkomen duidelijk: de laatste keer dat ik er was, is november 2007 geweest. Onbegrijpelijk dat ik het zo lang heb weten weg te stoppen. Maar ik ga mijn leven beteren. Twee stenen geslepen en eentje geprepareerd.zaterdag, augustus 23, 2008
Voortgang
Gestaag ploeter ik verder aan een tweede druk die een nieuwe titel heeft gekregen en als The political economy of economic diplomacy het leven moet gaan zien. Ik ben ogenschijnlijk al ruim over de helft dankzij de vakantieluwte, de strategische retraite van Hanneke in Modderstroom en het vele voorwerk (verticaal het aantal pagina's; horizontaal het weeknummer), maar de vijf beschikbare observaties over de voortgang laten nog wel diverse mogelijkheden zien rond de afronding van dit project. Ik geloof niets van het explosieve groeipad, maar ook bij een lineaire extrapolatie zou het eind september in kannen en kruiken moetn zijn wat me te veel van het goede lijkt. Plausibeler lijken de ander paden waaronder een reductiescenario waarbij ik rond de 150 pagina's knopen moet gaan doorhakken. Enfin, we zullen wel zien.donderdag, augustus 21, 2008
McCloud gevoel
Bij de Dagen aan de Amstel ontving ik een exemplaar van My mercedes is /n/o/t/ for sale met daarin de prangende passage (blz. 17)
My other brother, the oldest, was not only ashamed of our Mercedes; he was opposed to it as well. At the start of his senior year in high school, he refused to get in the car anymore. My brother, a hippie, with long hair, a tatered jeans jacket, and a beard, saw in our mercedes the symbol of a "corrupt capitalist society" and wouldn't be caught dead in it. From that moment on, outings with the whole family were no longer possible without a quarrel first. Only under the most vehement protest would my brother let himself be transported in that "pigmobile".Het was overigens een aangename conversatie op het terras van De dagen die door toeval ging over hoe je geheugen je parten kan spelen, waardoor je je dingen met zekerheid denkt te herinneren die niet kloppen. Ook kwam een wild plan aan bod om per paard door de Amerikaanse suburbs te trekken.

dinsdag, augustus 19, 2008
Kon het niet laten
Je aanmelden om in de categorie "Anders"te kunnen komen. Zelfs voor de telefoniste is er een hokje voorzien.maandag, augustus 18, 2008
Defensief
Enigszins gnuivend werd er op het gangetje gereageerd toen ik wel hand- en spandiensten wilde verrichten bij het in kaart brengen van de afgeleide toegevoegde waarde van de defensie industrie. Lezend in de dissertatie van Wim Duisberg kwam ik echter het volgende citaat tegen van Jan Pen (de eerste directeur van AEP): Toen na de dood van Stalin een zekere dooi inzette, en sommigen het gevoel hadden dat er wel eens vermindering der militaire uitgaven zou kunnen optreden, heeft de Ministerraad aan de Centrale Economische Commissie opdracht gegeven een plan uit te werken om een beginnende recessie in de kiem te smoren. Het was vrij gedetailleerd en omvatte krachtige tegenzettenGeen wonder dat mijn scriptie handelde over de economie van de oorlog (en het plaatje dat waarmee dit weblog opent sierde ooit de kaft van die scripte en zo is de zaak onverwacht mooi rond).
zaterdag, augustus 16, 2008
Daten
Omdat Eef naar de middelbare gaat en het aanbod van Dixon voor een laptop € 400 niet meer geldig was, herstelde ik de PC die we ooit aanschaften via PC privé van EZ. Deze PC reisde mee naar Forch; de PC die dáárvoor werd aangeschaft via Jusitie vervoerde ik vandaag naar de vuilnisbelt want die bevatte Windows 98. De PC die over(b)leefde, zat hopeloos vast, maar met enige freeware kreeg ik de pop-ups, registerfouten en ad-ware en virussen er af. Een harde herstart (stekker in-uit) maakte het mogelijk een chkdsk/r uit te voeren, want ook dat bleek noodzakelijk. Maar wat maar niet wilde lukken was het herstellen van MSN. Lang gezocht en uiteindelijk door toeval (en doorzettingsvermogen, natuurlijk) gevonden. De PC stond op 2006 en alle certificaten kwamen niet door de beveiliging!
Uiteindelijk struikelde het netwerk dan nog over een begin aan het andere einde: de splitter heeft aan de ene kant 2 contacten en aan de andere kant 1. Logisch denkende wezens vermoeden dat de 2 outputs (dsl en phone) aan de ene kant zitten en de ene input (line) aan de andere kant. Maar dat is niet zo.
Uiteindelijk struikelde het netwerk dan nog over een begin aan het andere einde: de splitter heeft aan de ene kant 2 contacten en aan de andere kant 1. Logisch denkende wezens vermoeden dat de 2 outputs (dsl en phone) aan de ene kant zitten en de ene input (line) aan de andere kant. Maar dat is niet zo.
maandag, augustus 11, 2008
Sollicitatieprocedures
Ludo stond een dag te vroeg op de stoep (voor mij dan wel), met Kim deed ik de afwas en Simon wist het juiste antwoord op mijn 'Maar wat is dat dan... econ-no-metrie?". Dus de volgende emailwisseling (die in april plaatsvond) hoeft geen verwarring te wekken
Enfin, Marielise trof ik in een wat obscure kroeg aan de Boulevard Garibaldi en vandaag begon ze bij de BEB
Economendagboek: In een vloek en een zucht
Graag hoor ik wanneer u weer in Nederland bent zodat we een afspraak kunnen maken.
....
Hartelijk dank voor uw reactie. Om uw vraag te beantwoorden, ik ben van 19 tot 30 juni in Nederland om zaken aangaande mijn scriptie te regelen.
.....
Als mohammed niet naar de berg kan... ik ben 20-23 mei op de OESO te Parijs. De namiddag/avond van de 20e is een goede mogelijkheid elkaar even te treffen.
Enfin, Marielise trof ik in een wat obscure kroeg aan de Boulevard Garibaldi en vandaag begon ze bij de BEB
Economendagboek: In een vloek en een zucht
zondag, augustus 10, 2008
In de verlenging?
Een proefschrift met en rond endogene groei en dan nog een diss. in de schoot van AEP. Enfin we zien wel. De illustratie toont vier hoornen des overvloeds die op pilaren of bergtoppen zijn geplaatst. De vier hoornen verwijzen naar vier engines of growth. De plaatsing van de hoornen, ongecoördineerd op toppen in een overigens leeg landschap intrigeert de kijker. Heerst er stilte of is er juist sprake van een klaroenstoot of zelfs een symfonie? Zijn de hoornen onbereikbaar of juist van verre zichtbaar? Het beeld is krachtig omdat het aanzet tot denken en mogelijk zelfs tot lezen.dinsdag, augustus 05, 2008
Ook dat is internet
En zo kunnen we op de hoogte blijven van de ervaringen van Guus
vrijdag, juli 25, 2008
Adieu en zo
Tout 's Gravenhage was op het dakterras van Schlemmer aanwezig op de geambieerde farewell party van Guus die New Delhi onveilig gaat maken. Alle spullen waren reeds in de container ingepakt en alle backups gemaakt (maar helaas ook in diezelfde container gestopt). Enfin, duidelijk was dat Guus een grote mond paart aan een klein hartje.
Uit vrees voor de vlijmscherpe tong van Sander nam hij welbespraakt het voortouw door als eerste met een slotwoord te komen waarin alle collegae gedankt werden. Naast vele oudcollegae en oud-jong EZers, waaronder Vincent, Jenny en Michiel was ook de oudere gedoctoreerde garde aanwezig.
Stephan meldde zich voor de laatste maal in korte broek want over twee weken moet hij economische man in het pak in Washington aan de gang. Guide bereidde zich aan de bierpomp voor op een nieuwe toonaangevende betrekking bij de FME. Al met al staat een leegloop aan intellectuelen het kernministerie te wachten. Een leegloop met als opmerkleijke kenmerk dat het hier oud BEB/ASP-ers die het tot onderzoekshoek-AEP hadden gebracht, betreft. Het economendagboek blijft voorlopig als laatste van deze mohicanen op de post (althans tijdens het zomerreces). Guus heeft en had er zin in en zit binnenkort achter de kip tandoorisans parole

Sjef mailt hier dan op 24/9 over: Citaat uit een oud (2000) interview met mijn favoriete schrijver Gerrit Krol dat ik vandaag las: " 'n Plant maakt het gezellig op kantoor. Vooral als hij al maandenlang dood in de pot staat. Teken dat er gewerkt wordt. Is toch zo? Als je een man met een gietertje ziet lopen, is er iets mis. "
maandag, juli 21, 2008
Verkassen
Guus gaat naar India, Nicolette naar eim, Ben heeft een nieuwe baan bij de UvT, Jeny trekt in bij VWS, Timon vertrekt naar BSG, Nils naar SER, maar je rolt ogenschijnlijk pas helemaal van je stoel als je leest dat Jeroen het nieuwe hoofd van Bureau SG wordt. Lamers (40) was twee jaar plaatsvervangend directeur Internationaal Ondernemen bij dg BEB. Daarvoor was hij voor het toenmalige commissariaat/directie Buitenlandse Investeringen in Nederland (CBIN, later DBIN) werkzaam op de Nederlandse ambassade in Japan en Zuid-Korea. Tot dusverre begrijpelijk, maar dan: Lamers studeerde Japanse taal- en letterkunde en Japanse geschiedenis, maar daarnaast ook enige tijd Portugees, economie en Griekse filosofie. Eruditie die men node kan missen op de brug van EZ, me dunkt. Tot men zich realiseert dat Jeroen expert is op Janponius Tyrannus (Oda Nobunaga) en Machiavelli. Kortom een nieuwe principe
zondag, juli 20, 2008
Doe mij maar journalistiek en wetenschap
vertelt economie-nerd mark op de achterkant van het EZ journaal, waar ik hem aantrof na een overigens wel weer geslaagde vakantie in het zilte Marina de Pietrasanta. Naast het roemen van het uitzicht op zijn nieuwe werkplek bij ESB (kan de euromast Euromast zien van af de 24e op de Pinsenhof) toch ook wel wat nostalgie om zijn vertrek "Bovendien ging ik weg terwijl ik aan een boeiend, bijna wetenschappelijk project werkte. We onderzochten de economische fundamenten van het beleid van dg BEB en mochten het management daarover adviseren." Heeft het verder zichtbaar naar zijn zin en overduidelijk geen last van innovatieve kantoorhuisvesting en clean desk beleid.donderdag, juni 26, 2008
Tijd om op vakantie te gaan (de airco is gearriveerd)

Het was een soort running gag bij AEP, waar het gangetje swinters bevroor en szomers stoomde. Maar toen het EZbrede Medewerkers Tevredenheids Onderzoek significant het negatiefst uitsloeg op de gebrekkige huisvesting gloorde er hoop. Niet dat ik verwacht had het ooit nog te zien komen...Economendagboek: Het Economendagboek gaat gewoon jasje dasje
Economendagboek: Open deur
woensdag, juni 25, 2008
Er bloeit iets moois
Het eiken aflaatplan van kunstenaar Ton Matton is niet uit de verf gekomen omdat de koninklijke eikel niet wilde kiemen. Het zaaigoed van de Rijksmobiliteitsbank doet het daarentegen wel en de hoop is zo iets fleurigs te laten ontstaan in het droefgeestige gangetje. Mooi dat het voorwerk van Ton zo niet voor niets is geweest en nog nuttig dienst doet samen met een oude koffiebeker. Of het bloemwer ook echt gaat lukken is overigens nog maar zeer de vraag omdat de lang beloofde airco onverwacht toch nog wordt geïnstalleerd. Loopt de zomer tijdens de vakantie uit de hand dan is het zeer de vraag of de kiemen overleven. Enfin, we zien wel als we terug zijn."Ser advies globalisering definitief",
melde Nils en De Speld maakte er dit van
In antwoord op haar eigen rapport heeft de Sociaal-Economische Raad (SER) aangekondigd haar werkzaamheden vanaf 2012 bijna volledig in India te laten uitvoeren. De directie zal wel uit vertrouwde Nederlandse gezichten blijven bestaan, om de continuïteit en het Nederlandse karakter van de Raad te waarborgen. Een team van 35 ingenieurs en economen zal tot die tijd ‘in een snelkookpan’ worden klaargestoomd om de taken van de huidige raad over te nemen. Dit meldde voorzitter Alexander Rinnooy Kan maandagmorgen in een persconferentie.Signant detail: de OESO sourcet haar questionnaires geheel uit naar India
zondag, juni 22, 2008
Bijzondere instructies
Lange tijd zat het pianospelen er eigenlijk niet meer in want op de een of andere manier werkte de coördinatie tussen ogen en handen niet meer naar behoren. Ik gaf de bladmuziek er aan en de piano beleef gesloten en verstofte. Maar gisteren vond ik tussen het etspapier de Gnossiennes en die vloeiden probleemlozer uit mijn vingers dan in het verleden (het is ook een voordeel dat je ze twijfelend moet spelen). Vreemder was dat de aanwijzingen hoe er moet worden gespeeld me voor het eerst echt opvielen: vraag
aan het eind van de gedachte
vraag jezelf af
beetje bij beetje
op het puntje van je tong
niet verlaten, alleen, voor een moment
absoluut niet te verkrijgen
draag dit verder
open je hoofd
en het mooist: wapen je met scherpzinnigheid
(in d-mineur)
woensdag, juni 18, 2008
Het tuinatelier is weer open
Het heeft heel erg lang geduurd dit jaar door allerhande beslommeringen, maar eindelijk geurt het vernis en de olie weer in de achtertuin. Ik ben begonnen met iets eenvoudigs: een tekening uit 2003 van een sombere gang die veelkleurig en met forse toets is neergezet. De weersomstandigheden zijn goed voor het drogen. De komst van Ben was overigens nodig om me over de streep te trekken.donderdag, juni 12, 2008
Meten is weten?
Met Jan mailde ik van de week nog naar aanleiding van een plan om een cursus voor de Rijksacademie te gaan geven over een artikel dat ik lang geleden in ESB schreef over "verschil van meting in de internationale economie" dat volgens Jan nog niets aan actualiteit had ingeboekt, al moest het wel worden geactualiseerd. vanochtend vertrok ik toch met wat lood in de schoenen naar de CBS VU workshop (nomen est omen) "Internationale handel en transport in Nederland: meten is weten? Dataontwikkeling en beleidsanalyses" een mond vol maar je verwacht ook ècht iets saais bij het CBS. Enfin, het viel meer dan mee en het beviel me zelfs om sessievoorzitter en panellid te zijn. Al was het maar om te kunnen zeggen dat de saaie wereld van de statistiek nog voor heel wat leven in de brouwerij van de saaie beleidswereld van de buitenlandse economische betrekkingen zou gaan zorgen. Mij beviel de dag wel al was het maar omdat je soms ook moet durven oogsten wat je ooit hebt gezaaid.
Er is namelijk heel wat trek en duwwerk voorafgegaan aan deze workshop die uiteindelijk uitpakte als de inspirerende bijeenkomst die ik er ooit van had gehoopt. En dat ondanks de vergaderzaal die nog het meest geschikt lijkt voor een vergadering van de communististische partij (Harry: "ik heb één advies nu u gaat verhuizen: doe het zo niet meer")Vervreemdender dan het feit dat het CBS tegenwoordig open kan staan voor ideeën en meningen van buitenaf was evenwel het geschenk dat ons als inleiders en voorzitters ten deel viel: een USB datastick met het logo van het CBS. Dit terwijl het gebruik van dergelijke apparaten binnen het CBS volstrekt verboden is.En geheel onverwacht overbrugde ik een kwart eeuw naar de studententijd toen ik Jan tegenkwam en een decade omdat Roland rondliep. Jan herkende ik direct, Roland pas in tweede instantie.
dinsdag, juni 10, 2008
Oranje boven
Al sinds jaar en dag wordt het economendagboek gesierd door een oranje banner, maar ook het email verkeer heeft door de recente overwinning een extra dimensie gekregen, zelfs als dat grensoverschrijdend is (email leest men van onder naar boven):
Euphoria is dangerous -- be careful not to become overconfident!
____________________________
Prof. Dr. Thorsten Hens
Professor for Finance Theory
University of Zurich
Swiss Banking Institute
-----Original Message-----
From: "Bergeijk P"
Date: Tue, 10 Jun 2008 10:44:38
To:"Thorsten Hens"
The country is mad. Eveything is orange (national colours).
-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: Thorsten Hens [mailto:thens@isb.uzh.ch]
Verzonden: dinsdag 10 juni 2008 10:27
Aan: Bergeijk P
Congratulations on the second round and foremost on the great defeat of the Azuris yesterday night.
maandag, juni 09, 2008
twee decennia sanctieonderzoek
Het is niet iedereen gegeven het dissertatieonderzoek na twintig jaar te actualiseren, dus dat dat gebeurt in het juni nummer van de Internationale Spectator is best opmerkelijk.
Dit oordeel is gebaseerd op bestudering en afweging van de beschikbare wetenschappelijke literatuur en gedocumenteerde verklaringen van regeringen en bij het desbetreffende conflict betrokken hoofdrolspelers. In de praktijk van het sanctieonderzoek wordt dit oordeel gezien als een 1-of-0-variabele (een sanctie slaagt of mislukt in de zin dat de gewenste gedragsverandering optreedt of niet). Een genuanceerder oordeel dat meer recht doet aan de beleidspraktijk zou overigens mogelijk zijn, omdat de indicator is samengesteld op basis van rapportcijfers voor de uitkomst van de casus respectievelijk de bijdrage van de economische strafmaatregelen aan deze uitkomst. Enige subjectiviteit is bij het opstellen van dergelijke beoordelingen onvermijdelijk. Dit is zeker een reden om in individuele gevallen voorzichtig met deze bron om te gaan en daarbij komt dat er een vertekening zit in de bestudeerde bronnen en gevallen (sancties die niet in de Engelstalige media zijn doorgedrongen hebben een kleinere kans in deze studie te zijn opgenomen dan sancties van de VS). Desondanks vormt de studie door uitgebreide interdisciplinaire toetsing het best voorhanden onderzoeksmateriaal. De lessen die men er uit kan destilleren strekken verder dan het Amerikaanse domein.
De nieuwe uitgave brengt 65 gevallen in kaart die sinds de 2e editie uit 1989 werden geïmplementeerd en dekt daardoor ook de jaren na de val van het IJzeren Gordijn en de sancties tegen Saddam Hoessein (12 andere nieuw toegevoegde gevallen dateren van voor 1989). Zo kan de meest recente geschiedenis aan nader onderzoek worden onderworpen: de effectiviteit en inzet van het sanctiewapen zouden kunnen zijn beïnvloed door het einde van de Koude Oorlog en de versnelling van de globalisering (waaronder de opkomst van China) die zich sinds 1990 aftekent. Op het eerste gezicht is er sprake van een grotere inzet van sancties, want alleen al in de periode 1990-94 werden 36 sancties ingesteld (ruim twee maal meer dan men op grond van de geschiedenis zou verwachten). Dit beïnvloedde de slaagkans nauwelijks (1 op 3 sanctiemaatregelen bereikt de gezochte gedragsverandering; 2 op 3 faalt). Met de jongste editie is het gegevensbestand belangrijk uitgebreid en tevens is er sprake van 38 herzieningen, omdat sanctie-episoden nog niet waren afgesloten bij een eerdere druk of de wetenschappelijke inzichten veranderden. De studie bestaat al met al voor bijna tweederde deel uit nieuwe of herziene gevallen.
In dit artikel kijken Rens en ik of conclusies van eerder empirisch sanctieonderzoek houdbaar blijven. We plaatsen onze analyse tegen de achtergrond van het verslag van een econometrische analyse dat twintig jaar geleden als Clingendael-publicatie verscheen naar aanleiding van de eerste editie van de studie van Hufbauer cum suis De belangrijkste economische boodschap destijds was dat het niet de werkelijk geleden schade is die leidt tot gedragsverandering van het sanctiedoelwit, maar het dreigement dat de sanctienemer (meer) schade toe zal brengen. Boycot, embargo en financiële strafmaatregelen zijn instrumenten die gericht zijn op het beïnvloeden van de calculus van het sanctiedoelwit. De vraag is hoe deze impliciete berekening van kosten en baten moet worden opgesteld. Hufbauer et al. (2008, p. 50) zien dit als volgt “Stripped to the bare bones, the formula for a successful sanctions effort is simple: The cost of defiance borne by the target must be greater than the perceived costs of compliance”.
In de kern is de economische kritiek op deze deterministische visie dat het niet de feitelijk waargenomen schade is die tot gedragsverandering leidt, maar de verwachte schade. Is deze groter dan de gepercipieerde opbrengst van wangedrag, dan zal het sanctiedoelwit het gedrag veranderen. Dit is om twee redenen belangrijk. Ten eerste moet niet naar de feitelijke schade worden gekeken maar naar de potentiële schade. Ten tweede vormt het een reden om - anders dan Hufbauer cum suis doen - aandacht te besteden aan gevallen waarin een sanctiedreigement wel werd geuit, maar niet werd uitgevoerd. Dit komt relatief vaak voor en bij de 11 beschreven gevallen gaat het om nogal effectieve dreigementen want in 81% treedt de gezochte gedragsverandering op en hoefde het dreigement dus ook niet te worden uitgevoerd. De implicatie is dat potentiële schade de relevante verklarende grootheid is.
Vervolgens is dan de vraag hoe men deze potentiële schade moet operationaliseren. Idealiter raamt men de schade met een toegepast economisch model, maar door de tijdspanne en het grote aantal landen is dit geen realistische onderzoeksstrategie. Daarom kiezen we een variabele die een voldoende goede benadering biedt. Hierbij zijn twee aspecten relevant. In de eerste plaats is de omvang van de internationale economische betrekkingen die door de sanctie getroffen kunnen worden van belang. In een notendop: als er geen economische interactie bestaat, kan een sanctie geen doel treffen en dan is een gedragsverandering uitermate onwaarschijnlijk. Dergelijke impotente sancties komen in de praktijk nog tamelijk frequent voor. In de tweede plaats moet er rekening mee worden gehouden hoe groot deze potentiele schade is ten opzichte van het inkomen van het sanctiedoelwit. Is het aandeel van internationale handel ten opzichte van het bruto nationaal product gering, dan is een gedragsverandering minder waarschijnlijk dan wanneer de desbetreffende economie zeer open is. Uit beide overwegingen volgt de keuze voor de proportionele handelsverbondenheid (dat is de onderlinge handel tussen sanctienemer en doelwit uitgedrukt in procenten van het bruto nationaal product van het sanctiedoelwit). Relevant is dat potentiële schade en de perceptie daarvan niet constant zijn, omdat het verloop van tijd aanpassing van de economische structuur mogelijk maakt waardoor de schade van sancties afneemt (dit is een reden waarom graduele invoering van sancties minder effectief zal zijn). Ook is van belang dat gewenning aan een lagere levensstandaard optreedt waardoor men de sancties minder voelt. Na verloop van tijd gaat het minder slecht en dat voelt dan als het ware “beter”. Aan de kant van de sanctienemer dragen factoren bij aan het voortduren van ineffectieve sancties omdat periodieke evaluatie van de sancties vaak niet gebeurt. Ook blijkt intrekken politiek alleen mogelijk als goed gedrag kan worden beloond, dus niet vanwege gebleken gebrek aan effectiviteit.
Tegen deze methodische achtergrond werd in 1988 aangetoond dat economische sancties kunnen bijdragen aan het bereiken van buitenlandspolitieke doeleinden mits aan de condities voor een succes was voldaan, waarbij vier determinanten werden geïdentificeerd. Sancties hadden een grotere kans van slagen naarmate
• de handel tussen de sanctienemer(s) en het doelwit van de sancties groter was
• de duur van de sancties korter was
• het doelwit last heeft van ernstige politieke en/of economische instabiliteit
• de sanctienemer een zekere reputatie had dat het woord bij de daad werd gevoegd als sanctiedreigementen werden geuit, maar niet te vaak naar het sanctiewapen greep.
De eerste twee factoren zijn economisch, de derde factor corrigeert ervoor dat een instabiele economie sterker kan worden ontwricht c.q. een wankelende troon eerder omver wordt geworpen, en de vierde factor volgt het idee dat een reputatie er enerzijds voor zorgt dat het sanctiedoelwit een sanctiedreigement serieus neemt (en dat verhoogt de kans op succes), maar anderzijds potentiële sanctiedoelwitten prikkelt om voorzorgsmaatregelen te treffen. Te denken valt aan strategische voorraden en een andere inrichting van economische processen zodat een geringere afhankelijkheid van handel, investeringen en hulp kan worden bereikt. Juist gezien de proliferatie van sancties die onder president Carter van de VS had plaatsgevonden leek dit een relevante factor die ook inderdaad meetbaar van belang bleek.
In de jaren negentig van de vorige eeuw traden ingrijpende wijzigingen op in het internationale systeem, waaronder Détente, het mondiaal versnellende proces van internationalisering en de opkomst van nieuwe sanctienemers (de VN implementeerde 12 sancties na 1989). In het bijzonder zijn de sancties tegen Saddam Hoessein van belang, die toonden dat sanctie snel en vrijwel volledig konden worden ingevoerd. Dergelijke factoren werden onderkend en vervolganalyses vonden plaats, maar de gegevens waren nog niet aanwezig om te kunnen meten of en zo ja op welke wijze deze in potentie ingrijpende veranderingen de kans op succes (dat wil zeggen de effectiviteit) van het sanctie-instrument beïnvloed hadden.
Er is sinds 1990 op het sanctiefront ècht iets veranderd. Het meest opmerkelijk is de verdubbeling van het aantal sancties per jaar, maar ook valt op dat de selectie van gevallen meer in overeenstemming is met een aantal van de hierboven genoemde slaagfactoren. Sancties zijn na 1990 in toenemende mate gericht op doelwitlanden die last hadden van politieke en economische instabiliteit en relatief sterkere economische betrekkingen onderhielden met de sanctienemer (dit laatste effect kan ook een gevolg zijn van het hogere aandeel multilaterale sancties waardoor de handelsdekking toeneemt). Ook is de duur van de sanctieperiode beduidend korter. Zo bezien is de toeneming van de slaagkans van 31% naar 36% begrijpelijk.
Niet alleen de veranderende externe omgeving was van belang; ook het wetenschappelijke landschap veranderde waarbij nieuwe theorieën werden geformuleerd, zoals de public choice benadering die onderstreepte dat de maatschappelijke organisatie van het sanctiedoelwit een relevante karakteristiek is (van Bergeijk 1999). Het is moeilijker een dictatuur te beïnvloeden, omdat de elite in een ondemocratisch georganiseerde samenleving weinig waarde hecht aan een welvaartsverlies van de bevolking. Toetsing van deze theorie is mogelijk doordat de politicologie internationaal comparatieve gegevensbestanden produceerde en deze data zijn ook in de jongste editie van Hufbauer cum suis opgenomen.
Hufbauer cum suis zijn in de loop der tijd minder zeker van hun onderzoek geworden: waar in de eerste editie met veel flair negen geboden werden geponeerd, bevat de derde druk zeven aanbevelingen voor het verstandige gebruik van sancties. De auteurs verklaren deze teruggang in ambitieniveau door de ingrijpende veranderingen in het internationale systeem en waarschijnlijk is dat een verstandige insteek. De vraag is echter of het gewijzigde perspectief door de data wordt ondersteund.
Hierbij is van belang dat de studie van Hufbauer cum suis in essentie een project van dataverzameling en –constructie is terwijl de analyse niet voldoet aan de vereisten van modern wetenschappelijk onderzoek. In de hoofdtekst vinden louter deelanalyses plaats waarbij wel verschillen worden gerapporteerd maar geen indicatie wordt gegeven of deze verschillen ook statistisch significant zijn. Bovendien wordt niet gecorrigeerd voor de samenhang met andere mogelijk verklarende variabelen. In een appendix (Hufbauer e.a. 2008, blz. 181-192) wordt dit wel gedaan, maar omdat formele theorievorming achterwege blijft worden enerzijds variabelen vergeten die er theoretisch wel toe doen (zoals de sanctieduur) en worden anderzijds (te) veel data zonder onderscheid meegenomen in hun doorrekeningen. Het wordt daardoor moeilijk door de bomen het bos te zien: 78% van de gerapporteerde coëfficiënten is volstrekt insignificant. Concentreert men zich op de significante resultaten dan blijkt de kans op een succes groter te zijn naarmate men beperktere doelstellingen nastreeft, de relaties met het sanctiedoelwit in het verleden beter waren, de kosten groter zijn en het regime van het sanctiedoelwit minder democratisch is. Overigens zijn deze resultaten tamelijk dubbelzinnig omdat meestal niet de uitkomst maar wel de bijdrage van sancties aan een positieve uitkomst wordt beïnvloed. Ten slotte worden er verklarende variabelen opgenomen die au fond niet onafhankelijk zijn waardoor er multicollineariteit optreedt. Een voorbeeld is de variabele die de toestand weergeeft van de onderlinge betrekkingen tussen sanctienemer en doelwit voordat er sprake was van een conflict. Die toestand is hoogst waarschijnlijk een afgeleidde van de bilaterale economische betrekkingen (en vice versa) maar ook van het politieke systeem van het sanctiedoelwit. Aangezien deze variabelen simultaan worden meegenomen in de rekenkundige exercitie zijn de geschatte parameters vertekend. Een ander voorbeeld is de economische schade die samenhangt met de omvang van de bilaterale handelsbetrekkingen. In dergelijke gevallen zijn de geschatte coëfficiënten onzuiver en kan de bijdrage van variabelen aan de verklaring van de slaagkans niet worden vastgesteld.
Om deze problemen te ondervangen is de doelstelling in ons onderzoek het bepalen van een klein kernmodel waarin de belangrijkste economische inzichten zijn verwerkt (we meten de verklarende variabelen in het jaar voorafgaand aan de sancties). Tabel 1 vat de bevindingen van ons onderzoek samen. Er zijn diverse specificaties geschat en de tabel presenteert er daarvan vijf waarbij de coëfficiënten verticaal in de tabel worden afgelezen. Hierbij zijn teken (positief/negatief) en statistisch significantieniveau (het betrouwbaarheidsinterval) belangrijker voor onze discussie dan de grootte van de coëfficiënt (maar als deze redelijk stabiel is dan geeft dat wel een indicatie van de robuustheid van de schatting).

In de 1e specificatie lezen we af dat de kans op succes positief wordt beïnvloed door een grotere proportionele handelsverbondenheid en politiek-economische instabiliteit van het doelwit en negatief door de duur van de strafmaatregelen. Onze onderzoeksstrategie is te zoeken naar een zo klein mogelijk groep van significant verklarende variabelen met een zo goed mogelijke voorspelscore. Bij het uittesten van het model blijkt de 2e specificatie wat dit betreft het best te scoren. In de 3e specificatie vinden we een negatieve invloed van reputatie die evenwel de statistische toets der kritiek niet doorstaat. In de 4e blijkt instabiliteit niet significant; het effect wordt gedomineerd door dat van het politieke systeem van het sanctiedoelwit. Ook in de 5e specificatie vinden we significante samenhangen, maar verslechteren de voorspelkwaliteiten.
Al met al prefereren we de 2e specificatie die theoretisch en statistisch bevredigend is. Alle coëfficiënten zijn significant bij een betrouwbaarheidsinterval van 95%, driekwart van de voorspellingen is correct en het model werkt beter dan alternatieve voorspelstrategieën zoals het altijd voorspellen van een mislukking of het werpen van een munt. De negatieve, zeer significante coëfficiënt voor de autocratiescore (die meet hoe ondemocratisch een land is) bevestigt de bevinding van Hufbauer cum suis dat sancties tegen dictaturen een geringere kans van slagen hebben.
5 TOT SLOT
Het is goed deze bevindingen nogmaals te plaatsen tegen de achtergrond dat twee op de drie sancties mislukt. Onze analyse laat zien dat dit niet komt doordat het sanctie-instrument impotent is, maar omdat het dikwijls wordt toegepast in situaties waar het niet effectief kan zijn (ruim 80% van de mislukkingen is hieraan te wijten). Deze bevinding heeft twintig jaar sanctieonderzoek doorstaan en dat geldt ook voor het inzicht dat het de potentiële schade is die de gedragsverandering afdwingt. Vanzelfsprekend is effectiviteit niet de enige factor waarmee men rekening mee moet houden bij de afweging om sancties al dan niet toe te passen. Dergelijke aspecten (zoals proportionaliteit en handhaafbaarheid) krijgen echter pas inhoud als sancties effectief kunnen zijn: de Canadese intrekking van Zuid-Afrikaanse landingsrechten ten tijde van het Apartheidsregime was moeiteloos handhaafbaar, want er waren al geen vluchten voor de sancties werden ingesteld.
Twee nieuwe inzichten komen uit onze analyse naar voren: de geringere slaagkans van sancties die zijn gericht tegen niet-democratische regimes en het gegeven dat reputatie geen meetbaar effect meer heeft op de uitkomst van sancties. Mogelijk is dit laatste het gevolg van het verschijnen van nieuwe spelers die bij de selectie van gevallen waarin sancties worden toegepast meer rekening houden met de lessen van het sanctieonderzoek en geen of minder sancties opleggen in situaties die niet aan de condities voor succes voldoen. Indien dat zo is, dan zou dat verheugend zijn. Het toepassen van economische strafmaatregelen in gevallen waarin een nagestreefd doeleinde onbereikbaar is, legt immers niet alleen onnodige kosten op aan bevolking en bedrijfsleven in eigen land en bij het doelwit, maar zal het instrument in de toekomst minder geloofwaardig maken en aan effectiviteit inboeten.
P.A.G. van Bergeijk, “Kosten en baten van economische sancties,” in: S. Rozemond (red.), Economische sancties, Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael, Den Haag, 1988, blz.. 27-44.
P.A.G. van Bergeijk, “Economic sanctions; Why do they fail; why do they succeed”, in: W. van Genugten and G.A. de Groot (eds), United Nations Sanctions, Intersentia, Antwerpen, (1999) blz. 97-112
G.C. Hufbauer en J.J. Schott, Economic Sanctions Reconsidered: History and Current Policy, Peterson Institute for International Economics, Washington 1985.
G.C. Hufbauer, J.J. Schott, K.A. Elliott en B. Oegg, Economic sanctions reconsidered, 3e druk Peterson Institute for International Economics, Washington 2008.
Voor en tegenstanders van sancties zouden beter gebruik kunnen maken van beschikbare analyses over wat wel en wat niet kan worden bereikt. Uit het getalsmatig overheersen van mislukte sancties, kan niet worden geconcludeerd dat het sanctie-instrument ineffectief is, wel dat vaak niet aan de condities voor succes is voldaan. Onze berekeningen tonen dat sancties weinig kans maken tegen gesloten economieën met wie geen intensieve economische betrekkingen worden onderhouden en tegen niet-democratische regimes.In het artikel analyseren Rens en ik de toonaangevende bron voor het empirische onderzoek naar economische sancties, de studie Economic Sanctions Reconsidered die in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw werd gestart door Hufbauer en Schott (1985) en waarvan begin 2008 de 3e editie verscheen met Elliott en Oegg als co-auteurs. Sinds 1985 groeide de studie uit tot een boek van 233 pagina’s vol analyses en toelichtingen op de methodologie en een CD-ROM met casestudies en uitgebreide gegevensbestanden. De belangrijkste output is een op literatuur- en bronnenonderzoek gebaseerde database van mogelijk verklarende variabelen en een gekwantificeerd oordeel van de uitkomst van 181 economische sancties.
Dit oordeel is gebaseerd op bestudering en afweging van de beschikbare wetenschappelijke literatuur en gedocumenteerde verklaringen van regeringen en bij het desbetreffende conflict betrokken hoofdrolspelers. In de praktijk van het sanctieonderzoek wordt dit oordeel gezien als een 1-of-0-variabele (een sanctie slaagt of mislukt in de zin dat de gewenste gedragsverandering optreedt of niet). Een genuanceerder oordeel dat meer recht doet aan de beleidspraktijk zou overigens mogelijk zijn, omdat de indicator is samengesteld op basis van rapportcijfers voor de uitkomst van de casus respectievelijk de bijdrage van de economische strafmaatregelen aan deze uitkomst. Enige subjectiviteit is bij het opstellen van dergelijke beoordelingen onvermijdelijk. Dit is zeker een reden om in individuele gevallen voorzichtig met deze bron om te gaan en daarbij komt dat er een vertekening zit in de bestudeerde bronnen en gevallen (sancties die niet in de Engelstalige media zijn doorgedrongen hebben een kleinere kans in deze studie te zijn opgenomen dan sancties van de VS). Desondanks vormt de studie door uitgebreide interdisciplinaire toetsing het best voorhanden onderzoeksmateriaal. De lessen die men er uit kan destilleren strekken verder dan het Amerikaanse domein.
De nieuwe uitgave brengt 65 gevallen in kaart die sinds de 2e editie uit 1989 werden geïmplementeerd en dekt daardoor ook de jaren na de val van het IJzeren Gordijn en de sancties tegen Saddam Hoessein (12 andere nieuw toegevoegde gevallen dateren van voor 1989). Zo kan de meest recente geschiedenis aan nader onderzoek worden onderworpen: de effectiviteit en inzet van het sanctiewapen zouden kunnen zijn beïnvloed door het einde van de Koude Oorlog en de versnelling van de globalisering (waaronder de opkomst van China) die zich sinds 1990 aftekent. Op het eerste gezicht is er sprake van een grotere inzet van sancties, want alleen al in de periode 1990-94 werden 36 sancties ingesteld (ruim twee maal meer dan men op grond van de geschiedenis zou verwachten). Dit beïnvloedde de slaagkans nauwelijks (1 op 3 sanctiemaatregelen bereikt de gezochte gedragsverandering; 2 op 3 faalt). Met de jongste editie is het gegevensbestand belangrijk uitgebreid en tevens is er sprake van 38 herzieningen, omdat sanctie-episoden nog niet waren afgesloten bij een eerdere druk of de wetenschappelijke inzichten veranderden. De studie bestaat al met al voor bijna tweederde deel uit nieuwe of herziene gevallen.
In dit artikel kijken Rens en ik of conclusies van eerder empirisch sanctieonderzoek houdbaar blijven. We plaatsen onze analyse tegen de achtergrond van het verslag van een econometrische analyse dat twintig jaar geleden als Clingendael-publicatie verscheen naar aanleiding van de eerste editie van de studie van Hufbauer cum suis De belangrijkste economische boodschap destijds was dat het niet de werkelijk geleden schade is die leidt tot gedragsverandering van het sanctiedoelwit, maar het dreigement dat de sanctienemer (meer) schade toe zal brengen. Boycot, embargo en financiële strafmaatregelen zijn instrumenten die gericht zijn op het beïnvloeden van de calculus van het sanctiedoelwit. De vraag is hoe deze impliciete berekening van kosten en baten moet worden opgesteld. Hufbauer et al. (2008, p. 50) zien dit als volgt “Stripped to the bare bones, the formula for a successful sanctions effort is simple: The cost of defiance borne by the target must be greater than the perceived costs of compliance”.
In de kern is de economische kritiek op deze deterministische visie dat het niet de feitelijk waargenomen schade is die tot gedragsverandering leidt, maar de verwachte schade. Is deze groter dan de gepercipieerde opbrengst van wangedrag, dan zal het sanctiedoelwit het gedrag veranderen. Dit is om twee redenen belangrijk. Ten eerste moet niet naar de feitelijke schade worden gekeken maar naar de potentiële schade. Ten tweede vormt het een reden om - anders dan Hufbauer cum suis doen - aandacht te besteden aan gevallen waarin een sanctiedreigement wel werd geuit, maar niet werd uitgevoerd. Dit komt relatief vaak voor en bij de 11 beschreven gevallen gaat het om nogal effectieve dreigementen want in 81% treedt de gezochte gedragsverandering op en hoefde het dreigement dus ook niet te worden uitgevoerd. De implicatie is dat potentiële schade de relevante verklarende grootheid is.
Vervolgens is dan de vraag hoe men deze potentiële schade moet operationaliseren. Idealiter raamt men de schade met een toegepast economisch model, maar door de tijdspanne en het grote aantal landen is dit geen realistische onderzoeksstrategie. Daarom kiezen we een variabele die een voldoende goede benadering biedt. Hierbij zijn twee aspecten relevant. In de eerste plaats is de omvang van de internationale economische betrekkingen die door de sanctie getroffen kunnen worden van belang. In een notendop: als er geen economische interactie bestaat, kan een sanctie geen doel treffen en dan is een gedragsverandering uitermate onwaarschijnlijk. Dergelijke impotente sancties komen in de praktijk nog tamelijk frequent voor. In de tweede plaats moet er rekening mee worden gehouden hoe groot deze potentiele schade is ten opzichte van het inkomen van het sanctiedoelwit. Is het aandeel van internationale handel ten opzichte van het bruto nationaal product gering, dan is een gedragsverandering minder waarschijnlijk dan wanneer de desbetreffende economie zeer open is. Uit beide overwegingen volgt de keuze voor de proportionele handelsverbondenheid (dat is de onderlinge handel tussen sanctienemer en doelwit uitgedrukt in procenten van het bruto nationaal product van het sanctiedoelwit). Relevant is dat potentiële schade en de perceptie daarvan niet constant zijn, omdat het verloop van tijd aanpassing van de economische structuur mogelijk maakt waardoor de schade van sancties afneemt (dit is een reden waarom graduele invoering van sancties minder effectief zal zijn). Ook is van belang dat gewenning aan een lagere levensstandaard optreedt waardoor men de sancties minder voelt. Na verloop van tijd gaat het minder slecht en dat voelt dan als het ware “beter”. Aan de kant van de sanctienemer dragen factoren bij aan het voortduren van ineffectieve sancties omdat periodieke evaluatie van de sancties vaak niet gebeurt. Ook blijkt intrekken politiek alleen mogelijk als goed gedrag kan worden beloond, dus niet vanwege gebleken gebrek aan effectiviteit.
Tegen deze methodische achtergrond werd in 1988 aangetoond dat economische sancties kunnen bijdragen aan het bereiken van buitenlandspolitieke doeleinden mits aan de condities voor een succes was voldaan, waarbij vier determinanten werden geïdentificeerd. Sancties hadden een grotere kans van slagen naarmate
• de handel tussen de sanctienemer(s) en het doelwit van de sancties groter was
• de duur van de sancties korter was
• het doelwit last heeft van ernstige politieke en/of economische instabiliteit
• de sanctienemer een zekere reputatie had dat het woord bij de daad werd gevoegd als sanctiedreigementen werden geuit, maar niet te vaak naar het sanctiewapen greep.
De eerste twee factoren zijn economisch, de derde factor corrigeert ervoor dat een instabiele economie sterker kan worden ontwricht c.q. een wankelende troon eerder omver wordt geworpen, en de vierde factor volgt het idee dat een reputatie er enerzijds voor zorgt dat het sanctiedoelwit een sanctiedreigement serieus neemt (en dat verhoogt de kans op succes), maar anderzijds potentiële sanctiedoelwitten prikkelt om voorzorgsmaatregelen te treffen. Te denken valt aan strategische voorraden en een andere inrichting van economische processen zodat een geringere afhankelijkheid van handel, investeringen en hulp kan worden bereikt. Juist gezien de proliferatie van sancties die onder president Carter van de VS had plaatsgevonden leek dit een relevante factor die ook inderdaad meetbaar van belang bleek.
In de jaren negentig van de vorige eeuw traden ingrijpende wijzigingen op in het internationale systeem, waaronder Détente, het mondiaal versnellende proces van internationalisering en de opkomst van nieuwe sanctienemers (de VN implementeerde 12 sancties na 1989). In het bijzonder zijn de sancties tegen Saddam Hoessein van belang, die toonden dat sanctie snel en vrijwel volledig konden worden ingevoerd. Dergelijke factoren werden onderkend en vervolganalyses vonden plaats, maar de gegevens waren nog niet aanwezig om te kunnen meten of en zo ja op welke wijze deze in potentie ingrijpende veranderingen de kans op succes (dat wil zeggen de effectiviteit) van het sanctie-instrument beïnvloed hadden.
Er is sinds 1990 op het sanctiefront ècht iets veranderd. Het meest opmerkelijk is de verdubbeling van het aantal sancties per jaar, maar ook valt op dat de selectie van gevallen meer in overeenstemming is met een aantal van de hierboven genoemde slaagfactoren. Sancties zijn na 1990 in toenemende mate gericht op doelwitlanden die last hadden van politieke en economische instabiliteit en relatief sterkere economische betrekkingen onderhielden met de sanctienemer (dit laatste effect kan ook een gevolg zijn van het hogere aandeel multilaterale sancties waardoor de handelsdekking toeneemt). Ook is de duur van de sanctieperiode beduidend korter. Zo bezien is de toeneming van de slaagkans van 31% naar 36% begrijpelijk.
Niet alleen de veranderende externe omgeving was van belang; ook het wetenschappelijke landschap veranderde waarbij nieuwe theorieën werden geformuleerd, zoals de public choice benadering die onderstreepte dat de maatschappelijke organisatie van het sanctiedoelwit een relevante karakteristiek is (van Bergeijk 1999). Het is moeilijker een dictatuur te beïnvloeden, omdat de elite in een ondemocratisch georganiseerde samenleving weinig waarde hecht aan een welvaartsverlies van de bevolking. Toetsing van deze theorie is mogelijk doordat de politicologie internationaal comparatieve gegevensbestanden produceerde en deze data zijn ook in de jongste editie van Hufbauer cum suis opgenomen.
Hufbauer cum suis zijn in de loop der tijd minder zeker van hun onderzoek geworden: waar in de eerste editie met veel flair negen geboden werden geponeerd, bevat de derde druk zeven aanbevelingen voor het verstandige gebruik van sancties. De auteurs verklaren deze teruggang in ambitieniveau door de ingrijpende veranderingen in het internationale systeem en waarschijnlijk is dat een verstandige insteek. De vraag is echter of het gewijzigde perspectief door de data wordt ondersteund.
Hierbij is van belang dat de studie van Hufbauer cum suis in essentie een project van dataverzameling en –constructie is terwijl de analyse niet voldoet aan de vereisten van modern wetenschappelijk onderzoek. In de hoofdtekst vinden louter deelanalyses plaats waarbij wel verschillen worden gerapporteerd maar geen indicatie wordt gegeven of deze verschillen ook statistisch significant zijn. Bovendien wordt niet gecorrigeerd voor de samenhang met andere mogelijk verklarende variabelen. In een appendix (Hufbauer e.a. 2008, blz. 181-192) wordt dit wel gedaan, maar omdat formele theorievorming achterwege blijft worden enerzijds variabelen vergeten die er theoretisch wel toe doen (zoals de sanctieduur) en worden anderzijds (te) veel data zonder onderscheid meegenomen in hun doorrekeningen. Het wordt daardoor moeilijk door de bomen het bos te zien: 78% van de gerapporteerde coëfficiënten is volstrekt insignificant. Concentreert men zich op de significante resultaten dan blijkt de kans op een succes groter te zijn naarmate men beperktere doelstellingen nastreeft, de relaties met het sanctiedoelwit in het verleden beter waren, de kosten groter zijn en het regime van het sanctiedoelwit minder democratisch is. Overigens zijn deze resultaten tamelijk dubbelzinnig omdat meestal niet de uitkomst maar wel de bijdrage van sancties aan een positieve uitkomst wordt beïnvloed. Ten slotte worden er verklarende variabelen opgenomen die au fond niet onafhankelijk zijn waardoor er multicollineariteit optreedt. Een voorbeeld is de variabele die de toestand weergeeft van de onderlinge betrekkingen tussen sanctienemer en doelwit voordat er sprake was van een conflict. Die toestand is hoogst waarschijnlijk een afgeleidde van de bilaterale economische betrekkingen (en vice versa) maar ook van het politieke systeem van het sanctiedoelwit. Aangezien deze variabelen simultaan worden meegenomen in de rekenkundige exercitie zijn de geschatte parameters vertekend. Een ander voorbeeld is de economische schade die samenhangt met de omvang van de bilaterale handelsbetrekkingen. In dergelijke gevallen zijn de geschatte coëfficiënten onzuiver en kan de bijdrage van variabelen aan de verklaring van de slaagkans niet worden vastgesteld.
Om deze problemen te ondervangen is de doelstelling in ons onderzoek het bepalen van een klein kernmodel waarin de belangrijkste economische inzichten zijn verwerkt (we meten de verklarende variabelen in het jaar voorafgaand aan de sancties). Tabel 1 vat de bevindingen van ons onderzoek samen. Er zijn diverse specificaties geschat en de tabel presenteert er daarvan vijf waarbij de coëfficiënten verticaal in de tabel worden afgelezen. Hierbij zijn teken (positief/negatief) en statistisch significantieniveau (het betrouwbaarheidsinterval) belangrijker voor onze discussie dan de grootte van de coëfficiënt (maar als deze redelijk stabiel is dan geeft dat wel een indicatie van de robuustheid van de schatting).
In de 1e specificatie lezen we af dat de kans op succes positief wordt beïnvloed door een grotere proportionele handelsverbondenheid en politiek-economische instabiliteit van het doelwit en negatief door de duur van de strafmaatregelen. Onze onderzoeksstrategie is te zoeken naar een zo klein mogelijk groep van significant verklarende variabelen met een zo goed mogelijke voorspelscore. Bij het uittesten van het model blijkt de 2e specificatie wat dit betreft het best te scoren. In de 3e specificatie vinden we een negatieve invloed van reputatie die evenwel de statistische toets der kritiek niet doorstaat. In de 4e blijkt instabiliteit niet significant; het effect wordt gedomineerd door dat van het politieke systeem van het sanctiedoelwit. Ook in de 5e specificatie vinden we significante samenhangen, maar verslechteren de voorspelkwaliteiten.
Al met al prefereren we de 2e specificatie die theoretisch en statistisch bevredigend is. Alle coëfficiënten zijn significant bij een betrouwbaarheidsinterval van 95%, driekwart van de voorspellingen is correct en het model werkt beter dan alternatieve voorspelstrategieën zoals het altijd voorspellen van een mislukking of het werpen van een munt. De negatieve, zeer significante coëfficiënt voor de autocratiescore (die meet hoe ondemocratisch een land is) bevestigt de bevinding van Hufbauer cum suis dat sancties tegen dictaturen een geringere kans van slagen hebben.
5 TOT SLOT
Het is goed deze bevindingen nogmaals te plaatsen tegen de achtergrond dat twee op de drie sancties mislukt. Onze analyse laat zien dat dit niet komt doordat het sanctie-instrument impotent is, maar omdat het dikwijls wordt toegepast in situaties waar het niet effectief kan zijn (ruim 80% van de mislukkingen is hieraan te wijten). Deze bevinding heeft twintig jaar sanctieonderzoek doorstaan en dat geldt ook voor het inzicht dat het de potentiële schade is die de gedragsverandering afdwingt. Vanzelfsprekend is effectiviteit niet de enige factor waarmee men rekening mee moet houden bij de afweging om sancties al dan niet toe te passen. Dergelijke aspecten (zoals proportionaliteit en handhaafbaarheid) krijgen echter pas inhoud als sancties effectief kunnen zijn: de Canadese intrekking van Zuid-Afrikaanse landingsrechten ten tijde van het Apartheidsregime was moeiteloos handhaafbaar, want er waren al geen vluchten voor de sancties werden ingesteld.
Twee nieuwe inzichten komen uit onze analyse naar voren: de geringere slaagkans van sancties die zijn gericht tegen niet-democratische regimes en het gegeven dat reputatie geen meetbaar effect meer heeft op de uitkomst van sancties. Mogelijk is dit laatste het gevolg van het verschijnen van nieuwe spelers die bij de selectie van gevallen waarin sancties worden toegepast meer rekening houden met de lessen van het sanctieonderzoek en geen of minder sancties opleggen in situaties die niet aan de condities voor succes voldoen. Indien dat zo is, dan zou dat verheugend zijn. Het toepassen van economische strafmaatregelen in gevallen waarin een nagestreefd doeleinde onbereikbaar is, legt immers niet alleen onnodige kosten op aan bevolking en bedrijfsleven in eigen land en bij het doelwit, maar zal het instrument in de toekomst minder geloofwaardig maken en aan effectiviteit inboeten.
P.A.G. van Bergeijk, “Kosten en baten van economische sancties,” in: S. Rozemond (red.), Economische sancties, Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael, Den Haag, 1988, blz.. 27-44.
P.A.G. van Bergeijk, “Economic sanctions; Why do they fail; why do they succeed”, in: W. van Genugten and G.A. de Groot (eds), United Nations Sanctions, Intersentia, Antwerpen, (1999) blz. 97-112
G.C. Hufbauer en J.J. Schott, Economic Sanctions Reconsidered: History and Current Policy, Peterson Institute for International Economics, Washington 1985.
G.C. Hufbauer, J.J. Schott, K.A. Elliott en B. Oegg, Economic sanctions reconsidered, 3e druk Peterson Institute for International Economics, Washington 2008.
zondag, juni 08, 2008
Alles dumpen nu het nog kan
Rcensies uit het jaar dat we van het 2e naar het 3e millenium gingen komen op internet weer boven water. En deze is te mooi, relevant en actueel om niet nog eens te herhalen:
Waarvan acte![]()
De beurskrach komt eraan
Vrijdag 25 augustus 2000 door PETER A.G. VAN BERGEIJK
In Afrika vangt men apen met een primitieve, maar effectieve val. In een hol met een nauwe opening wordt een banaan gestopt. De opening is groot genoeg om een lege apenhand naar binnen te laten, maar te klein om een gevulde hand terug te trekken. Apen die voedsel eenmaal beethebben, kunnen het instinctief niet meer loslaten. Zelfs niet als ze moeten vluchten voor dreigend gevaar. Met die apen loopt het slecht af.
Valuing Wall Street doet een impliciet, maar dringend beroep op het leerstuk van de menselijke evolutie. De centrale boodschap van deze studie is om de aandelenportefeuille direct en volledig op te doeken. Er mag pas weer in aandelen worden geïnvesteerd als de aandelenkoersen na de onvermijdelijke beurscorrectie redelijk geprijsd zijn. Het is een relevante vraag of de homo sapiens al zover geëvolueerd is dat hij – met `lege' handen – kan vluchten uit de huidige overgewaardeerde aandelenmarkt. De belegger die zich in de afgelopen jaren in een opgaande aandelenmarkt heeft ingekocht, vindt het bijna onmogelijk uit de markt te stappen vanwege het risico verdere koersstijgingen aan zijn neus voorbij te zien gaan. Valuing Wall Street citeert beleggers die winstneming – ook nu het beursklimaat uiterst riskant is geworden – voelen als een risico of zelfs een verlies.
Deze studie van Andrew Smithers en Stephen Wright, twee beleggingsadviseurs uit de Londense City, verschilt van het gebruikelijke beleggingsdoemdenken doordat de auteurs beginnen vanuit het gegeven dat aandelen historisch gezien over perioden van dertig jaar steeds een beter en zekerder resultaat opleveren dan andere beleggingsvormen. De analyse van Smithers en Wright ondersteunt deze bevinding, maar laat tevens zien dat er voor beleggingen voor een periode van 15 jaar of minder momenten zijn waarop je beter volledig liquide kunt zijn. Dat is relevant voor de huidige generatie 40-plussers in het Westen, die in meerderheid van plan is vervroegd uit te treden. Wie geen dertig jaar kan wachten, doet er volgens Valuing Wall Street nu verstandig aan zijn aandelen om te zetten in baar geld.
Q
Smithers en Wright baseren de boodschap dat aandelen thans een uiterst riskante belegging zijn op historische gegevens voor de Verenigde Staten die ruim een eeuw omspannen. Hun analytische instrument is – in één letter: `q'. De `q-theorie' die in dit boek wordt gebruikt, zegt dat de aandelen op Wall Street 150 procent overgewaardeerd zijn.
In de economie staat q voor de breuk die de verhouding beschrijft tussen beurswaarde en economische waarde. Ruwweg staat boven de streep hoeveel het kost om ondernemingen op de beurs te kopen en eronder hoeveel het zou kosten om die ondernemingen nu op te richten. Over de lange termijn moeten deze twee macro-economische waarderingsmaatstaven gelijk zijn (q moet gemiddeld dus dicht in de buurt van 1 liggen). Simpel gezegd: inventieve lieden zullen nieuwe ondernemingen op de markt brengen indien de waarde van `onderneming zijn' hoger is dan de kosten van `onderneming worden'. Het marktmechanisme zorgt uiteindelijk voor gelijkheid van teller en noemer.
Eigenlijk is q een oude bekende van macro-economen, zij het dat die q vooral gebruiken om bedrijfsinvesteringen te verklaren. Q werd in 1969 in de economische theorie geïntroduceerd door Nobelprijswinnaar James Tobin en ofschoon jaargangen economen met zijn investeringstheorie zijn opgevoed, heeft het tot aan het einde van de jaren negentig geduurd voordat voldoende lange en betrouwbare tijdreeksen ter beschikking kwamen om empirisch onderzoek te doen naar de eigenschappen van q.
Valuing Wall Street analyseert deze tijdreeksen en toont aan dat q een goede beschrijving geeft van de mate waarin de beurs onder- of overgewaardeerd is en voorspellende waarde heeft voor zowel aantrekkende als dalende koersniveaus. Ook onderzoeken Smithers en Wright of evenwichtsherstel optreedt door een verandering van de economische waarde, zoals Tobin veronderstelde, of door een aanpassing van de beurswaarde. De conclusie is dat aanpassing vooral door stijgende of dalende aandelenkoersen plaatsvindt. Aangezien de huidige q volgens de berekeningen van Smithers en Wright duidt op een overwaardering van de Amerikaanse aandelenbeurs met zo'n 150 procent, is een beurscorrectie waarschijnlijk. Het risico van een substantiële koersdaling is volgens Valuing Wall Street zelfs groter dan in enige andere periode in de voorbije eeuw (1929 was het vorige hoogtepunt van q): er is een kans van negentig procent dat de koersen op Wall Street in de komende vijf jaar ver onder het niveau van 1998 zullen liggen. Overigens staan Smithers en Wright in deze analyse niet alleen: ook recente studies van toonaangevende instituties als het IMF en de ECB tonen op basis van andere technieken een substantiële overwaardering van zo'n dertig procent aan voor de meeste aandelenbeurzen in de geïndustrialiseerde wereld, waaronder die in Nederland.
Smithers en Wright twijfelen er niet aan dat de overwaardering door een beurscorrectie zal worden weggenomen. Voor hen is de – onbeantwoordbare – vraag slechts wanneer en hoe die correctie precies zal plaatsvinden. De moelijkheid van een scherpe neerwaartse correctie van misschien wel vijftig procent lijkt de auteurs het meest aan te spreken. Een andere mogelijkheid is evenwel dat de aandelenkoersen net zo lang rond het huidige niveau blijven schommelen tot inflatie en bedrijfsinvesteringen de noemer van q voldoende hebben vergroot om beurswaarde en economische waarde weer met elkaar in overeenstemming te brengen
Voor beleggers zijn beide scenario's onaantrekkelijk. Bij een scherpe correctie is het onvermijdelijk verlies te nemen zodra de aandelenportefeuille moet worden afgebouwd, bij voorbeeld omdat men met pensioen gaat. Maar ook aandelenkoersen die voortschommelen rond de huidige niveaus impliceren een sterke daling van het totale beleggingsrendement, dat immers in hoge mate bepaald wordt door koerswinsten.
Humoristisch
Niet iedereen zal na lezing van Valuing Wall Street volledig overtuigd zijn. De waarde van q wijst al sinds het midden van de jaren negentig op een overgewaardeerde beurs en sindsdien zijn er toch nog mooie koerswinsten geboekt. Ook is het een fundamentele vraag of de lessen uit het verleden wel geldig zijn in de nieuwe economie van de 21ste eeuw. Er blijft ondanks empirisch onderzoek dat een eeuw omspant dus nog voldoende onzekerheid om een gokje op de beurs te wagen, maar het is goed te weten dat de kans dat dat goed uitpakt geringer is dan de ervaringen van de afgelopen tien jaar suggereren.
Valuing Wall Street is een zeer leesbaar boek. Voor een economisch boek is de studie ongebruikelijk toegankelijk (alle technische details en gegevens staan in een virtuele appendix op internet). Voor een beleggingsstudie is de toon onverwacht humoristisch en prikkelend (en passant rekenen Smithers en Wright vernietigend af met modieuze marktindicatoren, met de beleggingsadviesindustrie en met Alan Greenspan, die de `grootste aandelenzeepbel in de geschiedenis op zijn geweten zal hebben'). En voor een economische bestseller is de levensduur langer dan verwacht: dit is ook een boek om na de beurscorrectie te herlezen. Want het goede nieuws van Valuing Wall Street is dat zodra q op termijn indiceert dat de beurs `redelijk' geprijsd is, beleggen in aandelen weer het beste rendement zal opleveren.
donderdag, juni 05, 2008
Het onderste miljard

Robert had me uitgenodigd maar niet verwacht dat ik zou komen omdat ik s'woensdags nooit kom. Maar voor een lezing van Collier maakte ik een uitzondering en dat had als onverwachte bijwerking dat ik van mijn stoel viel van het commentaar van Hoebink die in de eerste plaats beargumenteerde dat de methodische aanpak van Collier niet deugde omdat de werkelijkheid veel te complex is om in regressies te vangen en vervolgens de Dutch Disease ontkende. Zijn bewijs: er was nu ook een oliecrisis en geen Dutch Disease. De Dutch disease ken ik goed uit de tijd dat ik economie studeerde. Alles was toen 10: 10% inflatie, 10% werkloosheid en 10% tekort. Volgens Hoebink was de wijsheid achteraf dat er helemaal geen Dutch disease was geweest, maar een aanpassing aan een sectorverschuiving van industrie naar diensten en hadden we dat sociaal en slim gedaan. Ik had geen zin de aandacht van Colliers thesis af te leiden maar mijn vingers rammelden natuurlijk, ook omdat ik er vorige week in Parijs nog eens aan was toegekomen om terug te kijken naar die periode:
One lesson from the stagflation period is that inflexibility of labour and product markets greatly increases the cost of adjustment and prolongued and deepened the first oil crisis. A key insight is that rising inflationary expectations led to large and automatically rising wage claims that were not checked by unemployment or overcapacity. The stagflation of the 1970s was the inspiration for structural change that helped to increase the speed of adjustment in both labour and product markets with a much better resilience as a consequence. Indeed it may be very useful to stress these macroeconomic co - benefits of structural reforms in order to prevent a repetition of the policy mistakes in the first oil crisis.De middag was er niet minder nuttig, inspirerend en plesant om
dinsdag, mei 20, 2008
Afscheid van Bezuidenhout 153
De BEB trekt in in het hoofdgebouw en ik kreeg een kamer aan de voorzijde op B30. Met weemoed neem je toch weer afscheid van de "overkant". Ik zat er op meerdere plekken, onder andere in de voormalige stallen van de pauselijke nuntius waar ik een balkon had. Op B30 kunnen de ramen daarentegen weer wel open: ook mooi en goed dus.Zo CO2
From the perspective of the inherent uncertainties it would be important to consider a wider range of policies than the instrument that is branded “optimal” in the document. We could agree that a wider range of policies per se may carry a cost and if policies where certain to deliver the reduction in CO2 emissions then this would ceteris paribus

























